Vredesplan Burundi gaat in zonder vrede

Met de instelling van een overgangsregering begint morgen de uitvoering van het vredesakkoord voor Burundi. Intussen woedt de burgeroorlog verder.

In Burundi begint morgen de uitvoering van een vredesplan zonder dat er vrede is. Een overgangsregering moet hervormingen doorvoeren waar sommige partijen faliekant tegen zijn. Ruim zevenhonderd Zuid-Afrikaanse troepen gaan terugkerende politieke ballingen beschermen in de hoofdstad Bujumbura, waar in de buitenwijken iedere avond geschoten wordt.

Optimisten zijn dun gezaaid bij het vredesproces in Burundi. Vredesstichter Nelson Mandela, die de afgelopen twee jaar alle ruziënde partijen steeds weer naar de onderhandelingstafel moest jagen, is een uitzondering.

Burundi wordt al dertig jaar geplaagd door chronische politieke instabiliteit die gepaard gaat met rondes van etnische zuiveringen. In de afgelopen tien jaar vielen daarbij een geschatte 200.000 doden. De Hutu's vormen met 85 procent de overgrote meerderheid van de bevolking maar zijn gemarginaliseerd in het leger, het staatsapparaat en in het onderwijs. Een Tutsi-minderheid vormt sinds mensenheugenis de politieke elite van het land.

In het verziekte politieke klimaat, waarbij haat- en wraakmotieven tussen Hutu's en Tutsi's de boventoon voeren, verzetten radicale Tutsi's zich tegen een machtsdeling. Op hun beurt willen gefrustreerde Hutu's de volledige macht en weigeren concessies aan de minderheid. Zowel het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger als de Hutu-rebellen gebruiken terreur in hun strijd.

Mandela zette ruim een jaar geleden groot politiek geschut in om de ruziënde Burundese partijen na jaren van onderhandelingen tot een overeenkomst te dwingen. Zelfs de Amerikaanse president Clinton kwam vorig jaar in het Tanzaniaanse Arusha toezien hoe negentien Burundese partijen een vredesverdrag ondertekenden. Maar Burundese politici laten zich niet zo makkelijk de wet voorschrijven door buitenlanders. Iedere delegatie maakte bezwaren in de kantlijn van het verdrag. In de komende maanden zullen al die opmerkingen opnieuw ter discussie komen.

De overgangsregering wordt gedomineerd door de belangrijkste Hutu-partij Frodebu en de voornaamste Tutsi-partij Uprona. Ze heeft een mandaat van drie jaar. De eerste achttien maanden wordt het land geleid door de huidige president Pierre Buyoya, een gematigde Tutsi van Uprona. Zijn vice-president is Domitien Ndayizeye, een Hutu van Frodebu, die na anderhalf jaar president wordt. De verdeelsleutel in de regering en het parlement is 60 procent Hutu's, 40 procent Tutsi's. In de Senaat is de verhouding gelijk. Er is een tijdelijke grondwet van kracht en voor de overgangsperiode geldt een tijdelijke amnestie. Van genocide beschuldigde politici kunnen later alsnog worden berecht.

Aan de eeuwenoude dominantie door de Tutsi's komt met deze overeenkomst nog geen einde. Over verdeling van posten in bijvoorbeeld het gerechtelijke apparaat moet de komende drie jaar worden onderhandeld. Burundi kende jarenlang een officieuze vorm van apartheid. Bij massaslachtingen in 1972 werden systematisch alle opgeleide Hutu's uitgemoord. Jarenlang bestond er een wet die het onmogelijk maakte om mannen korter dan 175 centimeter in het leger op te nemen, waardoor de gedrongen Hutu's uitgesloten bleven van de strijdkrachten.

De Tutsi-elite verzekerde zich door de controle van het leger van haar hegemonie in de politiek en de economie. Hervorming van de strijdkrachten is daarom essentieel. Volgens het akkoord van Arusha gaat het nieuwe leger uit 50 procent Hutu's en 50 procent Tutsi's bestaan. Een grondige reorganisatie van de strijdkrachten blijft echter onmogelijk zolang sommige Hutu-organisaties weigeren zich neer te leggen bij het akkoord en de burgeroorlog dus voortduurt. ,,Zonder een snel staakt-het-vuren, kan dit vredesakkoord niet werken'', concludeert daarom een waarnemer.

De oorlog in Burundi heeft zich altijd gekenmerkt door aanvallen van Tutsi-regeringssoldaten op Hutu-burgers of van Hutu-rebellen op Tutsi-burgers. Een fragiele coalitieregering van Hutu's en Tutsi's zal op haar grondvesten schudden bij nieuwe etnische bloedbaden. Dergelijke moordpartijen zullen onmiddellijk de nooit gebluste haat en het wantrouwen aanwakkeren en de gematigde politici isoleren die het vredesakkoord moeten uitvoeren.

De radicale Tutsi's zijn verenigd in vijf kleine partijen en hebben sympathisanten binnen het leger. Twee mislukte militaire staatsgrepen dit jaar tonen aan hoe ver hun invloed reikt. Zij verzetten zich tegen de komst van de 700 Zuid-Afrikaanse bodyguards en zijn bereid hen `fysiek te bestrijden', zoals een Tutsi-leider het eerder deze week uitdrukte.

De radicale Hutu's kunnen terugvallen op de gewapende verzetsbewegingen. Zij eisen meer politieke posten en meer hervormingen ten gunste van de Hutu's. Sommigen willen helemaal geen vrede. Voor enkele facties van de gefragmenteerde rebellengroepen lijkt het voordeliger om te blijven vechten, vooral in het naburige Congo, waar veel geld te verdienen valt met plunderingen en illegale ontginning van grondstoffen.