Kosmopoliet zonder roots

Pierre Audi, de artistiek leider van de Nederlandse Opera die gistermiddag in Amsterdam de Theaterprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds kreeg, wordt vanavond een uur lang geportretteerd in het tv-programma Pierre Audi, language of dreams. Daarin wordt Audi vooral neergezet als de regisseur van vele intense en — door zijn hoogstpersoonlijke aanpak — vaak opzienbarende operaproducties.

Maar het werk van Pierre Audi bij de Nederlandse Opera, waar hij in 1988 Jan van Vlijmen opvolgde, houdt veel meer in dan zelf regisseren. De jury van de Theaterprijs (100.000 gulden) looft Audi dan ook uitbundig voor het geheel van zijn artistiek leiderschap, dat de Nederlandse Opera met tal van grensverleggende voorstellingen maakte tot ,,een van Europa's meest vooraanstaande centra van operavernieuwing''. Audi's sterk omstreden voorstelling van Knaifels Alice in Wonderland, in september, was daarvan het meest recente voorbeeld.

Audi organiseerde de afgelopen jaren wereldpremières van Nederlandse componisten (Schat, Andriessen, Janssen, Loevendie) en van buitenlandse componisten (Schnittke, Knaifel, Vivier). Hij engageerde bijzondere zangers (Bryn Terfel, Catherine Malfitano, John Tomlinson), wereldberoemde dirigenten (Rostropowitsj, Rattle, Boulez) en opmerkelijke regisseurs (Decker, Greenaway, Herrmann, Stein, Sellars). En Audi werkte in zijn eigen producties samen met beeldende kunstenaars (Baselitz, Kounellis, Appel).

Inmiddels is de aanwezigheid van Pierre Audi in het Amsterdamse Muziektheater zó vanzelfsprekend dat het moeite kost zich te herinneren hoe hij als totaal onbekende in 1988 in Amsterdam arriveerde. Hij was een Libanees die opgroeide in Parijs en in Londen een muziek- en theaterfestival had opgezet in het Almeida Theatre met Cage, Scelsi, Feldman en Schnittke. Hij had nog nooit een opera geregisseerd. In Londen werd Audi in kleine kring gevierd, maar verder vooral gedoogd: zijn conceptuele en dramaturgische opvattingen over ensceneringen zijn veel te `Europees' voor de Engelsen, die alleen houden van illustratief naturalisme. De Britse critici — jaloers op de nette subsidies hier — verfoeien dan ook vaak de Amsterdamse operastijl, terwijl hun veel analytischer denkende Duitse collegae meestal lovende woorden tekortkomen.

Het tv-programma biedt een overzicht van Audi's regie-oeuvre met zijn baanbrekende voorstellingen van opera's van Monteverdi, Schönberg, Janssen, Vivier en Wagner. Aanvankelijk was Audi de meester van kaal en sober, donker en intens, zoals de Monteverdi-producties. Maar zijn stijl heeft zich sterk verbreed. Hoogtepunten daarvan zijn de overweldigende productie van Der Ring des Nibelungen in samenwerking met decorbouwer Georg Tsypin en dirigent Hartmut Haenchen, en de Vivier-voorstelling Rêves d'un Marco Polo, die aan het eind van dit seizoen wordt herhaald.

Net wanneer men denkt dat het programma te veel een opsomming is, gaat het dankzij Audi's toneelcollega Ivo van Hove de diepte in. Van Hove, wiens Toneelgroep Amsterdam nu Oidipous speelt in de regie van Audi, ziet in de voorstellingen van Audi zelfportretten van de regisseur, een kosmopoliet zonder roots. Vaak verkeren bij Audi de personages eenzaam in de ruimte. En Audi bevestigt dat hij met zijn vage zeer internationale verleden nergens bijhoort. Hij is ,,een vreemdeling, los van traditie, lost in space'', maar juist dát verschaft hem zijn artistieke vrijheid.

Pierre Audi, language of dreams, NPS, Ned.3, 20.32-21.32u.