De programma's

Nu ook het CDA zijn ontwerpprogramma heeft gepresenteerd, is het politieke speelveld voor de verkiezingsstrijd van volgend jaar wel enigszins duidelijk. Zoals te vrezen viel, maken de partijen het de kiezer wederom niet gemakkelijk. De verschillen die er zeker zijn, betreffen veelal nuances. Er heerst bij de partijen complete overeenstemming over wat de thema's moeten zijn. Zorg, onderwijs, veiligheid en infrastructuur daar gaat het om. De discussie kan vervolgens gaan over de maatvoering. De belangrijkste politieke conclusie is dat op basis van de programma's van PvdA, VVD, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks na de verkiezingen alle coalities mogelijk zijn. Geen van deze partijen heeft zich met het programma nu al in een zodanig isolement geplaatst dat praten over regeringssamenwerking bij voorbaat zinloos is. Illustratief is dat het meest gehoorde bezwaar van de andere partijen tegen het programma van GroenLinks luidt dat de aanname van de te verwachten economische groei te hoog is. De hoogte van de economische groei is echter een veronderstelling en geen politieke keuze. GroenLinks kan hooguit verweten worden op dit moment lastige keuzes te ontlopen door van een optimistisch groeiscenario uit te gaan. Hetzelfde kan de andere partijen, zij het in iets mindere mate, worden verweten. Waar GroenLinks uitgaat van een jaarlijkse groei van 2,75 procent voor de periode 2002-2006, gaan de andere partijen uit van 2,25 procent. Is dat percentage gelet op de recente ontwikkelingen ook niet rijkelijk hoog? Maar nogmaals: hoe eensgezind is het land waar het politieke dispuut gaat over de geraamde hoogte van de economische groei?

Voor het eerst in een kwart eeuw hebben de partijen hun programma's kunnen schrijven zonder de last van een financieringstekort. Nu eindelijk inkomsten- en uitgavenkant met elkaar in evenwicht zijn gebracht, was er voor de programmaschrijvers sprake van een optimale keuzevrijheid voor de besteding van de extra overheidsinkomsten. Waar PvdA, D66 en GroenLinks kiezen voor forse investeringen in de publieke sector, maken VVD en CDA naast extra uitgaven ook nog ruimte voor lastenverlagingen. Maar, zoals de paarse coalitie nu al zeven jaar lang bewijst: onoverkomelijk is ook deze tegenstelling niet. De programma's weerspiegelen vooral een hoge mate van continuïteit in het beleid. De aandachtsgebieden zijn immers niet nieuw. Voor onderwijs, zorg, veiligheid en infrastructuur wordt ook nu al jaarlijks meer geld uitgetrokken. Daarbij komt dat de zaken die wel om een krachtige oplossing schreeuwen inmiddels zijn gedelegeerd naar het polderoverleg. Zowel een nieuwe opzet van de WAO als de vormgeving van een nieuw ziektekostenstelsel maken onderdeel uit van besprekingen in de Sociaal-Economische Raad.

Ondanks hun omvang zijn de programma's bescheiden wat betreft de pretenties. Te bescheiden. Een relativering van de macht van de Haagse politiek is gezond. Maar dat laat onverlet dat richting en duiding over wat voor samenleving de afzonderlijke partijen voorstaan los van de dagelijkse politieke agenda – dringend gewenst zijn. De wensenlijsten zijn merendeels amendementen op de volop draaiende Haagse beleidsmachinerie. Hierdoor zijn zij een integraal onderdeel van die machinerie gaan vormen. Daarmee bevestigen de programma's van de grote partijen helaas nog eens de fnuikende geslotenheid van het geldende bestuurssysteem.