Dynamisch laboratorium van de moderne tijd

Rotterdam ziet zichzelf graag als de modernste stad van Nederland, de enige stad met een Amerikaanse skyline en een internationale allure. Hedendaagse architecten en vormgevers moeten zich er als vissen in het water voelen. Het ligt voor de hand om het Duitse bombardement in 1940 als de bron van dit zelfbeeld te zien. Toen veranderde Rotterdam grotendeels in een tabula rasa waarvan modernistische architecten altijd hadden gedroomd en kon er worden begonnen met de wederopbouw waarbij de geschiedenis niet hinderlijk aanwezig was.

Maar op de tentoonstelling Interbellum Rotterdam. Kunst en cultuur 1918-1940 blijkt dat Rotterdam zichzelf al in de jaren tussen de twee wereldoorlogen als modernste stad van Nederland beschouwde. Hier werd de nieuwe wereld het duidelijkst zichtbaar. Rotterdam was niet alleen de hoofdstad van het Nederlandse Nieuwe Bouwen, maar ook van de nieuw-zakelijke typografie van Piet Zwart en Paul Schuitema.

Op de duistere begane grond van Las Palmas, zelf een mooi voorbeeld van naoorlogs Nieuw Bouwen, hangen en staan mooi uitgelichte ontwerptekeningen, foto's en maquettes van de Van Nellefabriek, de Bergpolderflat, het Feijenoordstadion, villa Sonneveld en andere beroemde functionalistische gebouwen. Op kratten van robuust hout liggen onder meer nummers van het architectuurtijdschrift De 8 + Opbouw, vormgegeven door Schuitema.

Ook de Hef, de hefbrug over de Maas die in 1927 een symbool voor het nieuwe Rotterdam werd, is nadrukkelijk aanwezig op Interbellum Rotterdam. Niet alleen hangen er foto's en tekeningen van, maar ook wordt de constructivistische film die Joris Ivens erover maakte, voortdurend vertoond op een liggend tv-scherm.

Film is nadrukkelijk aanwezig op de tentoonstelling. Veel filmpjes laten het Rotterdamse dagelijkse leven zien en vooral ook het nachtleven in de clubs en theaters. Ook zijn er aandoenlijke oude reclames voor Rotterdamse producten te zien, zoals die voor Sickesz-repen. ,,Want Sickesz' reep is ook mijn reep', zegt een meisje alsof ze de beste reclameslogan aller tijden uitspreekt. Er worden zelfs experimentele abstracte filmpjes vertoond, bijvoorbeeld van kleurige vormen die over het doek voortwoekeren.

De films hoeft de bezoeker niet in een afzonderlijke zaaltje te bekijken. Ze worden voortdurend vertoond op drie grote doeken die verspreid over de ruimte in Las Palmas staan opgesteld. Zonder te storen vormen ze de beweeglijke achtergrond van de gebruiksvoorwerpen (onder meer glas en tapijten van Jaap Gidding), schilderijen (van onder anderen de curieuze schilder Bernard Canter), reusachtige modellen van kranen en schepen (onder meer het varende Gesamtkunstwerk de Nieuw Amsterdam), verpakkingsmateriaal (van onder meer Van Nelle), boeken (van onder anderen de Rotterdamse held Pietje Bell), platen (van onder anderen Leo Fuld) en vele andere dingen. Begeleid door korte toelichtingen geven ze geven niet alleen een beeld van Rotterdam in het interbellum, maar maken de tentoonstelling ook tot een waar feest.

De expositie gaat vergezeld van een kloek boek met essays en vele biografieën van Rotterdams kunstenaars en prominente burgers. Meer dan bij de tentoonstelling ligt in het boek de nadruk op kunst, architectuur en vormgeving. Maar zowel in het boek als op de tentoonstelling speelt de crisis van de jaren dertig een kleine rol. Wie de jaren dertig zegt, denkt al gauw aan economische stagnatie, werkloosheid en, in de kunst en architectuur, aan een retour à l'ordre na de vernieuwende jaren twintig. Maar vooral op de tentoonstelling is daar weinig van te merken. Veel meer dan twee schilderijen van Marius Richters met armoede en werkloosheid als onderwerpen is er van de jaren-dertig-ellende niet te bespeuren.

Maar dit wil niet zeggen dat Interbellum Rotterdam alleen maar als moderne, dynamische stad toont. Heel duidelijk laten de samenstellers zien dat er in het Rotterdam van tussen de twee wereldoorlogen ook plaats was voor traditionele vormgeving, kunst en architectuur. Het grote nieuwe postkantoor, gebouwd in Duits barokke stijl naar een ontwerp van G.L. Bremer en H. Teeuwisse, heeft bijvoorbeeld een prominente plaats gekregen op de tentoonstelling. En de eervolle opdracht voor het Museum Boijmans ging eind jaren twintig niet naar een van de Nieuwe Bouwers, maar naar de traditionalist Van der Steur.

Zo nuanceert de expositie het beeld van Rotterdam als moderne stad: in het interbellum bestonden traditie en vernieuwing er als vanzelfsprekend naast elkaar.

Tentoonstelling: Interbellum Rotterdam. Kunst en cultuur 1918-1940. T/m 2 dec. in gebouw Las Palmas, Wilhelminakade, Rotterdam. Geopend: di t/m zo 9.30-17.30 u., wo tot 22 u. Catalogus (386 blz., NAi Uitgevers) 75 gulden

    • Bernard Hulsman