BaMa-circus is gerommel in de marge

Iedere universitaire studierichting is bezig haar eigen bachelors- en mastersprogramma's op te zetten. Dit levert tot nu toe echter niet meer op dan chaos en een gevecht om poen en macht, meent Anton C. Zijderveld.

Met zijn Europese collega's tekende minister Hermans niet lang geleden in Bologna een verklaring waarin werd afgesproken dat de universiteiten in de Europese Unie op korte termijn de Angelsaksische tweefasenstructuur zouden invoeren. Een undergraduate opleiding zou na drie jaar met een bachelor of arts (Ba)-graad afgesloten worden. Gekwalificeerde studenten zouden dan vervolgens in een tweede fase een graduate-opleiding kunnen volgen die met een master of arts (Ma) zou worden bekroond. Wetenschappelijke bollebozen kunnen dan verder opgaan voor een doctoraat.

Dat klinkt mooi, maar heeft inmiddels geleid tot allerlei verwarring en onduidelijkheid. Gevreesd moet worden dat dit alles, net als vorige zogenaamde universitaire vernieuwingen, zal leiden tot veel vergaderen, vele plannen en rapporten, vele ambtelijke rompslomp en weinig inspiratie voor studenten en docenten.

BaMa heet inmiddels dit nieuwe bachelor-master systeem. Op dit moment is zo ongeveer iedere studierichting bezig haar eigen bachelors- en mastersprogramma's op te zetten met als gevolg dat er een chaotische wildgroei aan graden aan het ontstaan is. Iedere universiteit en daarbinnen weer iedere faculteit en studierichting probeert zoveel mogelijk Ba's en Ma's binnen te halen. Wegens de bekostiging van dit alles wordt geroepen dat een Ba van drie jaar geen volledige universitaire opleiding is en dat de Ma voor de eigen studierichting ten minste twee jaar moet zijn om in de Angelsaksische wereld als volwaardige graduateopleiding te kunnen gelden. Daarom moet de universitaire studie zeker vijf in plaats van de huidige vier jaar duren. En dat moet dan natuurlijk door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bekostigd worden.

Die weigert dat en zo gaat de discussie over universitaire hervorming weer eens in de eerste plaats over geld. Niet over inhoud, over kwalitatief hoogwaardig onderzoek en onderwijs, maar over de prangende vraag wie wat hoeveel en hoe aan wie betaalt. Niet de docenten en onderzoekers die, zo zou je denken, toch de kern van de universiteit uitmaken, maar de bestuurders en hun ambtenaren voeren het hoogste woord in dit debat over poen en macht. De docenten en onderzoekers zijn bang de (financiële) boot te zullen missen en geven zich over aan het vergaderen over BaMa en proberen voor eigen studierichtingen zo aantrekkelijk mogelijke BaMa-profielen te maken.

Intussen wordt vergeten dat we met al deze BaMa-programma's nogal ver verwijderd raken van het Angelsaksische undergraduate-graduate systeem, wat toch de bedoeling van de Bolognaverklaring was. Zouden we die echt gaan navolgen, dan zou nagenoeg ons hele wetenschappelijke onderwijs op de schop moeten. Zo is om te beginnen een bachelorsgraad in de Angelsaksische wereld een volledig diploma, waarmee men in de maatschappij aan de slag kan gaan. Vooral de bachelor of arts heeft een brede, academische opleiding genoten. Men schrijft zich in een liberal arts college in, niet zoals bij ons in een bepaalde faculteit. Een breed scala aan merendeels verplichte cursussen wordt gevolgd, al zal men na het eerste jaar wel voor een wat meer toegespitst pakket kiezen dat een zogeheten major vormt.

Men studeert dus niet af als psycholoog, econoom, socioloog, historicus, of jurist, maar als bachelor of arts met een bepaald disciplinair accent, de major. Overigens is hierdoor ook de financieringsstructuur geheel anders dan bij ons. Studenten `kopen' hun cursussen bij de verschillende departementen die dus niet, zoals bij ons, relatief gesloten faculteiten vormen, maar eerder leveranciers van cursussen zijn. (Overigens: faculty betekent in Amerika docentencorps.) Omdat diverse cursussen verplicht zijn, kunnen de verschillende departementen rekenen op een relatief stabiele financiering van hun docentencorps.

De tweede fase is in de Angelsaksische wereld bestemd voor academisch gekwalificeerde studenten uit de eerste fase. Ze moeten naar een plaats in een graduate school solliciteren en daaraan is na een doorgaans strenge selectie vaak ook een assistentschap (vergelijkbaar met onze aio-positie) verbonden. Hier worden ze opgeleid tot een Ma-graad, of een doctoraat (PhD).

Graduate schools bieden vooral professionele opleidingen aan op hoogwaardig academisch niveau: de dental, medical, divinity, business en zelfs nursing schools, waarin wetenschappelijk en hogerberoepsonderwijs geïntegreerd worden. Daarbij mag nooit vergeten worden dat er een strenge kwalitatieve hiërarchie in colleges en universities bestaat. Wie bijvoorbeeld in Amerika een Ba-, Ma- of PhD-graad heeft behaald, moet er altijd bij vertellen aan welke instelling dat is gebeurd. Er zijn in de Angelsaksische wereld vele academische parels, maar vaak nog meer instellingen die wetenschappelijk een dubieus gehalte hebben.

Wat moet er gebeuren, indien we echt de Angelsaksische tweefasenstructuur zouden invoeren? Om te beginnen zouden we echte undergraduate colleges moeten krijgen die tot een volwaardige Ba-graad opleiden. Overigens bestaat dat al in Utrecht, waar het University College naar Angelsaksische snit is opgezet – met campus en al. Maastricht en Twente zijn bezig dit goede voorbeeld te volgen. Vervolgens zullen we onze faculteitenstructuur kritisch onder de loep moeten nemen, want die past niet in de Angelsaksische BaMa-structuur. Een bachelor geschiedenis, sociologie, bestuurskunde of economie is geen bachelor of arts (Ba).

Verder zullen we de bestaande verhouding tussen wetenschappelijk onderwijs (wo) en en hoge beroepsonderwijs (hbo) moeten herijken. De Angelsaksische Ba-opleiding is generalistisch en academisch, de Ma-opleiding specialistisch en praktisch. Onze onderscheiding tussen wetenschappelijk onderwijs en hbo loopt daar dwars doorheen. Bovendien zijn in een Angelsaksisch systeem faculteiten geen disciplinaire bastions waarvoor studenten zich moeten inschrijven, maar departmenten die cursussen leveren waarvoor studenten betalen.

Met ons systeem van studiefinanciering zou er met vouchers gewerkt moeten worden. Overigens, juist omdat ze voor hun cursussen betalen, waarvoor ze in de zomervakanties en in de vrije tijd geld moeten verdienen, werken Amerikaanse studenten doorgaans veel harder en worden hun docenten gedwongen het uiterste van zichzelf te geven. Deze incentives zijn in ons universitaire bestel afwezig.

BaMa lijkt nu nog te veel op het vroegere kandidaats- en doctoraal systeem om door de Angelsaksische wereld geaccrediteerd te kunnen worden. De bestaande organisatie- en financieringsstructuren en de vastgeroeste faculteitencultuur zullen een transformatie in de richting van de Angelsaksische tweefasenstructuur geducht in de weg staan. Vooralsnog blijft het hele BaMa-circus gerommel in de marge.

Prof.dr. A. C. Zijderveld is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. Bovenstaande tekst is de verkorte versie van de lezing, vandaag uitgesproken, voor het jaarcongres van de HBO-raad.