...tot steen des aanstoots in het kabinet

De kans dat Nederland meer te weten komt over de inzet van clusterbommen in Afghanistan is gering. Volgens Buitenlandse Zaken had premier Kok deze lade beter gesloten kunnen houden.

`Clusterbom' is de naam van de algemene ongerustheid in politiek Den Haag over het verloop van de oorlog in Afghanistan. PvdA, D66 en GroenLinks hebben er gisteren tijdens de begrotingsbehandelingen Defensie en Buitenlandse Zaken vragen over gesteld: of het waar is dat de Amerikanen dit wapen inzetten in gebieden waar ook burgers wonen, en of de Nederlandse regering daar niet tégen is.

Een zekere gelijkhebberigheid is aan die vragen niet vreemd: Nederland heeft zich – na de oorlog in Kosovo waarbij de clusterbom eveneens inzet werd van binnenlands politiek debat – door de ratificatie van het Verdrag van Ottawa eraan verbonden clusterbommen met landmijnen niet meer in te zetten, terwijl de Amerikanen dit verdrag niet hebben geratificeerd.

Dat deze vragen vandaag en morgen in de Kamer zullen worden beantwoord door de ministers De Grave (Defensie) of Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) is zeer onwaarschijnlijk. De clusterbom heeft zich eind vorige week, toen minister Pronk (Ruimtelijke ordening) het gebruik ervan aan de orde stelde in het kabinetsberaad, namelijk al tot een steen des aanstoots binnen het kabinet ontwikkeld.

Nadat Pronk de zaak aan de orde had gesteld, merkte premier Kok op dat ,,het goed zou zijn'' als De Grave eens iets zou vernemen over de inzet van de clusterbom in Afghanistan. Hoewel er dus van een verzoek in formele zin geen sprake was – benadrukken zegslieden rond de premier – heeft De Grave zich bereid verklaard daar ,,op zijn eigen tijd en wijze'' eens naar te informeren.

Indien de minister van Defensie al iets substantieels zou vernemen van de Amerikanen – wat onwaarschijnlijk is – dan zal De Grave zich echter wel wachten daarvan zelf in de Kamer melding te maken. Het is premier Kok die de clusterbom – middels een mededeling aan journalisten tijdens zijn reis naar Pakistan – heeft ingebracht in het publieke debat, dus dan mag premier Kok ook verder de kastanjes uit het vuur halen, is de redenering bij Defensie en – in sterker mate nog – Buitenlandse Zaken.

Want ofschoon er van een politiek incident nooit sprake is geweest, had Nederland kort na 11 september in het diplomatiek verkeer al enige diplomatieke irritatie van de Amerikanen naar zich toe getrokken, bij het vragen van een korte denkpauze toen in de Navo artikel vijf van het Navo-verdrag (een aanval op één is een aanval op allen) werd aangeroepen. Eerste contacten met Amerikaanse waarnemers in Den Haag wijzen op eenzelfde irritatie: die Hollanders toch, altijd iets te zeuren.

Dus zal De Grave zijn eventuele bevindingen over de clusterbom op zijn hoogst vrijdag aanstaande in de ministerraad aan Kok overbrengen. Dan moet die maar verder zien, wat hij er mee doet. Met name bij Buitenlandse Zaken is men van mening dat Kok – met zijn mededeling naar de pers – een lade heeft opengetrokken die beter gesloten had kunnen blijven.

Tot opluchting van het kabinet was de parlementaire discussie rond de vraag of een eventuele Nederlandse deelname aan militaire acties nu wel of niet vooraf door het parlement getoetst moest worden, juist wat verstomd – vooral omdat inmiddels wel zeker lijkt dat van zo'n deelname in de naaste toekomst geen sprake zal zijn. En nu dit weer.

Het probleem is niet, dat De Grave en Van Aartsen niet bereid zouden zijn naar vermogen de Tweede kamer te informeren over alles wat zij weten over de oorlog in Afghanistan. Hun voornaamste handicap is – nog even afgezien van de Amerikaanse irritaties – dat Nederland daadwerkelijk maar heel weinig weet. Die klacht is overigens niet specifiek Nederlands, zo valt in Den Haag uit goede bron te vernemen.

Alle partners van de VS in de Navo stellen zich dezer dagen hetzelfde ten doel: te weten te komen wat de Amerikanen in Afghanistan aan het doen zijn, en wat de bedoeling is, als het Talibaan-bewind eenmaal zal zijn verdreven. En zoals het in de diplomatie betaamt, proberen de landen van de Navo en de Europese Unie op het Amerikaanse beleid ook een zekere invloed uit te oefenen – de voortdurende verklaringen van solidariteit, ook van Nederland, hebben mede ten doel dit streven te bevorderen.

Erg ver komen de bondgenoten van de VS echter niet bij dit streven – aldus Haagse bronnen. De VS voeren in oorlog in Afghanistan geheel zelfstandig - afgezien van een tot nu toe voornamelijk symbolische bijdrage van Groot-Brittannië. En zij voelen bitter weinig behoefte, informatie te delen met de landen die aan de zijlijn staan, zelfs niet met grotere landen dan Nederland.