Dance-dj's blijven liever anoniem

Dj's zijn sterren, zo horen we nu al jaren. Ze zijn bijna net zo bekend als rocksterren. In de dance- en housemuziek is de dj in de loop van de tijd gepromoveerd van een eenvoudige platendraaier die op de achtergrond zorgde voor een genoegelijke nacht dansen tot een naam die prominent prijkt op affiches. Daar komt nog bij dat veel dj's zich niet beperken tot het draaien van andersmans platen, maar met behulp van samplers, drummachines en computers bestaande muziek omvormen tot iets dat nooit eerder te horen was. De dj is, kortom, een echte muzikant en volwaardig artiest geworden.

Maar al zijn de house- en rockcultuur naar elkaar toegegroeid, de videoclips bij house- en dancenummers wijken nog steeds af van die van rock- en `arrenbie'-sterren. Spelen grote rocksterren bijna altijd zelf de hoofdrol in hun videoclips, dance- en housemuzikanten houden zich het liefst op de achtergrond of zijn zelfs onzichtbaar. In filmpjes bij recht-toe-recht-aan beukhouse zijn de dj's nog wel zichtbaar. We zien ze ten overstaan van een meute dansers druk in de weer met draaitafels en koptelefoons die ze bij voorkeur tegen één oor gedrukt houden. Maar zelfs zij beseffen dat het kijken naar dergelijke handelingen saai is, en dus wisselen ze de beelden van zichzelf meestal af met die van mooie dansende meisjes in close-up.

De wat verfijndere dance-muzikant houdt zich bij voorkeur schuil achter beelden. Zo is de Engelsman Fatboy Slim nooit te zien in zijn clips, maar laat hij mensen als Spike Jonze filmpjes regisseren die weinig of niets te maken hebben met de muziek. En het Franse duo Daft Punk gaat in zijn laatste videoclips schuil achter een tekenfilm die zich in de verre toekomst afspeelt. De filmpjes van Fatboy Slim en Daft Punk zijn net zo anoniem als vroeger de dj's.

Op de tv laat de zender aan het begin van de clip even zien hoe het nummer heet en van wie het is – niet alle videoclipstations hebben de goede gewoonte om ook aan het einde nog even de feitelijke gegevens te herhalen.

Zo kwam het dat ik de briljante `videoclip met de ansichtkaarten' al een paar keer gedeeltelijk had gezien zonder te weten wie de makers waren. Herhaaldelijk had ik ademloos gekeken naar de eindeloze tocht van een camera door een wereld van `boring postcards' van anonieme kruispunten met flats, après-ski-taferelen uit wintersportplaatsen, zonnige zwembaden en familiekiekjes, allemaal uit de jaren zeventig. De clip heeft iets van het Droste-effect. Je ziet een ansichtkaart van een winterlandschap, de camera zoomt in op, zeg, een groene dennetak, de camera zoemt weer uit en het groen van de tak blijkt te zijn veranderd in het groen van een kamerplant in een jaren-zeventig-interieur. Enzovoort, enzovoort.

De beelden van de clip boden geen enkel aanknopingspunt voor de identiteit van de makers. Ook de muziek was niet direct herkenbaar. De voortkabbelende meligheid deed een beetje denken aan Air. Of waren het misschien de Nederlanders Arling en Cameron? Of was het een of ander Berlijns dance-duo – de ansichtkaarten hebben wel iets Duits. Pas na vijf keer kijken zag ik het: het was het nummer Eple van het Noorse duo Röyksopp.