Nederlandse turnsters bij wereldtop

De Nederlandse turnsters eindigden gisteren in het kwalificatietoernooi van de WK in Gent sensationeel als derde. Het team nestelde zich daardoor op het niveau van Rusland en Roemenië.

De Nederlandse turnsters hebben zich gisteren bij de wereldkampioenschappen in Gent tussen de gevestigde orde genesteld. De nationale ploeg eindigde in het kwalificatietoernooi van de landenwedstrijd derde achter Roemenië en de Verenigde Staten, maar voor Rusland. Insiders wisten dat de Nederlandse turnsters goed zijn, maar zó goed had niemand voor mogelijk gehouden.

De sensationele internationale doorbraak brengt de Nederlandse turnsters in meer dan een opzicht veel goeds. In sportieve zin maar liefst zeven finaleplaatsen in Gent, in materiële zin de A-status van NOC*NSF.

Nederlandse turnsters gaan dus voor het eerst geld verdienen, zij het dat voor Verona van de Leur (15), Gabriëlla Wammes (15), Monique Nuijten (17) en Rikst Valentijn (16) een aparte inkomstenregeling getroffen moet worden, omdat een minimumleeftijd van 18 jaar geldt voor toelating tot het stipendium voor topsporters. De twee `oudjes' Fieke Willems (18) en Renske Endel (18) kennen dat probleem niet. Zij komen gewoon in aanmerking voor de maandelijkse toelage van duizend gulden aangevuld met 75 procent van het minimumloon en een auto van NOC*NSF.

Technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF, die in België getuige was van de Nederlandse prestatie, kon gisteren niet vertellen welke constructie voor de jongsten van toepassing is, maar hij filosofeerde wel hardop over ondersteuning van programma's.

De financiële winst is binnen, nu nog de sportieve winst. Vanavond komt het Nederlands team voor het eerst in de WK-geschiedenis uit in de finale van de landenwedstrijd en het wordt daarin zelfs tot de medaillekandidaten gerekend. Vrijdag treden Van de Leur, Wammes en Valentijn aan in de meerkampfinale, omdat zij tot de beste 32 van het individuele klassement behoren; Van de Leur zelfs als derde, direct achter de grote turnnamen als Svetlana Khorkina uit Rusland en de Roemeense Andrea Raducan. Endel behoorde ook bij de beste 32, maar valt af omdat per land maar drie turnsters tot de eindstrijd worden toegelaten.

Tot slot komen twee Nederlandse turnsters zaterdag nog in actie bij een toestelfinale. Van de Leur kwalificeerde zich voor de onderdelen brug en sprong en Endel voor brug. Op het onderdeel vloer staat Van de Leur bovendien eerste reserve en Wammes tweede reserve voor balk.

Aan de euforische stemming in het Nederlandse kamp onttrok zich gisteren Boris Orlov. De Russische trainer van de Nijmeegse club De Hazenkamp, die onmiddellijk na de wedstrijd naar huis reed om zijn zeventienjarige dochter niet onnodig lang alleen te laten, zorgde voor de nuance.

Oud-bondscoach Orlov: ,,De Nederlandse ploeg heeft een bijzondere prestatie geleverd, daar niet van, maar hoe is de situatie over twee jaar als bij de WK in de Verenigde Staten kwalificatie voor de Olympische Spelen op het spel staat? Als er van deze groep op z'n minst drie turnsters doorgaan, acht ik de Olympische Spelen haalbaar. Maar niet als het er minder zijn. Deze ploeg mag dan goed zijn, zij is ook kwetsbaar. Bovendien zijn er percentueel altijd veel afvallers, omdat turnsters nu eenmaal blessuregevoelig zijn en problemen met hun lichaam kunnen krijgen. Ik weet natuurlijk ook dat er in de volgende lichtingen talenten zitten, maar ik ken ook de Nederlandse gemakzucht en moet altijd maar weer zien of ze doorbreken.''

De assistent van bondscoach Frank Louter, die pertinent niet zo genoemd wil worden (,,Ik ben geen assistent en zal het nooit worden.''), erkent dat hij door het resultaat aangenaam verrast is. ,,Dit is een gevolg van doorwerken en nog eens doorwerken'', meent Orlov. ,,Op grond van de Nederlandse mentaliteit had ik dit nooit verwacht. Als het goed gaat, loopt het wel, maar gaat het niet goed, dan kan de Nederlander niet knokken. Maar ik moet zeggen, op die regel maakt dit team een uitzondering. Deze meiden hebben wél een vechtersmentaliteit.''

Allerminst verrast over de derde plaats van Nederland was Nadia Comaneci, de Roemeense die tijdens de Olympische Spelen van 1976 in Montreal als eerste turnster ter wereld een 10 voor haar oefening kreeg. De levende legende was op de hoogte van de ontwikkelingen in Nederland en had uit eigen waarneming kunnen vaststellen welk een bijzonder talent Verona van de Leur is.

Comaneci: ,,Ik heb haar zien turnen bij een internationaal toernooi in Ploesti, waarbij ik toevallig aanwezig was. Van de Leur viel me toen op. Een turnster met een mooie stijl die alles in zich heeft om bij de wereldtop te horen. Overigens juich ik het toe, dat zich nieuwe landen aandienen. Dat is goed voor de sport. Ik heb ook met plezier gekeken naar de Braziliaanse en Spaanse turnsters. Of Nederland medailles kan winnen? Maar natuurlijk, ze hebben er de kwaliteiten voor en in turnen zijn de krachtsverschillen aan de top dermate gering, dat niets moet worden uitgesloten.''