Gouden stranden en granaten

Het idyllische kasteel kent een gewelddadige voorgeschiedenis, het hoofdstedelijk museum was het decor van een slachtpartij en de Groene Lijn vormt de laatste grimmige `muur' in Europa. Maar ook is Noord-Cyprus een verborgen parel: een paradijs voor liefhebbers van gouden stranden, mooie bergen en culturele monumenten die nog niet zijn overlopen door toeristen. Verslag van een eiland dat wacht op een happy end.

Waar vond Walt Disney de inspiratie voor zijn magische kasteel? Het antwoord ligt wellicht op duizenden kilometers afstand van Disneyland: in de ruwe bergen van Noord-Cyprus. Het St. Hilarion-kasteel dat daar majestueus in het landschap torent, vertoont verbazingwekkend veel gelijkenis met het droomkasteel dat voortsproot uit de geest van de schepper van het Disney-imperium. Het kasteel is groot en mysterieus, en ligt zo hoog in de bergen dat je op heldere dagen in de verte Turkije kunt zien liggen.

Toch is er ook een groot verschil tussen de twee kastelen. Disneyland is idyllisch: als het kwaad er de kop opsteekt, verliest dat uiteindelijk altijd de strijd met het het goede. In de geschiedenis van het St. Hilarion-kasteel en eigenlijk in die van Cyprus in zijn geheel overwonnen bijna altijd de slechteriken en trok het goede aan het kortste eind. Het begint al met de naam: het kasteel is genoemd naar een kluizenaar die zo getreiterd werd in het Heilige Land, dat hij zijn toevlucht zocht in een onherbergzame grot op Noord-Cyprus. In de eeuwen daarna werd deze plek gebruikt als wanhopige wachttoren tegen Arabische piraten die het eiland terroriseerden. Hoeveel geweld het idyllische kasteel gedurende de hele geschiedenis heeft moeten verduren, wordt pas echt duidelijk als je na uren moeizaam klimmen de top bereikt. Daarbij word je overigens vrolijk ingehaald door de Turkse bouwvakkers die aan de restauratie werken en dus aan de beklimming gewend zijn. ,,Kun je niet wat sneller?'' roept een van hen ons toe als we onder de brandende zon van veertig graden omhoog strompelen. Op de top zie je de zogeheten toren van St. Jan liggen, genoemd naar St. Jan van Antiochië, die er in 1373 van overtuigd raakte dat zijn Bulgaarse lijfwachten tegen hem samenzwoeren. De heilige gooide hen zonder pardon van de top van het kasteel de peilloze diepte in, een gruwelijk einde tegemoet.

Zou St. Hilarion in West-Europa liggen, dan zou je uren in de rij moeten wachten voordat je het kasteel kon bezoeken. Maar een van de grote charmes van Noord-Cyprus is nu juist dat je er bij die lange klim eigenlijk niemand anders tegenkomt. De reden is simpel: de Cypriotische geschiedenis wacht nog steeds op een happy end. Sinds 1974 is het eiland immers verdeeld tussen een `Turks' deel en een `Grieks' deel. De zogeheten Turkse Republiek van Noord-Cyprus (TRNC) wordt niet erkend door de internationale gemeenschap en alleen dat al maakt dat veel toeristen haar links laten liggen. Welbeschouwd is het al een hele toer om überhaupt in Noord-Cyprus te komen. Directe vluchten van West-Europa naar het vliegveld Ercan op Noord-Cypus zijn er niet, altijd moet er een tussenstop worden gemaakt in Istanbul. Toeristen die snel en goedkoop naar de zon willen, geven daarom vaak de voorkeur aan het zuidelijke, `Griekse' deel van Cyprus. Tot woede van de `Turkse' Cyprioten krijgt Noord-Cyprus daarom per jaar maar enige tienduizenden Europese toeristen, terwijl het zuiden er maar liefst meer dan tweeënhalf miljoen verwerkt.

Die woede valt wel enigszins te begrijpen want de stranden en natuur van het noorden zijn minstens even mooi als die van het zuiden en de zon schijnt er net zo fel. De afwezigheid van massatoerisme is voor de reiziger eigenlijk een voordeel: Noord-Cyprus is een van de weinige plekken in Europa die je als toerist nog kunt ontdekken, een verborgen parel die je kunt leren kennen zonder dat je twee strandstoelen verderop wordt gadegeslagen door iemand achter een Telegraaf en een glas Heineken. En voor de cultuurtoerist is Noord-Cyprus zeker de moeite waard: op weinig plekken in Europa zijn op zo'n kleine oppervlakte zoveel historische monumenten uit zoveel verschillende historische perioden te zien.

Een ietwat sterke maag heb je hier wel nodig; hoewel Noord-Cyprus volstrekt ongevaarlijk en veilig is (,,Laat de auto maar gewoon met de sleutels erin bij het vliegveld staan'', zegt de autoverhuurder, ,,Hier wordt niet gestolen''), zijn er overal op het eiland tekenen van een lange geschiedenis van oorlog en geweld. Op de weg naar het St. Hilarion-kasteel staat bijvoorbeeld een groot monument voor de soldaten die bij de Turkse invasie van het eiland in 1974 om het leven kwamen. En even verderop ligt een militaire basis van het Turkse leger. Als je bovenop het kasteel staat, hoor je in de verte het knallen van granaten en andere munitie.

