De prins

Dat prins Bernhard onsterfelijk is, begint zachtjesaan tot ons door te dringen, de vraag is alleen: hoe is hij dat geworden?

Daarover heb ik een theorie sinds ik hem gisteren zag optreden. De prins moest in de Nieuwe Kerk in Amsterdam voor het Prins Bernhard Cultuurfonds vijf prijzen van elk 100.000 gulden uitreiken aan mensen en instellingen voor hun prestaties op cultureel gebied. De bijeenkomst begon 's middags om vier uur met toespraken, voorlezing van juryrapporten en muziek. Dat duurde een vol uur.

Altijd een hele zit, ook voor de ervaren prijsuitreikingbezoeker. Zijn stoel verandert langzaam in gewapend beton, en de aftershave van zijn buurman begint een weerzinwekkende opmars, terwijl hij moet luisteren naar een tekst over de geweldige bijdrage van de Stichting Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen aan ons cultureel erfgoed.

Het verlangen in zo'n gebouw naar de afsluitende receptie met borrel en buffet wordt op den duur bijna tastbaar. De genodigden willen een beetje nee, niet té veel – uit de band springen. Daarvoor zijn ze ook eigenlijk gekomen: drinken, wuiven, netwerken.

Bovendien gaat niet ieders culturele belangstelling zó diep als die van de Stichting Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen. Zo hoorde ik mijn achterbuurman over het voorlezende jurylid Cherry Duyns vragen: ,,Hoe spreek je dat uit: Gerrie Duyns?''

De prins moet bij zichzelf hebben gedacht: jullie kunnen het me doen, het is één ding om een fonds naar mij te vernoemen, het is een ander ding om dan zelf ook nog al die oefeningen in eerbiedwaardigheid te moeten doormaken.

Dus kwam hij pas tegen vijven aanzetten. Hij hoefde de winnaars toen alleen nog maar een blauw mapje in hun handen te stoppen en naar een paar clichés van oud-minister Brinkman te luisteren.

De prins zag er pront uit. Hij loopt nog altijd zonder stokken, niemand moet proberen hem te ondersteunen. Die 90 jaar en 76 operaties zijn hem wel aan te zien, maar ze stemmen je als toeschouwer niet droef. Ja, zó wil ik ook wel oud worden, denk je onwillekeurig.

Was hij zo laat omdat hij 's middags niet meer zonder slaapje kan? Reken maar van niet. De prins barst van de energie. Een paar weken geleden wilde hij nog naar Zuid-Afrika om aanwezig te kunnen zijn bij het transport van duizend olifanten naar Mozambique. Helaas kwam hij door een infectie aan de luchtwegen niet verder dan Kenia. Ik sprak een betrouwbare bron die hem enkele dagen na zijn terugkeer meemaakte: de prins had het hoogste woord gehad.

De prins heeft de ware panacee voor de ouderdom gevonden. Vermijd verveling. Geen gezeur aan je kop. Doe waar je zin in hebt. Hou je meer van olifanten dan van de Stichting Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen of om enkele andere winnaars te noemen van de Stichting Bouwen in de Beurs of Pierre Audi? Dan ga je lekker naar die olifanten, en blijf je maar een kwartiertje bij de plechtigheid van jouw fonds. Pluk niet alleen een anjer, maar ook de dag.

Na afloop dronk de prins in een apart kamertje nog even een glaasje witte wijn met de winnaars. Toen ging hij maar weer eens op huis aan.