Technofeest houdt de idealen van de Franse Revolutie levend

Zwaaiend op zijn benen kotst Laurent een paar keer achter elkaar in de blubber waarin hij tot zijn enkels is weggezakt. Lionel, hoofd van de immer op rave-parties aanwezige humanitaire organisatie Médecins du Monde, komt net langs, hoort het kletsende geluid, maar kan het niet thuisbrengen. Hij loopt door en Laurent strompelt naar de uit tentdoek opgebouwde chill out-room, waar de schraal-ogende Loïc, ook al dronken, hem broederlijk een slok aanbiedt van zijn rumcocktail. Eigenhandig gemixt, meegebracht in een plastic frisdrankfles. Gaat het een beetje? Jaja, niks bijzonders, even een dip, weet je wel.

Drie- à vierhonderd raveurs kwamen opdagen, afgelopen zaterdag, op een braakliggend, naar koolzaad geurend terreintje aan de voet van de reusachtige vuilverwerkingsinstallatie aan de Quai d'Ivry, even buiten Parijs. ,,Een provocatie'', oordeelt het hoofd van het methadoncentrum van de Médecins. De `wilde' technofeesten worden volgens hem nooit binnen een straal van honderd kilometer van de hoofdstad gehouden. Dit gaat slecht aflopen, vreest hij. Halverwege de nacht ziet hij nog een andere dreiging. Al vier mensen zijn een kit komen halen, een pakketje met schone injectienaalden en toebehoren om veilig heroïne te spuiten. Als het maar geen dealers zijn die de wankelmoedigen in de chill out-room tot een shot willen verleiden.

Hij blijkt een pessimist. Van dealers is niets te merken, zo min als van de politie. Die controleert, volgens laatkomers, weliswaar de auto's in de omgeving, maar laat la teuf (een omkering, in het door jongeren gebezigde verlan van het woord 'fête') verder ongemoeid, tot het zondagochtend om tien uur een zachte dood sterft en de laatste teuffeurs vertrekken. Omdat er elders nog zeker tien andere feesten georganiseerd waren, was de opkomst te gering om werkelijke overlast te veroorzaken.

De rave, waarvan er volgens schattingen ruim honderdvijftig per jaar georganiseerd worden, is een heet hangijzer in de nationale Franse politiek en heeft de vorm aangenomen van een krachtmeting tussen vrijheidslievende jongeren en repressiebeluste autoriteiten. Een begin dit jaar ingediend wetsontwerp van minister Daniel Vaillant (Binnenlandse Zaken) dat de aanvraag van een vergunning verplicht stelde, werd inzet van demonstraties op straat en heftige discussies in het parlement. Vooral de PS, de socialisten (de grootste regeringspartij), vreesde in het zicht van de verkiezingen in het voorjaar de toorn van de jongeren, van wie een op de drie (tussen 17 en 19 jaar) volgens recent onderzoek weleens een rave heeft bezocht. Jack Lang, socialist en minister van Onderwijs en als zestiger nog altijd opmerkelijk populair onder jonge kiezers, brak een lans voor `een cultuur, een levensstijl', terwijl anderen de illegaliteit, de overlast en de onveiligheid van de feesten beklemtonen.

Slotsom van alle ingediende amendementen is de veiligheidswet, die de Assemblée vanmiddag naar verwachting met een overgrote meerderheid van stemmen zal goedkeuren. De organisatoren worden inderdaad verplicht vergunning aan te vragen, op straffe van een boete, maar met slechts tijdelijke beslaglegging op de geluidsapparatuur. Of die definitief wordt afgenomen – zoals oorspronkelijk de bedoeling was – wordt in het gewijzigde wetsvoorstel aan het oordeel van de rechter overgelaten.

In Nederland worden raveparties als een kwestie van openbare orde gezien, die onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheid valt. In het weliswaar decentraliserende Frankrijk maken de nog altijd sterke etatistische reflexen er een nationaal probleem van. Dat er drugs in het spel zijn – waarvan het de vraag is of het gebruik bestreden moet worden dan wel in goede banen geleid – speelt daarbij een belangrijke rol. Er zijn al dodelijke ongelukken gebeurd en naast de verhoogde waakzaamheid wegens de aanslagen in Amerika zette de dood, deze maand, van een 17-jarige jongen na afloop van een rave in Staatsburg wegens een overdosis xtc de discussie verder onder druk.

Zelfs president Chirac stond in het traditionele vraaggesprek met het staatshoofd op 14 juli uitgebreid stil bij de technocultuur. Die had `een charme', vond ook hij, maar in de verplichtingstelling van een vergunning, zoals die voor alle publieke bijeenkomsten geldt, zag hij `alleen maar voordelen'. Wat de president over het hoofd zag, was de essentie van juist de geprezen charme. Die wordt bepaald door het `wilde' karakter van de feesten en die wordt geweld aangedaan door juist de aanvraag van een vergunning.

,,Het vrijheid, gelijkheid en broederschap van de Republiek is een dode letter'', oordeelt Loïc, tuinman van beroep en, gezien zijn dronkenschap, opmerkelijk welbespraakt. ,,Wij doen geen kwaad, maar vooral sinds 11 september doet men zijn best om ons als terroristen af te schilderen. Het is hier niet comfortabel, in die blubber en in de kou, maar het alternatief is een nachtclub, waar patsers het deurbeleid bepalen en waar geld, geld en nog eens geld de dienst uitmaken. Juist dit is waar onze natie de revolutie voor ontketend heeft. We zijn hier als vrienden onder elkaar, er is geen agressie, we zijn één grote familie. Het is een schande, dat dit land dit niet verdraagt.''