Turncoach mist vertrouwen en stapt op

Ruud Jacobs (33) kondigde gisteren bij de WK in Gent zijn vertrek aan als bondscoach van de turnmannen. Hij nam afscheid met een 29ste plaats in het kwalificatietoernooi van de landenwedstrijd. Volgens de scheidende coach geen teleurstellend resultaat, maar de voorbode van een mooie toekomst.

De Nederlandse turnmannen glommen gisteren van trots. Voor hun doen hadden zij bij de wereldkampioenschappen in Gent goed gepresteerd. Maar het was blijdschap in de marge, want de 29ste plaats in het kwalificatietoernooi van de landenwedstrijd spreekt internationaal niet tot de verbeelding. Na de wedstrijd deelde Ruud Jacobs mee dat hij stopt als bondscoach. Maar dat besluit staat los van het resultaat in België.

Jacobs is bij de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) niet meer gewenst. Hij kon zijn baan na de WK voortzetten voor de helft van de tijd, maar de bondscoach kan zich een halvering van inkomsten niet veroorloven en werd derhalve in de positie gemanoeuvreerd om op te stappen.

Waar Jacobs de verslechterde aanbieding na een dienstverband van vijf jaar opvatte als gebrek aan vertrouwen, voerde de bond het argument van beleidswijziging aan. Het vrouwenturnen is de nieuwe speerpunt van de KNGU, zodat er voor de mannen nauwelijks geld overblijft. In elk geval te weinig om een bondscoach fulltime te kunnen betalen.

De taak van Jacobs wordt overgenomen door Rob Stout van het turnsteunpunt Rotterdam en Gerard Speerstra van het steunpunt Heerenveen. Beiden blijven bij hun club werken en worden voor 512 uren op jaarbasis betaald door de KNGU. Daarnaast hebben zij 180 uur ter beschikking voor speciale projecten met de nationale mannenploeg, die grotendeels bestaat uit turners van Rotterdam en Heerenveen.

In tegenstelling tot Jacobs is Stout wel bereid om tegen de stroom in te zwemmen. ,,Mij krijgen ze niet klein, zelfs niet met die schamele 15.000 gulden die de KNGU per jaar voor de turnmannen uittrekt'', zegt de Rotterdammer strijdlustig. En in de samenwerking met Speerstra verwacht hij geen problemen, tenzij de clubbelangen gaan overheersen bij de samenstelling van een nationale ploeg. Stout heeft geen aanwijzingen dat daarover conflicten zullen ontstaan.

De tragiek van Jacobs is dat hij `moet' vertrekken op het moment dat zich in Nederland een groep talenten aandient. Turners als Ivo Bennenk, Jeroen Hardon, Herre Zonderland, Peter Geurts en Mark van Roon kunnen nog veel progressie maken als zij aan kracht winnen en hun oefeningen bijvijlen. Als het team van `Gent' bij elkaar blijft en de uitgangswaarden van de oefeningen worden opgewaardeerd, hoeft succes in de toekomst allerminst te worden uitgesloten.

Maar de kille cijfers van de WK geven aan dat in de Nederlandse trainingshallen nog veel werk moet worden verricht. Bennenk was met de 72ste plaats de beste landgenoot. De potentie van de Nederlanders bleek uit hun prestaties op onderdelen, zoals Geurts op vloer en sprong, Hardon op sprong, Zonderland aan rek en Bennenk in de meerkamp.

Na afloop van zijn laatste klus voor de KNGU gaf sprak Jacobs de wens uit dat de prestaties in België voor de KNGU aanleiding zijn om het beleid opnieuw te overwegen en meer geld vrij te maken voor de turnmannen. Jacobs: ,,Bedenk wel dat geen van deze jongens ouder is dan 21 jaar, terwijl turners rond de 25 jaar aan hun top zitten. Er zit nog veel rek in deze groep. En ik vind dat ze hun bestaansrecht hier in Gent wel hebben bewezen.''