Belgische rock vol met samples en citeerdrang

Bij de Belgische rockgroepen Hooverphonic en Ozark Henry komt er in de studio vooral sfeerbepalende elektronica aan te pas. Maar eenmaal op het podium beland, hebben ze beide toch weer de gestalte van een conventionele rockband, compleet met basgitaar, drums en gitaar. Al bleken de als door een onzichtbare hand voortgebrachte, voorbespeelde of -geprogrammeerde elektronische klanken steeds een belangrijk aandeel in het geluidsbeeld op te eisen.

Hooverphonic verslijt de ene zangeres na de andere. Maar ook met Geike Arnaert aan de microfoon is de herinnering aan het trendsettende Britse triphop-gezelschap Portishead nog lang niet weggevaagd. Hooverphonic put uit een breed scala aan invloeden: zo wordt er incidenteel ongegeneerd gerockt, en drijft een latin-achtig nummer gemakkelijk van een ontspannen lounge-sfeertje naar een gespierde jazzrock-jam.

Dit spel met dynamiek en drama ging de groep goed af. Maar hoe aanstellerig André Callier, met gitarist Raymond Geerts de kern van de groep, zich ook over zijn met een vossenstaart aan zijn linkerhand gebonden bas boog, het bleef toch aan de oppervlakte hangen. Dat uitte zich vooral in de manier waarop de groep met citaten omgaat.

Zo is `Mad About You' van de laatste cd The Magnificent Tree een bijna letterlijke kopie van de hit `2 Wicky', dat op zijn beurt tot en met de Isaac Hayes-sample gemodelleerd was naar de mal van Portishead.

Het intro van de huidige single Jackie Cane is zo overduidelijk gejat van The Doors dat het niet leuk meer is. Nu is citeren en samplen in het huidige tijdsgewricht uitgegroeid tot een kunstvorm op zichzelf. Maar als na het overbekende intro van `Je t'aime moi non plus' niet die slijpklassieker volgt maar een niemendalletje van eigen makelij, is dat een grote teleurstelling – en dat kan niet de bedoeling zijn van die citeerdrang.

Ook bij Ozark Henry zijn de voorbeelden aan te wijzen: voorman Piet Goddaer haalde de mosterd bij new-wave-groepen uit de jaren tachtig, en dan vooral die van het slag dat het oor te luisteren legde bij het werk van David Bowie uit een decennium eerder.

Maar Goddaer zet die voorbeelden op dezelfde manier naar zijn hand als zijn beperkingen in de rol van zanger en frontman. Een groot, charismatisch vocalist is hij niet, maar zijn schokkerige handbewegingen op een goeddeels donker gehouden podium intrigeerden wel degelijk. Zoals ook zijn wat vlakke stemgeluid een treffende plaats kreeg in het massieve, bijna confronterend harde groepsgeluid.

We hadden kunnen weten dat een groep die zich noemt naar een stofzuiger (Hoover is de oorspronkelijke naam van Hooverphonic) veel minder interessant is dan iemand die zijn artiestennaam ontleent aan het werk van underground-schrijver William Burroughs.

Concert: Hooverphonic en Ozark Henry. Gehoord: 28/10, De Oosterpoort Groningen. Herh.: 31/10 Leiden en 1/11 Amsterdam.