Graven zolang het nog kan

Nederland wordt in rap tempo volgebouwd. Archeologen en amateurs graven dag en nacht naar oudheidkundige `schatten' voor het te laat is.

Weinig stukken Nederland ogen zo troosteloos als het grensgebied tussen Rijswijk en vinexlocatie Ypenburg: niets dan vette verkeersaders vol voortrazende motorvoertuigen en chaotische nieuwbouw in alle windrichtingen. Waar nog geen gebouwen staan, zullen ze spoedig komen - bijvoorbeeld op het weitje waar archeoloog Brand Klooster en twee assistenten een opgraving afronden. Nog een paar dagen en de grote put van opgraving Hoornwijk gaat dicht. Nu het nog kan probeert Klooster de loop van Middeleeuwse sloten te bepalen. Een Romeinse potscherf steekt uit een verticaal profiel. Klooster wijst op een groot bakstenen kantoorgebouw, 200 meter verder: ,,Eronder ligt waarschijnlijk een nederzetting.''

Nu Nederland in ijltempo op de schop gaat, zijn amateurs harder nodig dan ooit. In Hoornwijk deden amateurs een paar jaar druk mee aan de opgravingen, net als aan de overkant van de A4 waar nederzettingen uit 3.500 vóór Chr. werden blootgelegd in vinexlocatie Ypenburg. Het zijn maar twee voorbeelden. Sinds de oprichting, in 1951, van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN), de overkoepelende organisatie van amateurverenigingen, hebben AWN-leden op honderden plekken de geschiedenis blootgelegd - vaak samen met beroeps, soms alleen. Selecties van de resultaten zijn te zien op tentoonstellingen in Haarlem en Zwolle. ,,Vaak geldt: laat de amateurs het doen, eventueel niet volgens de letter van de wet, maar dan gebeurt er tenminste iets'', zegt Herman Lubberding, vice-voorzitter van de jubilerende, 2.600 leden tellende AWN. ,,En amateurs lopen vaak over bouwlocaties om sporen te identificeren. Wij zijn de ogen en de oren van de Nederlandse archeologie. Het idee van daar zit niks kun je haast altijd vergeten.'' De AWN geeft allerlei cursussen, maar Klooster zegt dat scholing geen vereiste is: ,,Iedereen die mee wil doen aan een opgraving, kan gewoon komen. Dat is niet algemeen bekend.'' Gevallen waar amateurs meer energie kostten dan ze bespaarden, herinnert hij zich nauwelijks. Na enig aandringen: ,,Ja, een dame van zestig, reuze geïnteresseerd, die we de hele tijd uit de klei moesten trekken. Of ze viel om - waren we bang dat ze een been brak.'' Wie niks van archeologie weet kan best een blootgelegde muur schoonmaken of puin weg graven. Anderzijds zou Klooster zelfs de beste amateur niet inzetten voor het markeren van de grenzen tussen verschillende bodemlagen in verticale profielen, zoals hij net nog in opgravingsput deed. ,,Dat is echt werk voor beroeps. Wat je vaak ziet: dat een amateur en een beroepsarcheoloog iets samen doen.''

In het enorme archeologische depot van de gemeente Rijswijk lichten gemeentearcheoloog Hans Koot en bijna-fulltime amateur Jos Eijsackers samen een grote grijze houten deksel. Eronder ligt een dame van tussen de 35 en de 60 jaar. Haar botten zijn zwart, maar goed geconserveerd omdat ze 5.500 jaar in het grondwater lagen, afgedekt door een lagen zand en veen. Een paar eeuwen voordat in Egypte de grote pyramides werden gebouwd leefde ze in de duinen van Ypenburg, waar indertijd de kustlijn lag. Bij haar begrafenis kreeg ze drie barnstenen kralen mee. Eijsackers doorbreekt een korte stilte: ,,Opgevouwen en in een kuiltje gelegd.'' Koot: ,,Ze is uitgeprepareerd door een beroeps en een amateur samen. Maar die tweedeling is arbitrair: wel of niet betaald, daarin zit het onderscheid. Het gaat om de vaardigheden die iemand heeft.''

