Voorzichtige president Bush is goede leerling van Talleyrand

Van verschillende kanten komt kritiek op het Amerikaanse optreden in Afghanistan. Sommigen pleiten voor stopzetting van de bombardementen. Maar die zijn nodig als voorbereiding voor de onvermijdelijke grondoorlog, vindt Arend Jan Boekestijn.

De operatie Enduring Freedom komt onder steeds meer druk te staan. Na vier weken bombarderen blijkt dat de Talibaan nauwelijks terrein hebben verloren. Geen enkele Talibaanleider is overgelopen. De elitetroepen zijn er niet in geslaagd om ook maar één leider van de Talibaan te vermoorden. En dat terwijl de Talibaan zelf wel in staat waren om een frontsoldaat van de anti-Talibaanbeweging, Abdul Haq, uit de weg te ruimen. Neen, het is geen leuke week geweest. De gedachte dat de top van de Talibaan nog steeds ongedeerd in een grot zitten en er ongetwijfeld via het internet lustig op los chatten met terroristen in de Verenigde Staten en Europa is onverdraaglijk.

Kritiek op de Amerikaanse regering komt van drie kanten. In de eerste plaats komt er kritiek uit de moslimwereld, die de bombardementen altijd al heeft verworpen en nu hoopt dat de tegenvallende militaire resultaten zullen leiden tot spoedige beëindiging ervan. In de tweede plaats zijn er altijd voldoende duiven in Europa te vinden die de gedachte niet kunnen verdragen dat het rijkste land van de wereld het armste land aanvalt. Ook zij hopen dat Bush de bombardementen inruilt voor diplomatie. Tot slot groeit het aantal haviken in de Verenigde Staten die de teleurstellende militaire resultaten aangrijpen om te pleiten voor een massale aanval met grondtroepen.

Zijn de argumenten van deze drie groepen zo overtuigend dat Bush zijn beleid moet bijstellen?

Laten we maar beginnen met de kritiek uit de moslimwereld. De politieke islam is hopeloos verdeeld. De vertegenwoordigers van de islam in de Verenigde Staten hebben zich vrij snel achter hun president geschaard. Elders hebben de islamitische leiders veelal zowel de aanval op de Twin Towers als de Amerikaanse bombardementen veroordeeld. Dat was vreemd, omdat het hier ongelijksoortige acties betrof. In het eerste geval ging het om een terroristische daad en in het tweede geval om vergelding. Het eerste is verwerpelijk, het tweede is dat niet.

Vervolgens zijn er feiten aan het licht gekomen die de suggestie wekken dat de islam niet in alle gevallen een religie is die vreedzame samenleving met het Westen voorschrijft. De New York Times onthulde dat schoolkinderen in Saoedi-Arabië nog steeds leren dat zij niet-moslims als hun vijand dienen te beschouwen en slechts loyaliteit aan elkaar verschuldigd zijn. Eveneens blijkt dat Saoedi-Arabië de belangrijkste oprichter was van de Talibaan en tevens het grootste deel van de financiering voor zijn rekening nam. Daarbij komt dat vijftien van de kapers Saoedi's waren. Tenslotte had de koninklijke familie in Saoedi-Arabië geen enkel probleem met fondsenwerving voor Bin Laden zolang het geld niet werd gebruikt om hun eigen machtspositie te ondermijnen. Het was toch aardig geweest als de leider van Saoedi-Arabië, tevens de bewaker van de heilige moslimplaatsen, ons nog eens had uitgelegd dat de islam een vreedzame religie is die niets tegen het Westen heeft. Hij verkoos echter radiostilte.

Bush was ruimhartiger. Hij heeft in menige toespraak gezegd dat zijn land niet in oorlog is met de islam, maar met het terrorisme. Hij heeft ook benadrukt dat Allah een tolerante religie predikt die geen animositeit met het Westen kweekt. Nu sommige Moslimleiders het kennelijk niet nodig vonden om dit laatste punt nog eens te benadrukken, wordt het ons niet gemakkelijker gemaakt om onbevangen naar hun kritiek te luisteren op de Amerikaanse bombardementen op Afghanistan.

