Amnesty gaat managers Noors Statoil lesgeven

Managers van de Noorse oliemaatschappij Statoil die worden uitgezonden naar gebieden buiten Europa krijgen voortaan van Amnesty International cursussen over mensenrechten en training hoe te handelen in conflictsituaties. Vorige maand sloten Statoil en mensenrechtenorganisatie Amnesty Noorwegen daarover een `historische overeenkomst', zei Pettur Eide, secretaris-generaal van Amnesty Noorwegen.

Het akkoord tussen Statoil, dat voor ruim 80 procent eigendom is van de Noorse staat, en de Noorse afdeling van Amnesty is uniek in de geschiedenis van zowel internationaal opererende oliemaatschappijen als Amnesty International. Statoil betaalt Amnesty ongeveer een kwart miljoen gulden ,,om Amnesty te steunen en onze kennis op het gebied van mensenrechten op te bouwen'', aldus Statoil-topman Olav Kjell.

Statoil is waarschijnlijk de enige oliemaatschappij ter wereld die in zijn raad van bestuur een persoon heeft die speciaal belast is met mensenrechten, Geir Westgaard, een voormalige Noorse diplomaat en specialist in mensenrechten. Statoil is behalve in de Noordzee en Noorse Zee inmiddels ook actief in landen als Azerbajdzjan, Angola, Nigeria, Venezuela en Brazilië.

Westgaard: ,,We krijgen steeds vaker te maken met conflicten en problemen die nieuw voor ons zijn. We willen onze organisatie daarop zo goed mogelijk voorbereiden. We beschouwen Amnesty als geloofwaardig en Amnesty kent de uitdagingen waarmee onze mensen te maken krijgen. Statoil-medewerkers die `in de frontlinie' in landen als Azerbajdzjan opereren, worden geconfronteerd met verschijnselen als omkoping, corruptie en andere uitdagingen. Amnesty kan helpen onze mensen daar direct en systematisch op voor te bereiden.''