Recidiveprobleem

Een top van 5 procent van alle verdachten neemt een kwart van de geregistreerde criminaliteit voor hun rekening. En daarvan is weer het topje van 1 procent goed voor bijna 12 procent van de delicten. Dit rekende het onderzoekscentrum van zijn departement minister Korthals (Justitie) voor bij het opstellen van de nota Criminaliteitsbeheersing. Sancties halen kennelijk weinig uit.

Bij de bespreking van hun beleidsnota kwamen Korthals en zijn collega De Vries (politie) gisteren onder vuur te liggen in de Tweede Kamer. ,,Too little, too late'', was de kritiek. Met reden bracht Korthals daar tegenin dat men hem moeilijk een softe lijn kan verwijten. Hij was als Kamerlid al de man van tienduizend agenten erbij. Maar daar wilde toen niemand van horen. Dat was overigens maar goed ook. Het spreekwoordelijke `blik agenten opentrekken' zet weinig zoden aan de dijk. Dat blijkt nog weer eens uit een ook al weer alarmerend concept-rapport over de stand van de misdaadbestrijding van de Amsterdamse politiechef Van Riessen. Deze zoekt het vooral in ,,slimme strategieën''. Ook wil de politiechef iedere stadswacht maar meteen uitrusten met opsporingsbevoegdheid. Het is de vraag of dat wel eerlijk is voor die arme toezichthouder zelf én de burger. Er ligt overigens een tijdbom onder het hele rapport-Van Riessen door het voorstel een landelijke recherche op te richten. Dat is nog steeds een perfect recept voor een loopgravenoorlog, zo niet openlijke stammenstrijd.

Het recidiveprobleem is er intussen niet minder om. Een van de ingediende Kamermoties wil herhaling formeel bestempelen tot strafverzwaringsgrond. De wettelijke regeling van de recidive leent zich inderdaad voor verbetering, zoals de strafrechtsgeleerde Remmelink al jaren geleden constateerde in zijn handboek: ,,Veel goeds valt er niet over te zeggen''. Maar de rechtspraak houdt in de praktijk allang rekening met recidive en de minister heeft een punt wanneer hij de rechter niet nodeloos wil binden. Dat is precies wat Nederland in Europa zo sterk verdedigt als het gaat om het invoeren van wettelijke minimumstraffen. Korthals vindt wel dat opgelegde sancties meer ,,maatwerk'' moeten zijn. Een aardig contrast met zijn voorganger en prominente partijgenoot Korthals Altes die destijds luid verkondigde dat de tijd van het justitiële maatwerk voorbij was en die van de confectie was aangebroken. Een nuttige waarschuwing dat al te sterke stroomlijning van het `strafrechtbedrijf' niet helpt.