Beducht voor ‘uitkeringstoerisme’

Arbeidsmarkt Het Europees Parlement wil buitenlandse werknemers al na één dag werken recht op een uitkering geven. „Dat is een verkeerde prikkel.”

Om te bevorderen dat werknemers eenvoudig in een ander land aan de slag kunnen gaan wil de EU de sociale zekerheid in de lidstaten beter op elkaar afstemmen. Foto Paulien van de Loo

Nederland kan het plan om buitenlandse EU-werknemers pas na een half jaar werken het recht te geven op een Nederlandse WW-uitkering wel vergeten. Het Europees Parlement nam deze week een voorstel aan waarin dat recht al na één dag werken wordt toegekend.

Om te bevorderen dat werknemers eenvoudig in een ander land aan de slag kunnen gaan wil de EU de sociale zekerheid in de lidstaten beter op elkaar afstemmen. Het idee is te komen tot een gemeenschappelijke Europese arbeidsmarkt waarin werknemers in gebieden met weinig werk snel kunnen vertrekken naar landen met arbeidstekorten.

Nederland en andere rijke EU-landen steunen dit, maar zijn tegelijkertijd beducht voor uitkeringstoerisme. Daarom zette Nederland oorspronkelijk in op een zogenoemde wachttijd van zes maanden voordat buitenlandse EU-werknemers een WW-uitkering kunnen krijgen op basis van het werkverleden hier en elders in de EU. Omdat een meerderheid van lidstaten voorstander is van een kortere periode stelde minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) als compromis eerder een wachttijd van drie maanden voor. Hij werd overstemd. De lidstaten kozen voor een wachttijd van een maand. Nu het Europees Parlement op één dag gaat zitten is de kans groot dat het uiteindelijke compromis tussen het parlement en de EU-landen niet boven een maand uitkomt.

Bang voor misbruik

De PvdA stemde tegen het voorstel van de Franse fractiegenoot Guillaume Balas voor een wachttijd van een dag. De partij vindt het voorstel oneerlijk. „Om de onderlinge solidariteit in Europa te behouden is het van groot belang dat mensen die een Nederlandse WW-uitkering krijgen ook inleg in Nederland betalen. Bij buitenlandse werknemers die hier maar kort werken en vooral op basis van hun arbeidsverleden elders een WW-uitkering ontvangen is dat nauwelijks het geval”, aldus PvdA-Europarlementariër Agnes Jongerius.

De partij is bovendien bang voor misbruik. Onderdeel van de plannen van Balas is namelijk om werknemers uit een ander EU-land het recht te geven hun WW-uitkering gedurende zes maanden mee te nemen naar een andere lidstaat. Dit vanuit de gedachte dat ze daarheen moeten kunnen gaan waar de kans op werk het grootst is. Nu mag dit ‘exporteren’ van de WW-rechten vanuit Nederland gedurende drie maanden. „Het risico is dat buitenlandse toezichthouders minder goed controleren of mensen met een Nederlandse WW-uitkering zich wel aan de sollicitatieplicht houden dan het UWV in Nederland zou doen”, aldus Jongerius.

Minister Koolmees heeft gezegd de Europese plannen een verkeerde prikkel te vinden. Hij vreest dat arbeidsmigranten, bijvoorbeeld seizoenswerkers, het land met de hoogste uitkering kiezen. Hij probeert gelijkgestemde landen te vinden om de wachttijd toch iets op te rekken.

    • Wilmer Heck