De Allerheiligenvloed

Het is weinig beoefenaars van de politieke geschiedschrijving opgevallen dat de strijd om de nationale onafhankelijkheid in de tweede helft van de zestiende eeuw samenviel met een bijzonder woelige fase in de strijd tegen het water. Gelijktijdig met het verzet tegen het bewind van Filips II en diens rechterhand Alva stortten vreemd genoeg ook de dijken in. Er waren al heel wat zware overstromingen geweest, maar vanaf 1560 werden ze rampzalig. Op 1 november 1570 zonk alle reeds doorstane ellende in het niet bij een verschrikkelijke noordwesterstorm die over de hele linie, van Vlaanderen tot de Deense kust, de Noordzeeweringen wegsloeg.

Van de veertien zware stormrampen die Nederland in de zestiende eeuw teisterden was deze Allerheiligenvloed ongetwijfeld de zwaarste. Met een stormvloedhoogte van gemiddeld vier meter boven NAP is het de hoogste vloed aller tijden in Nederland; de stormvloedramp van 1953 bleef met 3,75 meter boven NAP nog ruim onder die van 1570. Op enkele plaatsen moet het water tijdens de Allerheiligenvloed zelfs nog hoger zijn gekomen – in 1984 werd bij Bergen (Noord-Holland) op een hoogte die varieert van 5 tot 6,5 meter boven NAP een schelpenlaag ontdekt die alleen aan de Allerheiligenvloed kan worden toegeschreven.

Een stormvloed is een abnormaal hoge waterstand op zee die ontstaat door een harde, landinwaarts gerichte wind. In Nederland drijven vooral de noordwesterstormen het water tegen de kust op. Omdat de Noordzee ondiep en de Nauw van Calais smal is, kan het water nauwelijks naar de Atlantische Oceaan wegstromen. De hoogste waterstanden komen voor als het opwaaien van het water samen gaat met hoog springtij. Deze samenloop van omstandigheden had zowel in 1570 als in 1953 rampzalige gevolgen.

De geschiedschrijver en literator P.C. Hooft – elf jaar na de stormvloed geboren – beschreef de Allerheiligenvloed als de zwaarste ramp sinds mensenheugenis. In zijn Nederlandsche Histooriën gaf hij een emotionele beschrijving van de ramp: dorpelingen die in hun bed werden verrast, vee dat in de stallen verdronk, handelswaar (`berghen van kruydery, suyker, oly, en andere koopmanschappen') die verloren ging, water dat in de kerk van Scheveningen en de straten van Dordrecht en Rotterdam drie voet hoog stond.

Hooft schreef dat in het overstroomde land `niet minder dan honderdduizend' slachtoffers waren gevallen. Dit aantal was waarschijnlijk overdreven. Tegenwoordig wordt het aantal slachtoffers op ruim 20.000 geraamd. Van hen stierven er negen- tot tienduizend in het Duitse Oost-Friesland en drieduizend in Friesland. Dat het dodental in het noorden zo hoog was, hing samen met het feit dat de vloed daar in de nacht van 1 op 2 november opkwam en de mensen in hun slaap verrast werden. Zeeland werd pas in de loop van de middag door de vloed bereikt, waardoor het aantal slachtoffers – volgens de meest recente schatting ongeveer drieduizend – relatief beperkt bleef. Het is niet onredelijk om het aantal slachtoffers in Nederland op ongeveer tienduizend te bepalen. Daarmee kostte de Allerheiligenvloed aan ruim vijf keer zoveel mensen het leven als de stormvloed van 1953, waarbij 1.835 doden waren te betreuren.

Het verlies aan levende have moet nog veel groter zijn geweest. Cijfers hierover zijn nauwelijks voorhanden. We moeten het met enkele verspreide en terloopse mededelingen doen, zoals van Heijnoem, een Kampense stadspachter. Hij verloor vier drachtige merries, twee jonge paarden, negen koeien, zeven stuks jongvee, opgeslagen hooi en koren, hoenders, eenden, zijn etenswaren en zijn meubilair, brandstof en kleding. Zijn terp op het Kampereiland moest verhoogd worden en zijn huis herbouwd. Hij becijferde zijn verlies in totaal op 124 goudguldens en 373 rijders, een voor die tijd zeer hoog bedrag. Heijnoem was beslist niet de enige die zijn have en goed verspeelde.

Tijdens de stormvloeden veroverde de zee veel terug op het land. In het noorden van Holland lag rond 1300 de westelijke kustlijn nog vijf tot negen kilometer westelijker dan de huidige kustlijn. Vooral in 1570 gingen veel gebieden – al dan niet tijdelijk – verloren. De pas ingedijkte polder Zijpe moest eraan geloven. De polder Callantsoog werd geheel overstroomd. Bij Huisduinen ontstond een verbinding tussen de Noordzee en de Zuiderzee. Ook de eilanden Texel en Wieringen hadden zwaar onder het natuurgeweld te lijden. Bij Medemblik en Enkhuizen braken dijken door, waardoor delen van West-Friesland onder water liepen. Ook Waterland en Zeevang werden volledig overstroomd. Achter weggeslagen dijken vormden zich forse meren, zoals het Kinselmeer en het Zunderdorpermeer. Een doorbraak in de Diemer Zeedijk zette heel Amstelland tot aan de Oude Rijn onder water. In het gewest Holland vonden zo veel grotere en kleinere overstromingen plaats, dat de Staten van Holland op 18 november 1570 weinig overdreven toen ze spraken van `de inundatie van bijna gheheel Hollandt'.

De Allerheiligenvloed heeft grote politieke gevolgen gehad. Het waren nota bene de zo gehate Filips II en Alva die al vóór 1570 inzagen dat de tot dan toe gangbare methoden in de strijd tegen het water niet meer voldeden. Sinds mensenheugenis was in de Nederlanden het onderhoud van de dijken een lokale verantwoordelijkheid. De dijken werden met paaltjes in onderhoudsporties verdeeld, de zogeheten dijkslagen. Ieder kreeg een deel toegewezen naar gelang hij belang bij de dijk had. Vooral degenen die ver van de dijk woonden, namen het met het onderhoud niet al te nauw.

Aan Alva (maar ook aan de Friese stadhouder Casper de Robles) wordt het verhaal toegeschreven dat hij ingelanden, toen deze zich op hun oude privileges beriepen, het volgende zou hebben toegevoegd: ,,Haalt uwe vrijbrieven voor de dag, en legt ze op de oever tegen de zee aan, als deze het allerverbolgenst is; indien zij dan de golven kunnen afweren, zult gij vrijdom genieten, anders zult gij met de anderen moeten arbeiden of betalen.''

De eerste Nederlandse polder met `gemene' dijken was de in 1570 op aandrang van Filips II en gedeeltelijk op zijn kosten bedijkte Zijpe. Maar zoals wel vaker had de Spaanse koning een slecht gevoel voor timing: nog in datzelfde jaar bezweek de kersverse dijk tijdens de Allerheiligenvloed.

J. van Gerwen en M. van Leeuwen. Zoeken naar zekerheid. Risico's, preventie, verzekeringen en andere zekerheidsregelingen in Nederland 1500-2000.