Dichtbij de Amerikaanse ziel

De hoogbejaarde historicus Studs Terkel is de vader van de `oral history' en legt met een bandrecorder de levensverhalen van zijn landgenoten vast. Deze week verscheen zijn nieuwste boek, dat gaat over dood en het zoeken naar zingeving. ,,De gebeurtenissen van 11 september hebben me ervan overtuigd dat zogenaamd `anonieme' mensen de werkelijke helden zijn.'

Studs Terkel vertelt Amerika dat het goed is. Zijn geheim: waar gebeurde verhalen. Van die New Yorkse politieman Bob Gates die eens op het dak van het 110 verdiepingen hoge World Trade Center een jongen, die al half over de rand was gestapt, met gevaar voor eigen leven overhaalde nog wat door te leven. Het was niet voor niets. Eén gered, vijfduizend verloren.

Voor Studs Terkel zijn oorlog en absurditeit geen nieuwe verschijnselen. Hij werd vóór de Eerste Wereldoorlog geboren en won de Pulitzer Prize voor The Good War (1984), een boek over hoe Amerikanen de Tweede Wereldoorlog beleefden. Nu 89 jaar oud heeft hij `statistisch gezien' zijn laatste boek geschreven. In deze onzekere tijden reden tot nieuwsgierigheid voor Amerikanen in het hele land.

Honderden lezers vulden iedere meter ruimte tussen de rekken van de boekwinkel Politics and Prose in Washington, waar Terkel gisteravond vertelde over zijn nieuwste boek, Will the Circle be unbroken? Reflections on Death, Rebirth, and Hunger for a Faith. Het gaat over de dood en het zoeken naar zingeving, maar dat is voor Terkel geen reden zwaar op de hand te worden: ,,Het is het meest levende boek dat ik heb gemaakt'.

De methode-Terkel klinkt zo eenvoudig. Iedereen kan een bandrecorder aanzetten. Maar bijna niemand vangt de resultaten in tijdsbeelden die het begrip `oral history' een blosje op de anders wat bleke wangen geven. Terkel luistert naar gewone Amerikanen en vecht op papier voor hun waardigheid. Hoe beperkt hun kansen vaak zijn, in gesprek met deze kwikzilverachtige humanist uit Chicago worden zij nooit zielig.

Terkel praat zoals hij schrijft: gedreven, schijnbaar improviserend, maar recht op het doel af. Na afloop van zijn verslag van een leven lang ondervragen staan honderden blijmoedig in een lange rij voor een handtekening en als het kan een opdracht. Velen hebben vergeelde klassiekers van Terkel (Hard Times, Working en Division Street: America) meegebracht om ook die te laten signeren. In die boeken schetste hij de Grote Depressie, het arbeidsleven in de jaren zeventig en het Amerika van de `melting pot'. Arthur Miller heeft nog een toneelstuk geschreven op basis van Hard Times: The American Clock (1980).

Schrijven over de dood lag niet zo in zijn lijn. Hij was altijd de man van het nu, de gemeenschappelijke ervaring in een land waarin iedereen nieuw is. Gore Vidal suggereerde hem dertig jaar geleden al eens een boek te maken over de dood. Terkel raakte pas overtuigd toen hij ver in de tachtig was. Niet lang nadat hij was begonnen, in 1999, overleed zijn vrouw Ida, met wie hij ruim zestig jaar het leven had gedeeld. Het gaf zijn gebruikelijke betrokkenheid bij zijn onderwerp een diepere resonans, zoals hij in zijn prachtige inleiding aanstipt.

Nogal wat boeken die na de 11 september-ramp zijn verschenen, hebben een pijnlijk gebrek aan contact met de veranderde werkelijkheid. Het is geen wonder dat ook deze laatste Terkel dat lot moeiteloos ontloopt. Hij staat zo dicht bij de Amerikaanse ziel dat een oorlog meer of minder niet uitmaakt. Zou hij The Circle anders hebben geschreven na 11/9? ,,Niet in het minst', zegt hij zonder aarzelen. ,,De gebeurtenissen van en sinds 11 september hebben me versterkt in mijn overtuiging dat zogenaamd `anonieme' mensen de werkelijke helden zijn. Als ik de verhalen van de mensen in dit boek nog eens nalees, dan wordt mijn vertrouwen in het Amerikaanse volk alleen maar versterkt. Laat ik dat ruimer zeggen: mijn vertrouwen in mensen overal.'

Studs Terkel is in Amerika een begrip. In Chicago was hij bijna een huisgenoot van de honderdduizenden die naar zijn dagelijkse radio-interview luisterden. Zijn 8.000 uur gesprekken op de band zijn inmiddels in de veilige handen van de Chicago Historical Society, waar zij worden geïnventariseerd. Die stemmen worden geschiedenis, maar zij komen weer tot leven in die verraderlijk eenvoudige composities die Terkel er van maakt.

Studs Terkel is al weer bezig met een volgend project. Het heet Hope dies last. Hij vraagt zijn Amerikanen: ,,Hoop. Wat is ermee gebeurd? Koester je evenveel hoop als toen je jong was? Meer? Wat is er mis gegaan? Wat is er aan te doen?' Hoewel hij er – ondanks zijn vijfvoudige bypass en nog wat akkefietjes bij de dokter – kwiek uitziet, houdt Terkel er rekening mee dat hij dit boek niet kan afmaken. Het geeft niet, de weg er naar toe geeft hem hoop genoeg.