Patenten mogen Derde Wereld niet ziek houden

De angst voor miltvuur doet in de Verenigde Staten de roep om stringente maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid luid klinken.Inmiddels hebben zowel Canada als de VS een grotere voorraad van het antibioticum Cipro aangelegd. Daarbij is prijsbewust te werk gegaan. De Duitse octrooihoudende firma Bayer werd door de VS onder druk gezet om het middel voor één dollar per tablet te leveren. Canada kocht Bayer af, en verstrekte een licentie aan een Canadees bedrijf om het middel goedkoop te produceren. Intussen staat de Amerikaanse overheid onder druk om, net als Canada, Bayers octrooi opzij te schuiven zodat veel sneller voldoende voorraad Cipro kan worden opgebouwd.

Het debat over het mogelijk omzeilen van Bayers octrooi op Cipro komt voor Amerika zeer ongelegen. In de aanloop naar de komende ministeriële conferentie van de Wereld Handelsorganisatie (WTO) in Qatar woedt een internationale discussie over patenten op geneesmiddelen en de effecten daarvan voor de gezondheid van mensen in ontwikkelingslanden. En juist de positie van de VS in dat debat wordt door ontwikkelingslanden met argusogen gevolgd.

Het draait in het debat om de enorme aantallen ziekte- en sterfgevallen, veroorzaakt door aan armoede gerelateerde ziekten als malaria, luchtweginfecties, darminfecties, tuberculose en hiv/aids. Jaarlijks overlijden in ontwikkelingslanden meer dan elf miljoen mensen aan deze behandelbare infectieziekten.

Naast factoren als een tekort aan geld voor gezondheidszorg en een gebrek aan gekwalificeerd personeel, is de beperkte toegang tot geneesmiddelen een van de grote knelpunten. Vooral de hoge geneesmiddelenprijzen, die onder meer worden veroorzaakt door de octrooibescherming, maken veel medicijnen onbereikbaar. Die octrooibescherming heeft – in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt – vooralsnog niet aantoonbaar bijgedragen aan extra investeringen in onderzoek naar tropische ziekten.

In het kader van het WTO-verdrag inzake intellectuele eigendomsrechten (het TRIPS-verdrag) is een proces gaande van verdere harmonisering van octrooiwetgeving. Volgens het TRIPS-verdrag moet patentwetgeving het evenwicht bevorderen tussen enerzijds het maatschappelijk belang en anderzijds de belangen van uitvinders en technologie.

WTO-lidstaten zijn verplicht hun octrooiwetgeving aan te passen aan dit verdrag. Maar toepassing ervan blijkt in de praktijk tot onduidelijkheid en zelfs tot regelrechte conflicten te leiden. Zo werd Zuid-Afrika om zijn geneesmiddelenwetgeving voor het gerecht gedaagd door farmaceutische bedrijven. Ook dienden de Verenigde Staten een klacht bij de WTO in tegen Brazilië wegens de werkwijze rondom het lokaal produceren van geneesmiddelen.

Sommige ontwikkelingslanden, waaronder een groep West-Afrikaanse landen, hebben door pressie van de farmaceutische industrie een octrooiwet aangenomen die hun minder vrijheid biedt dan volgens de internationale octrooiwetgeving is toegestaan. Ook vindt oneigenlijke beïnvloeding plaats door westerse experts die ontwikkelingslanden juridisch adviseren bij het voorbereiden van hun patentwetgeving, zo bleek in Kenia en Indonesië. De Verenigde Staten en de Amerikaanse branchevereniging van farmaceutische bedrijven spelen in deze lobby een hoofdrol.

In de aanloop tot de ministeriële conferentie van de WTO pleit een groep van circa vijftig ontwikkelingslanden ervoor dat expliciet wordt bevestigd dat het TRIPS-verdrag ,,niet mag verhinderen dat landen hun eigen maatregelen nemen ter bescherming van de volksgezondheid''. Zij willen de mogelijkheid hebben om, wanneer de gezondheidssituatie dat vereist, goedkoop geneesmiddelen te importeren of lokaal te produceren. Ook vinden zij dat de westerse landen werk moeten maken van de overdracht van kennis en technologie.

De Europese Unie, waaronder Nederland, is bereid een eind mee te gaan met de ontwikkelingslanden. Maar binnen de EU bestaan nog steeds verschillen van inzicht over de mate waarin patentbescherming in de farmacie nodig is. Ook de overtuiging dat gezondheidsbelangen moeten prevaleren boven economische belangen is binnen de EU geen gemeengoed. Toch moet Europa het pleidooi van de ontwikkelingslanden steunen dat het TRIPS-verdrag zo moet worden geïnterpreteerd dat de gezondheid in de eerste plaats komt.

En de VS? Enerzijds tonen zij op eigen grondgebied de nodige daadkracht in de aanpak van de miltvuurcrisis. Anderzijds stellen zij alles in het werk om andere WTO-leden, en met name de ontwikkelingslanden, de kans te ontnemen een dergelijk voortvarend gezondheidsbeleid in eigen land te voeren. Deze politiek van meten met twee maten moet in rap tempo op de helling.

Nicole Metz is werkzaam bij de organisatie voor internationale gezondheidsvraagstukken, Wemos.