Klem tussen bommen en de grens

Buitenlandse journalisten bezochten gisteren, voor het eerst sinds het begin van de bombardementen op Afghanistan, de zwaar getroffen stad Kandahar.

Tussen de winkels en kraampjes met fruit en elektrische apparaten hebben zich vanochtend tientallen mensen verzameld. Een arts vertelt dat de Amerikanen zojuist een gebouw van de Afghaanse Rode Halve Maan hebben geraakt, waarbij elf mensen om het leven zijn gekomen. De arts, dr. Obaidullah, is zelf gewond aan een hand, zijn linkerbeen en zijn hoofd.

,,Weg met Bush! Weg met Amerika!'' schreeuwen de omstanders als een groep buitenlandse journalisten arriveert die onder toezicht van de Talibaan Kandahar bezoekt voor het eerst sinds op 7 oktober de aanval op Afghanistan begon. ,,Ze vallen de burgerbevolking aan'', zegt Mohammed Hashim, een bewoner van de wijk waar de zware bom de huizen deed schudden op hun grondvesten. ,,Kan iemand vertellen of de Amerikanen het hebben gemunt op Arabische posities in de stad?'' vraagt hij, doelend op de islamitische strijders uit Arabische landen, maar ook uit Tsjetsjenië en Afghanistans buurland Pakistan, die zich in de stad bevinden. Algemeen wordt aangenomen dat deze strijders tot Osama bin Laden's Al Qaeda-netwerk behoren.

Al op weg naar Kandahar, een van de steden die het zwaarst zijn getroffen, zien de verslaggevers de gevolgen van de bombardementen. De weg tussen Pakistan en Kandahar is vol verkeer. Vrachtwagens zijn volgestopt met mensen en huisraad. Vrouwen in alles bedekkende burqa's zitten tussen hun weinige bezittingen. Ze proberen te ontsnappen aan de bombardementen. Afghaanse handelaren, niet afgeschrikt door de oorlog, rijden met lege trucks naar de Pakistaanse grens om hun waren op te halen. Anderen vervoeren druiven en granaatappels naar de grens – het fruitseizoen is in volle gang.

Dicht bij de grens met Pakistan zijn drie vluchtelingenkampen gebouwd voor de bange inwoners van Kandahar, thuisbasis van de geestelijke leider van de Talibaan, mullah Mohammad Omar. De bewoners zitten gevangen tussen de aanhoudende Amerikaanse aanvallen op de stad en de voor volwassen Afghanen gesloten grens.

Eén kamp lijkt zojuist opgebouwd. De tenten zijn gemaakt van kledingstukken en ander materiaal. Als de schemering valt, koken families met de weinige ingrediënten die voorradig zijn hun eten op een houtvuur. Volgens de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) ontbreken in de kampen zelfs de meest elementaire voorzieningen.

Amanullah, een kok uit Kandahar, herhaalt de woorden die mullah Omar al zo vaak heeft gesproken. ,,De Verenigde Staten zijn onze vijand. De Amerikanen hebben aanvallen uitgevoerd op ons grondgebied. We zullen vechten tot de laatste druppel bloed.''

In Kandahar zelf wordt het snel donker. De elektriciteit is uitgeschakeld om te voorkomen dat Amerikaanse piloten hun doelen gemakkelijk kunnen opsporen. Mensen mogen niet meer de straat op; sinds jaar en dag geldt een avondklok in Afghanistan. Alleen soldaten van de Talibaan-milities bevolken de donkere straten van Kandahar. Bij het vliegveld van de stad, een belangrijk doelwit, duidt niets op menselijke aanwezigheid. ,,Er waren vanochtend weer luchtaanvallen op het vliegveld'', zegt bewoner Ghulam Mohammed. ,,De Amerikanen geloven waarschijnlijk dat hier vroeger Arabieren woonden'', zegt hij.