Misschien wel de meest aangrijpende plek op Noord-Cyprus is het zogeheten Museum van de Barbarij in Nicosia, of liever: Lefkosa, zoals de hoofdstad in het Turkse deel heet. Het museum is in feite niets anders dan een huis, waar in 1963 een officier van het Turkse leger woonde. De officier was zelf niet thuis, toen gewapende Grieks-Cyprioten het huis binnendrongen en zijn vrouw, drie kinderen en een buurvrouw vermoordden. ,,In de badkamer zag ik'', zo schreef een journalist die de plek bezocht, ,,drie kinderen op hun dode moeder liggen alsof het om een verzameling wassen beelden ging.'' Het bad compleet met de bloedvlekken van de slachtpartij vormt het kernstuk van het tot museum omgevormde huis. Voor wie wil begrijpen hoe diep de pijn over het verleden bij veel Turks-Cyprioten is, is een bezoek aan het museum een must. En ook voor Grieks-Cyprioten is de plek beladen met emoties. ,,Enige tijd geleden kwam hier een ploeg uit Griekenland om opnamen te maken van het huis'', vertelt de beheerder van het museum. ,,De Grieken werden een beetje nerveus toen ze de badkuip zagen, maar ze gingen toch door met filmen. Er was echter ook een Griekse Cyprioot bij. Die rende naar buiten toen hij de badkuip zag en was met geen stok meer naar binnen te krijgen.'' Voor de goede orde moet hier worden opgemerkt dat aan de `Griekse' zijde van het eiland vergelijkbare monumenten zijn naar aanleiding van `Turkse' gruweldaden.

Het conflict in Cyprus is dus nog steeds aanwezig, maar gelukkig heeft het de gewelddadigheid van vroeger verloren. Zo is de Groene Lijn in Nicosia zelfs een toeristische attractie geworden. Nicosia is nu de Berlijnse Muur is gevallen de laatste hoofdstad in de wereld die verdeeld is. Vanuit het `Griekse' gedeelte van Cyprus mag je als toerist een dagje naar het `Turkse' gedeelte achter de Groene Lijn (genoemd naar de groene pen waarmee een Britse commandant op een kaart de stad in 1963 in tweeën verdeelde), maar omgekeerd mag dat niet. Na een bezoek aan het Museum van de Barbarij is het goed om bijvoorbeeld in de buurt van de Groene Lijn wat te praten met jonge Turks-Cyprioten. Bij de Groene Lijn organiseren de Verenigde Naties immers af en toe feesten waar Noord en Zuid elkaar kunnen ontmoeten. ,,Ik heb heel veel vrienden aan de andere kant'', vertelt de zoon van een restauranteigenaar. ,,Als het aan ons ligt, is het hele probleem zo opgelost.''

Niet alleen voor de liefhebber van de recente geschiedenis is Noord-Cyprus een goudmijn. Zo zijn de Venetiaanse Muren in de havenstad Famagusta (of Gazimagusa zoals de Turken zeggen) zeker de moeite waard. Op sommige plekken zijn de vestingwerken, die in de 16de eeuw hun huidige vorm kregen, vijftien meter hoog en acht meter dik. Vlakbij ligt `de toorn van Othello', genoemd naar de hoofdfiguur uit het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare. Dat stuk speelt zich immers af in een `haven in Cyprus' en daar een van de Venetiaanse gouverneurs van Cyprus Moro heette, concludeerden de Britten toen zij Cyprus aan hun rijk toevoegden, al vrij snel dat dit de `Moor' moest zijn waar het stuk over ging. Niet ver van Famagusta ligt, ten slotte, Salamis, waar zoveel ruïnes te bezichtigen zijn dat je er op zijn minst een paar uur voor moet uittrekken. Het oude Salamis was een van de tien `koninkrijken' op Cyprus en wordt al in een Assyrische tekst in 700 voor Christus genoemd. Het best bewaard is hier een oud Romeins theater, dat in de eerste eeuw na Christus aan zo'n 15.000 mensen een zitplaats bood.

En natuurlijk zijn daar altijd de zon, de zee en de bergen. Bij de badplaats Girne (de Turkse naam voor Kyrenia), gezegend met een beeldschoon haventje, liggen bijvoorbeeld kilometers stranden die in tegenstelling tot badplaatsen elders in Europa vrijwel leeg zijn; aan de noordwestkant van het eiland strekken zich kilometers gouden stranden uit. In de bergen kun je met name in de winter, als het wat koeler is op het eiland, uren wandelen. En altijd is er de interesse van de Noord-Cyprioten, die het massatoerisme nog niet gewend zijn en daarom graag met Europeanen van gedachten wisselen. ,,We hebben Noord-Cyprus in een opwelling geboekt omdat we wat anders wilden'', vertelt een familie uit Antwerpen in de havenstad Famagusta. ,,Het is ons duizend procent meegevallen. Volgend jaar komen we weer.''

Cyprus wacht nog steeds op zijn happy end. Maar een beetje ondernemende toerist vindt hier zijn eigen Disneyland.

    • Bernard Bouwman