Gevoelige plekjes

De Robijn Fashion Award is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een modeprijs van formaat, een aardige graadmeter van nieuw modetalent in Nederland. Maar het mag ook best iets minder afstandelijk. En van lieve woordjes worden de ontwerpers ook niet beter.

De uitreiking van de Robijn Fashion Award 2001 vorige week had alles mee. Twee gelukkige winnaars: Katrin Neyer en Guang Yang. Een goede locatie: de nieuwe Heineken Music Hall. Een mooi decor: drie catwalks ondersteund door een videowall. Een talentvolle stylist: Maarten Spruyt. Een zeer deskundige en uitgesproken kritische jury, waaronder chef-mode van Elle Cara Schiffeler, ontwerpers Niels Klavers en Astrid van Engelen en illustrator Peter Jeroense. En een grote opkomst.

Toch miste er iets. Passie, vuur, koude rillingen van bewondering. De oorzaak ligt voor een deel in de gepresenteerde collecties van het aanstormende jonge modetalent, die er weliswaar allemaal goed uitzagen, maar waarvan er niet één met kop en schouders boven de rest uitstak. En het gevoel dat er iets mist heeft te maken met het evenement zelf. Het is uitgegroeid tot een massale gebeurtenis die inmiddels te gladjes, te groots, te afstandelijk en te commercieel is opgezet, waardoor de voelbare spanning en intimiteit die toch bij een wedstrijd horen, totaal wegvielen.

De Robijn Fashion Award is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een modeprijs van formaat. Bij de start, zes jaar geleden, leek het een nogal schreeuwerige en holle promotie van een wasmiddel, maar inmiddels, bij de zesde editie, is het een aardige graadmeter van nieuw modetalent in Nederland. De twee winnaars van dit jaar Katrin Neyer kreeg de Publieksprijs en Guang Yang de Vakjuryprijs ontvangen geen geldbedrag, maar vinden volgend voorjaar een vertaling van hun winnende collectie terug in de rekken van de Bijenkorf. Dit geeft hun ook de mogelijkheid van dichtbij te ervaren wat er allemaal bij komt kijken als je hoogstpersoonlijke creatie wordt omgezet in een commercieel ontwerp iets waar veel net afgestudeerde ontwerpers nauwelijks benul van hebben.

Het publiek stemde de afgelopen weken via internet massaal voor Katrin Neyer (26). Deze onlangs aan de Rietveld-academie afgestudeerde ontwerpster stuurde haar eindexamencollectie in, genaamd Personal Identity. Ze bracht alle lichaamsdelen waar vrouwen blij of ongelukkig mee zijn, en die ze zelf als gevoelig ervaart, in kaart. In rode stof bracht ze die gevoelige accenten aan op een verder witte ondergrond. Bovendien speelde ze met verschillende stofsoorten. Zo plaatste ze bijvoorbeeld dunne zijde op plaatsen waar vrouwen het snel warm hebben, zacht bont op minder gevoelige delen en leer als een soort eeltlaagje op gevoelige plekken. De witte leren rok met in het midden een rode baan en op kruishoogte een rode uitstulping spreekt wat dit betreft boekdelen. Maar ook zonder die symboliek staat de collectie als een huis; zij past zowaar naadloos in de nieuwe voorjaarscollecties van 2002 waar wit en rood domineren en een vrouwelijke, beetje onschuldige stijl de boventoon voert.

De vakjury koos uiteindelijk voor de collectie Inner Child van Guang Yang (30), die dit jaar afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ze had zich laten inspireren door bloemen, kinderlijke naïviteit en puurheid. Ze gebruikte collagetechnieken, dessins, applicaties en popperige ruches in vrolijke en frisse kleuren, wat resulteerde in prinsessenkleren zoals kleutermeisjes die graag aanhebben. De vakjury roemde de ijle sfeer die ze met haar collectie wist op te roepen, maar vond wel dat Guang Yang een nog betere balans moest zien te vinden tussen naïviteit en spontaniteit.

Toen vakjuryvoorzitters Niels Klavers en Astrid van Engelen hun eerste punten van opbouwende kritiek uitspraken, trok er een golf van verontwaardiging door het publiek. Wat? Niet alleen maar lieve woordjes? Maar de Robijn Fashion Award is geen liefdadigheidsbal. Het siert de jury juist dat ze zich niet uitsluitend beperkte tot lovende woorden. Een jury wikt en weegt, ziet de goede en de slechte kanten van een collectie en deze vakjury liet op deze manier zien dat ze ook nog verstand van zaken had. Want de gepresenteerde collecties waren nu eenmaal niet perfect. De vertaling van tweedimensionaal naar driedimensionaal in de collectie van Robert Risteski was inderdaad niet helemaal gelukt. En Dennis van de Kimmenade's ironische kijk op de stijve Engelse dresscode van Britse upperclass-jongeren had best nog wat sterker gekund. Net zoals duidelijk was dat Percy Irausquin zijn couturevaardigheden nog verder moet perfectioneren. Een goede ontwerper doet wat met die kritiek. Al zal het Guang Yang momenteel weinig kunnen schelen. Ze geniet niet alleen van haar prijs, ze is waarschijnlijk ook erg blij dat ze de lelijke val van het podium overleefde. In al haar enthousiasme donderde ze namelijk na de uitreiking in een met witte stof bespannen leegte, een voorval dat voorkomen had kunnen worden als de organisatie de moeite had genomen de gaten tussen de catwalks op een adequate manier te dichten.

Nu is het afwachten welk ontwerp van Yang de Bijenkorf in productie gaat nemen. Ik hoop persoonlijk op het witte flinterdunne mini-jurkje met kleurige, als door kinderhandjes in elkaar gefrommelde corsages. Want ook die kinderlijke naïviteit past volgend voorjaar perfect in het modebeeld.

    • Jetty Ferwerda