Moederkerk

Precies een week geleden gaf Joep Habets in deze krant een exposé over de bijzonder prettige want culinaire rituelen die de Heilige Moederkerk van Rome hem geboden had om zich, als jonge gelovige, te beschermen tegen besmettelijke ziekten in het algemeen en hondsdolheid in het bijzonder. Habets, die, net als ik, op zeker moment in zijn jeugd van zijn geloof viel, lijkt niet om te zien in wrok. Dat siert hem.

Op mijn dertiende werd ik lid van de wielervereniging D.T.S. in Deurne. De letters stonden voor: Door Training Sterk, als ik het me goed herinner. De vereniging was aangesloten bij de N.W.B., de Nederlandse Wielerbond. Deze bond was een zogenaamde `wilde' bond. Ze had niks van doen met de officiële bond, de K.N.W.U. ( Koninklijke Nederlandse Wielren Unie), ze opereerde voornamelijk in Zuidoost-Brabant en Limburg. In het Midden-Limburgse Montfort nam ik deel aan mijn eerste jaarlijkse `bedevaart-ronde'.

De dag begon met een heilige mis, die mij in eerste instantie tegenviel. Ze verschilde in niets van de honderden missen die ik al eerder had bijgewoond. Maar na de dienst stelden de leden van de N.W.B., met de racefiets in de hand, zich als een kudde buiten de kerk op. Mijnheer pastoor verscheen op een verhoog. Hij doopte een dikke kwast in een emmer wijwater en zegende het pak aan zijn voeten. Daarop verscheen een engel in een lila jurk, die ik herkende als het zusje van een van mijn concurrenten. Uit haar hand ontving iedereen een medaillon met de beeltenis van een heilige, ik meen dat het Christoffel was, maar ik kan me vergissen. In een tent werd een rijke koffietafel geserveerd.

De koers, later op de dag, was een van de felste die ik ooit heb gereden. Met de zegen van mijnheer pastoor in het achterhoofd, en met het medaillon vastgespeld op de borstrok, waande iedereen zich onoverwinnelijk en beschermd tegen valpartijen. Dat gold ook voor mij, hoewel ik in die tijd op het punt stond mijn ziel uit te leveren aan de hardrockende jongens van Uriah Heep.

Het wielrennen en de Moederkerk hebben elkaar nooit gebeten. Jezus leed voor ons om ons te verlossen. De wielrenner lijdt opdat wij van zijn lijden kunnen smullen. Niet voor niets ontvangt de paus met grote regelmaat exponenten van het profpeloton binnen de muren van het Vaticaan.

Ik lees in de krant dat Jean-Marie Leblanc de komende Tour de France driftig heeft ingekort. Ter bestrijding van het dopinggebruik. Kennelijk gelooft Leblanc dat de 100 meter sprint op de atletiekbaan een feeërieke voorstelling is.

Het Lijden komt in het gedrang.

Ik stel voor dat het hoogste geestelijke gezag zich met de kwestie gaat bemoeien.