Rechter zet vaart achter slepende diamant-zaak ABN Amro

De rechtszaak rond een van de grootste bankfraudes, bij het ABN Amro-filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat, nadert zijn einde. Veel hangt af van een getuige die te ziek zou zijn om voor de rechter te verschijnen.

Wanneer is iemand zó ziek dat hij geen getuigenis voor de rechtbank kan afleggen? Dat is een vraag die nu al jaren speelt in de fraudezaak rond het ABN Amro-filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat. Gisteren, tijdens de rechtszitting tegen vier ex-medewerkers van de bank, kwam de kwestie wéér aan de orde.

Het gaat allemaal om een voormalige werknemer van Concern Veiligheidszaken (CVZ) van ABN Amro. Deze oud-politieman, zoals CVZ er overigens meer in dienst heeft, speelt een opmerkelijke rol in het dossier, althans als je de verklaring van hoofdverdachte Peter S. mag geloven. Hij was accountmanager op het kantoor in de Sarphatistraat dat veel buitenlandse klanten uit de diamantwereld had. Via het `diamantfiliaal' werd een uitgebreid systeem van nummerrekeningen gehanteerd. S. werd, zo is zijn verhaal, in de luren gelegd door Libanese cliënten en geconfronteerd met grote debetstanden op de rekeningen. Toen hij, via allerlei vreemde overboekingen, probeerde de schade weg te poetsen, liep de zaak uit de hand en veroorzaakte hij een strop van zo'n 180 miljoen gulden. Drie collega's, die ook terecht staan, zouden medeplichtig zijn.

In oktober 1996 kwam de fraude uit en biechtte S. alles op. Daarbij zou de CVZ-man hem hebben verzekerd dat er geen aangifte zou worden gedaan. Toch gebeurde dat wèl, zij het bijna vijf maanden na de ontdekking van het misdrijf. Oorzaak daarvan, vermoeden advocaten, was het uitlekken van de zaak. Volgens hen wilde de bank de affaire oorspronkelijk in de doofpot houden en laat men nu vier barbertjes hangen. Onzin, getuigde bestuursvoorzitter R. Groenink in april dit jaar: ,,Mijn mening was dat binnen een aantal weken al aangifte had moeten worden gedaan.''

Om antwoord op de vraag te krijgen waarom CVZ tegen S. wat anders zei, heeft de verdediging geprobeerd om de voormalige CVZ-man te horen. Ook de rechter-commissaris zag er de noodzaak van in, maar het kwam nooit verder dan een schriftelijke verklaring omdat de man ziek zou zijn. De rechtbank gelastte enkele maanden geleden opnieuw een getuigenis. Ook die leek gistermiddag schipbreuk te leiden. Vice-presidente E. van Schaardenburg-Louwe Kooijmans kreeg een brief van de ABN Amro-bedrijfsarts, die het ,,onverantwoord'' acht dat de man getuigt. Maar Van Schaardenburg drukte door: ,,We moeten het toch maar proberen'', vond zij. Zo sloeg de rechtbank nog wat spijkers met koppen. Ze gelastte het vrijgeven van documenten en plande nog een aantal getuigenissen bij de rechter-commissaris in.

Het is meer dan vijf jaar geleden dat de fraudezaak werd ontdekt. Toch is het OM er nog steeds niet in geslaagd een helder beeld te scheppen van de feiten. Zo is het bewijs voor betrokkenheid van twee verdachten bij een dubieuze overboeking naar Thailand mager. Ook de status van een schuldverklaring van 60 miljoen dollar door een van de Libanese cliënten is twijfelachtig. Daarnaast leven er vragen over de verklaring van hoofdverdachte S.

De onduidelijkheden hebben vooral te maken met het niveau van het onderzoek. Justitie heeft maar weinig zelfstandig naspeuringen gedaan. Het overgrote deel van het dossier, met name het verhaal van S. en de verdachte transacties, is gebaseerd op de bevindingen van CVZ. Ondertussen betracht ABN Amro maar mondjesmaat openheid over de zaak. Documenten of rapporten worden, voorzover ze aanwezig zijn, vaak pas na aandringen van de rechtbank overhandigd. Vanuit de bank geen onbegrijpelijke opstelling. ABN Amro is slachtoffer, maar staat óók ongewild in de schijnwerpers vanwege de afhandeling van de zaak en omdat de fraude mogelijk bleek. De affaire, waarbij pijnlijk duidelijk werd dat de interne controle tekort schoot, is een zaak met hoge reputatieschade waarvan zo veel mogelijk details binnenskamers moeten blijven.

Minder begrijpelijk blijft de opstelling van het OM, dat in het onderzoek weinig onafhankelijk van de bank opereerde en ABN Amro niet bepaald kritisch bejegende. Diverse `risicovolle' getuigen voor de bank werden door het OM ontraden en de druk om documenten te leveren was zwak. Aanwijzingen van fiscale ontduiking via de nummerrekeningen werden niet serieus onderzocht. Overtreding van de wet Meldpunt Ongebruikelijke Transacties werd niet vervolgd omdat ABN Amro alsnog de meldingen had gedaan.

De rechtbank lijkt ondertussen vaart in de strafzaak te willen brengen. Van Schaardenburg plande gisteren voor begin december nog vier zittingsdagen en wil op 21 december uitspraak doen.