Vlaamse politiek op de schop

Het politieke landschap in Vlaanderen verandert snel. Oude partijen splijten of schrompelen ineen, nieuwe allianties worden beproefd of afgetast.

,,Nog een whisky'tje om af te ronden, Johan?'' Deze zin werd de voormalige leider van de Vlaamse christen-democraten (CD&V) fataal, vrijdag. Johan van Hecke lag in de clinch met de huidige partijleider, Stefaan de Clerck, over de koers van de partij. Na een hartig telefoongesprek met De Clerck sloot Van Hecke zijn gsm niet goed af. Zo hoorde De Clerck, die niet had opgehangen, dat iemand Van Hecke een glas whisky aanbood. Die `iemand' was de leider van de liberale regeringspartij VLD.

De Clerck bleef luisteren, en zegt dat hij heeft gehoord dat Van Hecke naar de VLD wil overstappen. De CD&V-top zette Van Hecke meteen uit de partij. Van Hecke beweert dat dit `gesprek' aan de fantasie van De Clerck ontspruit. Maar hij richt wel een nieuwe partij op.

Politiek in België heeft dezer dagen, om met een politicus te spreken, ,,een hoog Big Brother-gehalte''. Of een openstaande gsm inderdaad bovenstaand onderonsje heeft geregistreerd doet niet zo terzake. Wat telt, is dat er veel ophef over is. En dat komt doordat het politieke landschap, vooral in Vlaanderen, snel verandert. Oude partijen schrompelen ineen, splijten of dreigen te imploderen.

Aan de basis van dat gekonkel ligt het veranderend gedrag van de kiezer. Uit recent onderzoek van de Koninklijke Universiteiten in Brussel en Leuven blijkt dat religieuze overwegingen, groepsbelang of ideologie steeds minder bepalend zijn. Ook Vlaams nationalisme telt in het stemhokje hoe langer hoe minder. Eigenbelang en `waarden' zijn steeds vaker de leidraad. ,,Oude tegenstellingen als links-rechts en christelijk-seculier verwateren'', zegt prof. Marc Swyngedouw, die de studie leidde. Nieuwe scheidslijnen tekenen zich volgens hem al af: welzijn en ecologie versus materialisme (ofwel de groenen tegenover de rest), en universalisme versus particularisme (de gesloten samenleving van het Vlaams Blok tegenover de open samenleving van de groenen, met de rest in het midden). ,,De politieke partijen proberen zich daar nu bijna allemaal naar te richten.''

Het begon met de parlementsverkiezingen in 1999. Na decennialang aan de macht te zijn geweest, werd de christen-democratische CVP naar de oppositie verwezen. Na het Dutroux-schandaal en de dioxinecrisis leken de kiezers nieuwe gezichten te willen. In de paars-groene regering die aantrad, zitten Nederlands- en Franstalige liberalen, socialisten en groenen een brede coalitie vol ambitieuze politici die dit `nieuwe gezicht van België' graag lang willen uitdragen. Dat maakt oppositievoeren niet gemakkelijk. Aan Franstalige kant, waar de socialisten met hun diepgewortelde cliëntelisme nog heer en meester zijn, is van oppositie zelfs nauwelijks sprake meer.

Toen barstte deze zomer de Volksunie (VU) uit elkaar – een kleine partij die voor weinig herkenbaars meer stond. Drie splinters zoeken nu hun eigen weg. Eén daarvan, onder leiding van de populaire Bert Anciaux, goed voor 40 procent van alle VU-stemmen, kan overal onderdak krijgen. Nu de groei er bij veel partijen uit is (socialisten en christen-democraten gaan achteruit, liberalen groeien amper nog), wil iedereen hem wel hebben. Zelfs de groenen, die het goed doen, tonen interesse.

In de slag om de `nieuwe' kiezer veranderden al twee partijen van naam: de socialisten heten nu SP.A in plaats van SP (A staat voor `anders'), CVP is CD&V (V voor Vlaams) geworden. De SP.A schuift op richting groenen, de afkalvende CD&V is intern zo verdeeld dat weinigen meer weten waar zij voor staat.

Wat intussen opvalt, is dat er weinig debat is in Vlaanderen. Iedereen is min of meer voor euthanasie en abortus. Zelfs over migrantenstemrecht ontstaat consensus. Het economische beleid roept weinig substantiële discussie op. ,,Alle regeringspartijen'', zegt een CD&V'er die anoniem wil blijven, ,,bewegen zich tussen links en het centrum. Ook de liberalen: premier Verhofstadt was tien jaar geleden veel rechtser. Je hoort hem niet meer over oude stokpaardjes, zoals de privatisering van de sociale zekerheid. Wij gaan óók die kant op: wij hebben net het homohuwelijk aanvaard.'' Hij vindt dit discours ,,verstikkend''. Alleen het Vlaams Blok doet er niet aan mee. Gevolg: ,,Als ik tegen het homohuwelijk ben, word ik meteen voor Blokker versleten.''

Hij, en ook anderen de afgelopen weken, pleiten daarom voor het oprichten van een `fatsoenlijke' rechtse partij – ,,om zowel de regering als het Vlaams Blok wind uit de zeilen te nemen''. Volgens Swyngedouw is dat een doodlopende weg: gematigd-rechtse kiezers vormen in Vlaanderen hooguit 15 procent. Een nieuwe rechtse partij als toevluchtsoord voor ontgoochelde CD&V'ers zou dus de CD&V decimeren, en ook zélf klein blijven. ,,Dat zou de liberale VLD een grote dienst bewijzen'', meent Swyngedouw. ,,Die kan dan heersen over al die kleintjes in het middenveld.'' Vandaar dat er steeds meer stemmen opgaan om de CD&V juist te laten sámenwerken met de VLD: if you can't beat them, join them.

Zo'n `brede volkspartij' kan ook de landelijke politiek beïnvloeden. Nu zijn de Waalse socialisten (PS) wegens hun numerieke overwicht vaak in staat voorstellen van andere partijen te smoren. Met een grote Vlaamse tegenspeler, redeneert de CD&V'er, ,,kan de PS minder stoorzender spelen''.

Voorlopig zijn dit enkel scenario's, die erop duiden dat de politieke herverkaveling inderdaad begonnen is. Het lijkt er op dat er nog een hoop `whisky'tjes' nodig zijn voordat dit proces is afgerond.