Over de kritiek van de Europese duiven kunnen we kort zijn. Zij menen dat de bombardementen in Afghanistan alleen maar nieuwe Bin Ladens zullen produceren. Het is inderdaad niet uitgesloten dat Westerse militaire acties het terrorisme zullen aanwakkeren. Maar de duiven vertellen ons niet hoe de terroristische netwerken dan wel aangepakt kunnen worden. We kunnen toch niet als Diogenes in een ton blijven zitten? De bombardementen alleen leiden waarschijnlijk niet tot de vernietiging van het terrorisme, maar zij hebben wel het voordeel dat elke schurkenstaat in de wereld nu weet dat het bevorderen van terrorisme kan leiden tot een regen van kruisraketten. Dat lijkt mij al reden genoeg om het te doen.

De kritiek van de Republikeinse haviken snijdt meer hout. Charles Krauthammer en William Kristol schrijven in de Washington Post dat de slechte militaire resultaten te wijten zijn aan Bush's halfslachtige strategie. Net als tijdens de Vietnamoorlog, lopen de politici de generaals voor de voeten. In Vietnam moesten de militairen vaak de bombardementen onderbreken omdat anders de politici de steun van het volk dreigden te verliezen. Colin Powell zwoer toen dat de levens van Amerikaanse soldaten nooit meer zouden worden opgeofferd voor politieke doeleinden. Nu doet Powell hetzelfde.

De Amerikanen stopten met het bombarderen van de Talibaanstellingen tegenover de Noordelijke Alliantie omdat Pakistan met de laatste niet goed kan opschieten. Er wordt veel geld en tijd gestopt in voedseldroppings en in het weerleggen van Talibaanclaims dat er burgerslachtoffers zijn gevallen, terwijl men die energie ook aan de oorlogsinspanning zou kunnen geven. Bush is zo bang dat de coalitie uiteenvalt dat hij kiest voor inspraak en proportionaliteit. Terwijl de oude Powelldoctrine een overweldigende macht voorschrijft om de overwinning veilig te stellen, kiest Bush voor een voorzichtige aanpak en is het dus niet merkwaardig dat de militaire resultaten tegenvallen. En dat terwijl Bin Laden de volgende terroristische actie voorbereidt.

In tegenstelling tot de Europese duiven bieden de Amerikaanse haviken wel een alternatief: een massale aanval met grondtroepen, opdat het Talibaanregime snel kan worden vervangen. Bovendien willen zij ook Irak aanpakken, aangezien Saddam Hussein eveneens terroristen steunt.

Hier zit wat in. Indien men werkelijk terroristische netwerken wil vernietigen, dan is een grondoorlog onvermijdelijk. Op den duur is ook een confrontatie met Irak onvermijdelijk. De VN heeft twee jaar geleden de wapeninspecties in Irak stopgezet, en Saddam heeft dus in alle rust verder kunnen werken aan zijn biologische en chemische wapens. De mogelijkheid dat hij deze middelen verstrekt aan terroristen is niet denkbeeldig. Tenslotte: indien de Amerikanen Irak onberoerd laten, dan zendt dit het verkeerde signaal naar de Arabische wereld. Juist in Arabische kringen waar machtsvertoon meer dan waar dan ook respect afdwingt, zal een weigering van Bush junior om het werk van senior af te maken als een teken van zwakte worden uitgelegd. En dat zal het terrorisme alleen maar versterken.

Er zijn drie redenen voor Bush om geen haast te maken met een grondoorlog en acties tegen Irak. In de eerste plaats maken langdurige bombardementen de Talibaan zo zwak dat zo min mogelijk Amerikaanse soldaten hun leven verliezen tijdens de onvermijdelijke grondoorlog. De invasie in Normandië tijdens de Tweede Wereldoorlog werd om deze reden ook een aantal keren uitgesteld.

In de tweede plaats is het altijd verstandig om prioriteiten te stellen. Eerst de operatie in Afghanistan laten slagen. Dat is al moeilijk genoeg. Daarna kunnen we ons richten op Irak. Tenslotte is het verstandig om zo lang mogelijk de coalitie in stand te houden. Amerika is een supermogendheid maar zelfs zijn reserves en mogelijkheden zijn beperkt, zeker in het geval van een guerrilla.

De conclusie is evident: Bush junior heeft nog geen fout gemaakt. Tot nu toe is hij erin geslaagd om zowel te bombarderen als de coalitie in stand te houden. Dat is een majeure prestatie. Hij heeft meer zelfbeheersing dan de conservatieve Republikeinen, legt het gratuite moralisme van de Europese duiven naast zich neer en onthoudt zich van elke vorm van kritiek op de islam. Surtout pas trop de zèle zei Talleyrand. Bush toont zich een goed leerling.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht.