Bach

Bach is en blijft het centrum van de westerse muziek, ook voor musici met instrumenten waarvoor Bach (1685-1750) geen muziek schreef. De gitaar bijvoorbeeld, of de saxofoon, pas gepatenteerd in 1846 door Adolphe Sax. Saxofonist Henk van Twillert kwam eerder dit jaar met zijn opname van Bachs Zes suites voor cello solo, nu zijn er de koraalpartita's voor orgel, gespeeld door het Vlaamse Blindman Saxofoon Kwartet. En Esther Steenbergen speelt de eerste drie van de Zes suites voor cello solo op een naar beneden verstemde basgitaar.

De orgelpartita's beginnen met een verrassing: de solo-saxofoon herinnert aan de cd die de Noor Jan Gabarek opnam met het Hilliard Ensemble: een Keltische sfeer van `oer' en mythische folkmuziek. Het vervolg klinkt bij het saxofoonkwartet dan weer plotseling als een echt oud mystiek orgeltje. Dat is eventjes verbazend, maar toch ook weer vanzelfsprekend. Een orgel is immers ook een blaasinstrument, een verzameling houten en metalen fluiten – het `Instrument Gottes' volgens Anton Bruckner. Toch heeft Bach hier ander karakter: het mechanische is eraf, de met de mond geblazen aanzet van de tonen is op de rietinstrumenten geleidelijker, gevoeliger, omzichtiger, eerbiediger. Dat mag ook wel als men Bach speelt op saxofoon.

Ook op de zessnarige gitaar verandert de Bach van de viersnarige cello: de noten klinken pizzicato in plaats van gestreken met een afwisseling van los en legato. Toch is het resultaat bij Esther Steenbergen, lid van het Amsterdams Gitaar Trio, passender en getrouwer dan wat de Japanner Kazuhito Yamashita ooit deed: de hele Symfonie nr 9 (`Uit de nieuwe wereld') van Dvorák op één gitaar! Die noodgreep illustreert het curieuze gebrek aan gitaarrepertoire.

Blindman Saxophone Quartet: Blindman 157675-2 (distr. Universal) Esther Steenbergen: Sino 01-2 (e mail: cds@sinoprodukties.demon.nl)

    • Kasper Jansen