Eijsackers ging een paar jaar geleden met vervroegd pensioen bij het Ministerie van Defensie, want hij wist iets leukers: ,,Als amateurarcheoloog was ik ineens drie, vier dagen per week buiten, in het veld!'' In een andere ruimte liggen enkele tientallen grote Romeinse dakpannen die hij aantrof in de put van Hoornwijk. Ze lagen op een rij, steeds met een voetstap tussenruimte. Eijsackers en Koot vermoeden dat ze dienst deden als pad. In de omgeving werden veel loodgrijze Romeinse potscherven aangetroffen, en Eijsackers maakte er weer min of meer hele potten van. Enthousiast tilt hij de gereconstrueerde bovenrand van een groot exemplaar de lucht in zonder dat alles uiteen valt: ,,Plakken is een kunst, hoor.''

In het depot in Rijswijk zijn dagelijks zo'n tien beroepsarcheologen en een paar amateurs van de Archeologie Werkgroep Rijswijk (AWR) in de weer. En tenminste één avond per week is het open zodat ook AWR-leden met banen vondsten kunnen wassen, ordenen, beschrijven en restaureren. Om diezelfde reden gaan opgravingen vaak door in de weekends en soms in de avonden. Iedereen die wil mag een paar keer vrijblijvend meedoen. De ervaring van Koot en Eijsackers leert dat het gros van de nieuwkomers mee blijft doen.

Logische volgende stappen zijn aansluiting bij de AWR - en daardoor automatisch bij de AWN - het volgen van cursussen, het doorspitten van literatuur, en vaak de ontwikkeling van een specialisme. Koot: ,,We hebben één amateur die alleen pijpenkoppen doet.''

Wil Grifioen van de Archeologische Werkgroep Leen de Keyzer in Houten (AWLKH), is gespecialiseerd in alle soorten glas: drinkglazen, vensterglas, flessen. Van de scherven die zijn aangetroffen bij de herinrichting van een kasteelterrein maakte ze een minitieuze inventarisatie. Ze weet dat ze zeker niet alles weet: ,,Met lastige gevallen ga ik naar deskundigen.''

Twee meter verder bevindt zich het aanrecht met kraan waar de negen AWLKH-leden water tappen voor het wassen van scherven. Het zit zestig centimeter boven de vloer, want het oudheidkundig depot van Houten huist in een overtollig lokaal van een kleuterschool. Houten wordt de komende jaren dubbel zo groot, honderden hectaren bodemarchief zullen worden verwoest, maar geld voor een gemeentearcheoloog ontbreekt. Het speuren naar scherven op bouwlocaties is in Houten amateurwerk. In de kleuterklas staan de dozen met vondsten plafondhoog, want ook de provincie Utrecht heeft geen behoorlijk depot. ,,Op bouwlocaties lopen we altijd achter de ontwikkelingen aan'', zegt AWLKH-voorzitter Joop van Herwijnen, die intussen ook tegen zijn pensionering aanloopt en binnenkort full time amateur hoopt te worden. Hij laat wat gesmede spijkers zien die de leden opraapten bij een boerderij waarvan de eerste editie waarschijnlijk rond 1.500 verrees. Griffioen pak een stukje aardewerk met rare gaatjes erin. ,,Vermoedelijk de bodem van een vijzelpot'', zegt ze.

De AWLKH had graag de afvalplaatsen bij de boerderij opgespoord en uitgegraven; maar de boer wilde het zoekgebied liever nog een jaar inzaaien - en nu staat er nieuwbouw. Van Herwijnen: ,,De gemeente ziet ons als werkgroep tenminste staan. Ze betalen de huur van een graafmachine en onlangs kregen we een laptop.'' Wel een probleem: als er in Houten echt belangrijke oudheden worden aangetroffen huurt de gemeente commerciële beroepsarcheologen en ziet niemand de amateurs nog staan. Van Herwijnen: ,,Bij het gunnen van een grote opdracht zou je ook de amateurs moeten betrekken. Maar we krijgen niet eens bericht.''

    • Michiel Hegener