Meer kerels dan kalveren op laatste marktdag

In een halflege hal werd vandaag voor het laatst gehandeld op de 120 jaar oude veemarkt van Doetinchem. De MKZ-crisis deed de markt de das om.

In de entreehal van de Houtkamphal staat een honderdtal groene regenlaarzen opgesteld. Maat 42 tot 47, keurig op een rij. De laarzen zijn voor de boeren en veehandelaren die geen blauwe overschoentjes onder hun gele klompen willen binden. Normaal gesproken kost het huren van de laarzen vijf gulden per keer, maar vandaag is het gebruik gratis. Een geste van het veemarktbestuur aan de handelaren die op de laatste handelsdag gekomen zijn. Het zijn er zo'n zeventig, en dat is net als het aantal aangevoerde kalveren te weinig. Voor een rendabele veemarkt moeten er wekelijks zo'n negenhonderd tot duizend kalveren verhandeld worden, maar sinds de MKZ-crisis wordt de helft niet eens gehaald. Vandaag, op de laatste dag van de veemarkt, blijft de teller staan op 405. Volgens voorzitter Gosse Bootsma van de Groep Nederlandse Veemarkten kan geen enkele veemarkt in Nederland meer rendabel draaien. De enige twee veemarkten die nu nog over zijn, Leeuwarden en Utrecht, ontvangen steun van de gemeente.

De Houtkamphal is slechts voor de helft gevuld. De kalveren staan in vakken, gesorteerd op ras en gescheiden door dranghekken. Af en toe prikt een handelaar met zijn hand of een stok in de rug om te voelen hoe vet de kalveren zijn. ,,Er zijn meer kerels dan kalveren'', concludeert een handelaar. Vroeger was het anders, herinnert de 85-jarige Gert Wentink uit Gaanderen zich. Als jochie van vijftien ging hij al met zijn vader mee naar de veemarkt in Doetinchem, nu kijkt hij alleen nog toe. Sigaar in de mond, zijn armen leunend op een wandelstok. ,,Vroeger stond de hele hal vol, zag het hier zwart van de mensen. En buiten was het bij de rundermarkt nog drukker.''

Op de veemarkt in Doetinchem, die in 1881 met biggen begon, werden tot de MKZ-crisis kalveren, schapen en runderen verhandeld. De nieuwe regels staan niet langer toe dat er verschillende diersoorten op één dag verhandeld worden. Ook de aan- en afvoer van dieren is aan strenge eisen gebonden. Het zijn deze regels die, samen met de verscherpte eisen op het gebied van hygiëne, Doetinchem de das om hebben gedaan. ,,Het ligt niet aan de handel maar aan de regelgeving'', zegt bestuurslid Gerrit Maalderink van de stichting die de veemarkt exploiteerde. Door de magere belangstelling moest er iedere week twee tot drieduizend gulden bij. Het tekort op jaarbasis zou een ton bedragen. ,,Het was onverantwoord om door te gaan'', concludeert Maalderink, te meer omdat binnenkort ook voor nog eens een ton in hygiënemaatregelen geïnvesteerd zou moeten worden.

Maalderink is teleurgesteld. Veehandelaren die voorop liepen bij demonstraties om de markten open te houden, verhandelen nu hun dieren via particuliere verzamelcentra, zegt hij. Bij deze verzamelcentra is er één afnemer, een grote kalvermester, en dat komt de prijs niet ten goede.

Veehandelaar Erwin Boomers voelt zich niet aangesproken door de kritiek. Hij deed mee met de acties maar heeft na de MKZ-crisis de Doetinchemse veemarkt de rug toegekeerd. ,,Logistiek is het veel te duur geworden'', zegt hij. Voor de MKZ-crisis kon hij al het vee dat hij op de veemarkt kocht in één vrachtwagen vervoeren, nu moet hij voor iedere nieuwe bestemming een aparte vrachtwagen of aanhanger gebruiken. En met het prijsverschil valt het volgens Boomers nog wel mee. ,,De veemarkt is eigenlijk ook eenzijdig. Tachtig procent van wat in Doetinchem staat wordt uiteindelijk ook gekocht door Jan van Drie.''

Van Drie is de grote kalvermester waar de meeste veehandelaren in Doetinchem zaken mee doen. Ook Nico Kool uit Haastrecht. Na lang handjeklap is hij een uur na opening eigenaar van een twintigtal zwartbonte kalveren. Hij hoopt ze voor het sluiten van de markt met winst te kunnen doorverkopen aan Van Drie. ,,Dat is handel. Zo doe ik het mijn hele hele leven al.'' Dat de handel zich langzamerhand verplaatst naar verzamelplaatsen is voor hem letterlijk en figuurlijk de dood in de pot. Ook de boeren zullen volgens hem de gevolgen merken. Zij kunnen door het wegvallen van de markt niet meer goed inschatten wat een kalf werkelijk waard is.

De Doetinchemse veemarkt wil dit probleem ondervangen door iedere week in een nabijgelegen café een ontmoeting te organiseren tussen boeren en veehandelaren. ,,Het is belangrijk dat het contact blijft bestaan'', zegt bestuurslid Maalderink. Handelaar Van Zeist denkt niet het idee aanslaat. ,,De één heeft straks een verjaardag, de tweede is druk en de derde heeft geen zin. Nee, hoor het is voorbij in Doetinchem.''