VS voeren steun aan de Afghaanse oppositie op

De Amerikaanse regering heeft haar militaire steun aan Afghaanse oppositiegroeperingen opgevoerd met luchtsteun en het afwerpen van munitie.

In de Verenigde Staten zelf is een vliegverbod afgekondigd in een straal van twintig kilometer rond meer dan tachtig kerncentrales. Het verbod, dat volgt op een waarschuwing van het Amerikaanse ministerie van Justitie voor mogelijk nieuwe aanslagen, duurt een week.

De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld heeft gisteren gezegd dat tachtig procent van de luchtaanvallen die gisteren zijn uitgevoerd gericht was op frontlinies van de Talibaan in Kabul en Mazar-i-Sharif. Verder hebben Amerikaanse vliegtuigen maandag voor het eerst munitie afgeworpen boven gebied dat in handen is van de oppositionele Noordelijke Alliantie.

De hulp aan de Noordelijke Alliantie duidt op een koerswijziging in Washington, dat openlijke steun aan de oppositie tot dusver uit de weg is gegaan. De VS zijn zich bewust dat een toekomstig bestuur onder leiding van de Alliantie onacceptabel is voor de Pathanen, de grootste etnische groep in Afghanistan. Een regeringsfunctionaris in Washington heeft vandaag tegenover de Amerikaanse krant International Herald Tribune gezegd dat de VS de inname van strategisch belangrijke steden steunen, zonder overeenstemming over de vorming van een interim-bestuur na de eventuele val van de Talibaan af te wachten.

Minister Rumsfeld heeft voor het eerst toegegeven dat Amerikaanse militairen in Noord-Afghanistan aanwezig zijn om aanvallen vanuit de lucht te coördineren met troepen van de Noordelijke Alliantie. Het gaat om ,,een zeer bescheiden aantal grondtroepen'', aldus Rumsfeld. Eerder deze maand had de Alliantie al melding gemaakt van de komst van Amerikaanse militairen in Noord-Afghanistan. Volgens Rumsfeld is ,,de effectiviteit'' van de luchtaanvallen op stellingen van de Talibaan door de aanwezigheid van die grondtroepen toegenomen.

Over de mogelijke inzet van nieuwe commando-eenheden heeft Rumsfeld niets gezegd. Anonieme bronnen binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie hadden daarover gesproken. Van de eenmalige commandoactie op 20 oktober is inmiddels bekend dat die niet veel heeft opgeleverd. Amerikaanse commando's zouden op veel weerstand zijn gestuit en de inval in kantoren van mullah Omar, de leider van de Talibaan, zou niet de documenten hebben opgeleverd waarop de Amerikaanse inlichtingendiensten hadden gehoopt.