Mestoverschot verdwijnt, maar de discussie niet

Het einde van het mestoverschot is in zicht. Hiermee is Nederland echter niet klaar met de discussie over `te strenge' Europese mestnormen.

VVD, CDA en de kleine christelijke partijen zagen het begin dit jaar al aankomen. Tijdens een Kameroverleg over het nieuwe contractensysteem waarmee de producten en afnemers van mest elkaar vanaf 1 januari in evenwicht moeten houden, vroegen de woordvoerders zich toen af of de milieunormen daarvoor niet soepeler konden worden gesteld. Het mestoverschot was toch al bijna verleden tijd?

De overproductie van mest, met name door de intensieve veehouderijen, is in de afgelopen jaren inderdaad in hoog tempo een slinkend probleem geworden. Begin vorig jaar hielden deskundigen van het ministerie van Landbouw nog een overschot voor van 21,5 miljoen kilo aan fosfaat in 2003. Een eerste opkoopregeling leverde dat jaar een beperking van vijf miljoen kilo op.

Begin dit jaar werd die verwachting gecorrigeerd door een nieuwe berekening van het Rijksinstuut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Onder meer doordat varkens door ander voer minder fosfaat uitstootten, werd het verwachte overschot in 2003 bijna gehalveerd: van 16,5 tot 8,5 miljoen kilo.

Die verwachting is nu weer ingehaald door de tien miljoen kilo die ruim 2.100 veehouders inleveren door hun rechten om mest te produceren te verkopen aan het ministerie van Landbouw. Die belangstelling om het bijltje erbij neer te gooien was overweldigend.

Dat komt niet alleen door de vergoeding die de opkoopregeling vertegenwoordigt. Brinkhorst heeft het tij mee: de drang tot stoppen groeit bij vele agrariërs. Toevallig gisteren publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek nieuwe cijfers waaruit blijkt dat tussen 1 april vorig jaar en 1 april dit jaar gemiddeld negentig landbouwers per week ophouden, een daling van 5 procent van het totaal aantal bedrijven. Sinds 1987 is het aantal landbouwbedrijven met 30 procent (39.000) afgenomen.

Enerzijds wordt die langjarige agrarische uittocht onderhouden door de ook in de landbouwsector optredende schaalvergroting en verhoging van efficiëntie. Sinds 1987 kreeg een bedrijf er gemiddeld 5,2 hectare bij en ook vorig jaar nam de productie gemiddeld met 3,5 procent toe. Aan de andere kant zien steeds meer boeren, vooral degenen op leeftijd, het niet meer zitten mee te doen aan de race om uitbreiding, te meer daar zij het moe zijn nieuwe investeringen te doen om te voldoen aan scherpere milieuvoorschriften en voedselveiligheidsregels. Ook het regelmatig optreden de afgelopen jaren van massale veeziektes als varkenspest en mond- en klauwzeer hebben een ontmoedigende werking.

De opkoopregelingen om het mestoverschot terug te brengen hebben zo, behalve een milieu-beleidsmatige, tegelijk een sociale werking: zij bieden boeren die toch al willen stoppen een aantrekkelijke uitweg. Bovendien leidden zij tot de opruiming van de vele `industriële' stallen die het landschap in met name het zuiden van het land zijn gaan domineren. Volgens een schatting van het ministerie liggen zo'n zeventig bedrijven die nu voor de opkoop zijn aangemeld in natuurgebieden. Volgens de Europese regels waaraan Nederland zich heeft gecommiteerd, mag dat overigens geen officiële reden zijn voor de opkoopregeling: die is alleen toegestaan als maatregel om de milieudoelstellingen te halen waaraan Nederland volgens de Europese Commissie al jaren níét voldoet.

Overigens is met het huidige `einde van het mestoverschot' de kou nog niet uit de lucht. Nederland voldoet nu ,,naar onze interpretatie'' aan de Europese normen voor mestafzet, erkent een woordvoerder. Maar daarbij is dan wel rekening gehouden met een langlopend geschil met de Commissie. Volgens Nederlandse deskundigen zijn de Europese normen te streng, omdat zij uitgaan van een lagere opnamecapaciteit van vervuilende stoffen dan de grond- en grassoorten in Nederland feitelijk hebben. Ook volgens Stichting Natuur en Milieu moet het mestoverschot voor 2003 nog vele malen groter worden geacht dan de 8,5 miljoen kilo fosfaat die het RIVM aanhoudt. De discussie over het mestoverschot is nog niet ten einde.