Diner in de Herenkamer

De erkenning in 1983 van Teylers Museum in Haarlem als `museum van nationaal belang' maakte een einde aan jaren van sappelen. Maar die geldkrapte heeft het particuliere museum wel vindingrijk gemaakt. ,,Er heerst hier nog steeds een mentaliteit van jezelf kunnen redden.''

In de ovale museumzaal zit achter de deur die voor het publiek gesloten moet blijven, de stijlvolle Herenkamer. Aan de andere kant van deze kamer, waar gedurende eeuwen de regenten van het museum vergaderden, zit weer een deur. Daarachter loopt een lange, marmeren gang naar een belendend, nog dieper in het verleden verscholen pand. Daar gaat een brede, houten trap omhoog naar weer een lange, smalle gang. Aan het einde van deze gang ligt een kamer, het financiële hart van Teylers Museum.

,,Voorzover wij weten is deze kamer altijd gebruikt voor de administratie'', zegt Herman Voogd, hoofd bedrijfsvoering van het ruim twee eeuwen oude museum. In de kamer staan naast de computer nog de schrijftafels, waaraan staande werd geschreven. In een kast staan houten dozen met opschriften als `Fransche effecten' en `huurcedullen'. De dozen zijn getuigen van de dominante rol die het financieel beheer altijd heeft gespeeld bij het oudste museum van Nederland.

Het museum is namelijk de vrucht van de nalatenschap van de lakenkoopman Teyler, die in 1784 twee miljoen gulden naliet voor kunst en wetenschappen. De vijf regenten die de nalatenschap beheerden, kochten met dat geld boeken, instrumenten, tekeningen, fossielen en munten, die nog altijd de vijf pilaren onder het museum vormen. In de achtertuin van het woonhuis van Teyler verrees de ovale zaal, het hart van het museum. Het meest zichtbare spoor van dit verleden is te zien in de kamer met de schrijftafels, namelijk een deur met vijf sloten voor wat vroeger een kluis was. ,,Elk van de regenten had een sleutel. Minimaal drie van hen moesten aanwezig zijn bij het openen van deze deur'', vertelt Voogd.

Hoe groot de erfenis ook was, het bedrag van zo'n kwart miljoen in hedendaagse guldens bleek al voor de Tweede Wereldoorlog niet meer toereikend om het museum te laten floreren. ,,Eind jaren zeventig was het zo, dat je moest aanbellen als je het museum wilde bezoeken'', vertelt Voogd. In 1983 werd Teyler erkend als `museum van nationaal belang' en kreeg het rijkssubsidie – nu de belangrijkste inkomstenbron. Daarmee kwam een einde aan jaren van sappelen, die het particuliere museum volgens Voogd wel vindingrijk hebben gemaakt: ,,Er heerst hier nog steeds een mentaliteit van jezelf kunnen redden. Het museum is altijd creatief geweest in het vinden van manieren om dingen toch te verwezenlijken.''

Zo wordt de aula verhuurd als een ruimte voor recepties en kan er voor 5.000 gulden worden gedineerd in de Herenkamer. ,,Mèt een rondleiding, een echt kijkje achter de schermen'', prijst voorlichtster Antia Wiersma het evenement aan. De bibiotheek, waar te ruiken is dat de deuren doorgaans gesloten zijn, gaat dan even open, en soms, heel soms krijgt iemand dan een boek in de hand uit de unieke kostbare collectie achter het gaas. Raden van bestuur nemen soms zo afscheid van een lid. ,,Maar de concurrentie is groot, meer musea vissen in deze vijver'', verzucht Wiersma.

Het zijn druppels in de oceaan van een museum, dat meer dan veertig medewerkers in dienst heeft en vijf collecties in stand moet houden. De vaste tentoonstelling aan het publiek kost jaarlijks overigens maar enkele duizenden guldens. Teyler heeft namelijk gekozen voor handhaving van de 19de-eeuwse opstelling, die van de gebouwen aan het Spaarne zelf een soort museum maakt. Fossielen, mineralen en stenen liggen in oude vitrinekasten, vergezeld door handgeschreven kaartjes met Latijnse namen.

Het onderhoud van de collecties kost wel veel geld. Net als de tijdelijke tentoonstellingen zoals recentelijk van tekeningen van Michelangelo. Dat komt onder meer door de verzekeringspremies. ,,We hadden de pech dat net voor de opening een tekening van Michelangelo bij Christie's was verkocht voor een hoge prijs. Dat maakte meteen de verzekering een stuk duurder'', vertelt Voogd.

Tijdelijke tentoonstellingen zijn tegelijkertijd ook dé manier om bezoekers te trekken – de op één na belangrijkste inkomstenbron – zeker als er veel publiciteit is. ,,De Nieuwe Kerk heeft altijd de koningin en dus af en toe het Achtuurjournaal'', zegt Wiersma. ,,Bij de tentoonstelling van de tekeningen van Artis hadden we het geluk een tekening van Mondriaan te ontdekken. En in 1996 hebben wij het Achtuurjournaal gehaald toen de koningin de nieuwe vleugel opende.'' In de nieuwe vleugel worden de tijdelijke tentoonstellingen ingericht en is ook het onvermijdelijke museumcafé.

Meer bezoekers betekent in principe ook meer klanten in de winkel en het café. Voor de museumwinkel gaat dit ook op. ,,De vertrouwde ansichtkaarten zijn een succesnummer. De catalogi – toch de meest tastbare herinnering aan een tentoonstelling – doen het ook goed. Van Michelangelo hebben we 1.500 catalogi verkocht, van de Tweelingen-tentoonstellingen verkopen we 50 stuks per week.'' Maar het café draait na het topjaar 1996 al zo lang met verlies, dat de ruimte nu wordt verpacht. ,,Het cafébezoek hangt erg af van de tentoonstelling en het publiek dat je trekt. Bij de expositie van huishoudelijke apparaten dronken weinig mensen koffie, bij de Michelangelo-tentoonstelling juist veel'', zegt Wiersma.

Met de hoeveelheid bezoekers gaat het dit jaar ook niet geweldig. Dat komt door de mooie zomer en, zo vermoedt Wiersma, doordat de museumjaarkaart van de NS geen volledige korting meer geeft. ,,We missen zo de mensen die even binnenlopen om te kijken wat er is te zien'', zegt Wiersma voorzichtig. Teyler ,,beperkt de schade door niet veel kosten meer te maken voor de tentoonstellingen'', en kijkt vooral vooruit.

De sponsoring begint van de grond te komen, zozeer dat Credit Suisse binnenkort een grote tentoonstelling voor zijn rekening neemt. De fondsen uit particuliere giften, waaruit aankopen worden betaald, doen het al langer behoorlijk. Vooral erfenissen bieden daarbij perspectief, zeker bij een museum dat op fietsafstand ligt van de goudkust rond Haarlem. ,,Van oudsher krijgt Teyler veel erfenissen, mogelijk doordat mensen weten dat hun nalatenschap niet bij de staat terechtkomt'', zegt Voogd. Volgens Wiersma moet je daarvoor ,,meer doen dan een folder neerleggen bij de notaris'' en is sprake van `relatiebeheer', want: ,,Alleen mensen die al iets hebben met het museum laten iets na.'' Een erfenis voor de erfenis van Teyler.

Dit is het tweede deel van een serie over de financiële huishouding van maatschappelijke voorzieningen en organisaties. De eerste aflevering verscheen op 27 oktober.