Koudwatervrees Renault en Nissan

De verdieping van het bondgenootschap tussen Renault en Nissan ligt uit een oogpunt van industriële logica voor de hand, maar er schuilt een addertje onder het gras.

De autoproducenten doen er goed aan verder te gaan op de ingeslagen weg, nu Nissan hersteld is van zijn bijna-dood ervaring van twee jaar geleden. Omdat de omstandigheden in de mondiale autoindustrie slechter worden, moeten de twee bedrijven ter compensatie op zoek naar kostenbesparingen in de sfeer van gedeelde productieplatforms en gezamenlijke inkoop. De alliantie biedt nog een extra voordeel. De Franse overheid wordt erdoor in staat gesteld zijn belang in Renault af te bouwen. Dat zou de Renault-aandelen aantrekkelijker moeten maken voor institutionele beleggers.

Het probleem is dat de transactie defensief is en niet zal leiden tot het doorbreken van de nationale taboes die beide bedrijven omringen. Renault heeft straks 45 procent van Nissan in handen, terwijl Nissan (15 procent) samen met de Franse overheid een meerderheid van de stemmen in Renault vertegenwoordigt. Zelfs als Parijs zijn belang terugbrengt naar 25 procent, zoals het heeft beloofd, zullen beide ondernemingen in de praktijk overnamebestendig zijn.

Logischerwijs zou het bondgenootschap tussen Renault en Nissan de opmaat moeten vormen naar een volledige fusie. Zo'n deal zou hen in staat stellen om ten volle te genieten van de vruchten van hun gezamenlijke schaalgrootte. De zorg bestaat dat de huidige oplossing te comfortabel wordt om vaarwel te zeggen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld