Rabobank: animeren op de beurs leidt tot speculeren

Rabo Securities is getergd over de overdreven aandacht voor de kleinere effectenbanken als animateur. ,,Animeren leidt tot speculeren.''

Het was eigenlijk een matte vertoning afgelopen maandag. Er werden wat kinderziektes geconstateerd. Maar op een kleine storing na verliep alles redelijk soepel. De invoering van het nieuwe handelssysteem op de Amsterdamse effectenbeurs veroorzaakte weinig problemen. Dit stond in schril contrast met de ophef voorafgaande aan de introductie van het systeem, het Franse Nouvelle Systeme de Cotation (NSC).

Grootbanken en beursbestuur lagen met elkaar overhoop over de regels rond de animateur, de vervanger van de hoekman die sinds deze week zijn intrede heeft gedaan. ,,Midkap-aandelen hebben helemaal geen animateurs nodig. Die zijn niet gebaat bij schijnliquiditeit'', zegt Joof Verhees, directeur trading van Rabo Securities, terugblikkend op de discussie.

Midkap-fondsen van de Next 150 index, en andere kleinere aandelen kunnen in het nieuwe systeem een animateur, ook wel liquiditeitsverschaffer, inhuren. Deze financiële partij ontfermt zich over de handel van een fonds, om de liquiditeit te stimuleren. Een aantal kleine effectenbanken hebben, naast de grootbanken, een deel van deze markt naar zich toegetrokken. Kempen & Co treedt bijvoorbeeld voor meer fondsen op als animateur dan ING. De kleinere effectenbanken hopen zo, als bijvoorbeeld emissiehuis, een voet tussen de deur te krijgen bij een aantal ondernemingen.

Verhees wil even wat rechtzetten. ,,Het lijkt nu alsof de kleinere spelers ineens een prominentere rol zijn gaan spelen, maar eigenlijk is er weinig veranderd. Alleen het systeem is anders. Wij doen verder wat we altijd al doen. Dat zeggen we ook in een recente advertentie: liquiditeit verschaffen. Wij zijn een van de grootste spelers in de handel en het volgen van Mid- en smallcaps. Wij hebben 30 analisten rondlopen die die bedrijven volgen.''

De animateur is met name bedoeld voor weinig verhandelde fondsen. De aanwezigheid van een liquiditeitsverschaffer, die bied- en laatprijzen afgeeft, kan de koers stimuleren. Anders dan de beurs vindt Verhees een liquiditeitsverschaffer voor Midkap-fondsen overbodig. ,,Voor de echt kleine aandelen heeft een animateur wel zin. Dat zie je ook in Frankrijk en België. Daar hebben alleen kleine fondsen een animateur.'' Liquiditeit wordt volgens Verhees vooral bepaald door de free float (hoeveelheid aandelen die niet in vaste handen zit) van een fonds. En door de investor relations van een bedrijf. ,,Communiceert een bedrijf goed met zijn aandeelhouders. Is een onderneming voorspelbaar?''

Maar daarmee is het verhaal nog niet af, volgens de Rabo Securities-directeur. De liquiditeit van Midkap-fondsen is ook afhankelijk van de beleggers, zoals de particulieren en grote partijen als Fidelity, ABN Amro Asset Management en Robeco. ,,Wij doen zaken met de grote partijen. Dat zijn beleggers die ook in middelgrote ondernemingen zitten. Als je als animateur optreedt dan moet je over een goed netwerk van dat soort klanten beschikken, die je stukken willen afnemen. En dan praat ik niet over 100 aandeeltjes, maar over honderdduizenden.'' Zo'n netwerk krijg je niet zo maar, wil Verhees zeggen. ,,Een belegger als [Rabo-dochter] Robeco wil goed contact hebben met je analisten. Je laat de belegger kennismaken met het bedrijf, met het management. Je organiseert reizen voor ze naar de ondernemingen.''

Verhees 'vreest' dat straks bepaalde animateurs, andere partijen dan de grootbanken, hun stukken helemaal niet kwijt kunnen. ,,Als je geen goed netwerk hebt, en die heb je niet zo maar, blijf je snel met stukken zitten. Die laat je natuurlijk niet op de plank liggen. Dan gaan ze gewoon weer terug de markt op. Daghandelaren zien dat, die zullen daar op inspelen. Dat kan leiden tot speculatie, tot juist meer bewegelijkheid van een aandeel, terwijl je als fonds juist behoefte hebt aan een stabiele koersontwikkeling.''