Oorlog om Abchazië gaat door

Ondanks bemiddelingspogingen gaat de kleinschalige oorlog om de van Georgië afgescheiden republiek Abchazië, gewoon door. Kort nadat de voorzitter van het Georgische parlement met zijn ambtgenoot in Moskou overleg had gevoerd over vredesinitiatieven en een contingent Russische `blauwhelmen' uit Abchazië was vertrokken, hebben jachtvliegtuigen en gevechtshelikopters afgelopen zondag bombardementen uitgevoerd op het dorpje Adzari in Georgië.

Volgens president Sjevarnadze van Georgië zijn de Russische strijdkrachten hiervoor indirect verantwoordelijk. Sjevarnadze verweet de Russische president Poetin gisteren dat Moskou zich in woorden wel uitspreekt voor de territoriale integriteit van Georgië, maar in de praktijk separatisten in Abchazië ondersteunt. De regering in Tbilisi bepleit daarom de stationering van een internationale vredesmacht, die niet meer wordt gedomineerd door Russen.

Het merendeels islamitische Abchazië maakte zich, met steun van Rusland, in 1993 los van het christelijke Georgië. De provincie aan de Zwarte Zee is sindsdien de facto onafhankelijk. Rusland zelf zwijgt. Abchazië daarentegen bevestigt betrokkenheid bij de bombardementen. Abchazië beschikt over enkele straaljagers en helikopers van Russische makelij. Bij de gevechten zouden Abchazische troepen ruim 150 `bandieten' van de Tsjetsjeense krijgsheer Roeslan Gelajev hebben geëlimineerd. Gelajev zelf zou nog in leven zijn.