Meer geld voor Nederlandse films

Nederlandse publieksfilms kunnen, naast de vernieuwde fiscale stimuleringsmaatregelen voor film, een beroep doen op aanvullende financiering. Dit schrijft staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) in een brief aan de Tweede Kamer.

Het Nederlands Fonds voor de Film beschikt hiervoor in 2002 en 2003 over 15 miljoen gulden per jaar. De aanvullende financiering, bedoeld voor films die 80 procent van hun productiebudget in Nederland besteden, moet ervoor zorgen dat Nederlandse films aantrekkelijk blijven voor particuliere beleggers, aldus Van der Ploeg.

Dankzij de regeling kan het budget van Nederlandse films voor 65 procent worden gedekt. Beleggers krijgen rendement van hun investering vanaf het moment dat een film meer dan 35 procent van het productiebudget opbrengt. Voor films die niet in aanmerking komen voor de nieuwe regeling begint het rendement pas bij 50 procent opbrengst.

De filmregeling is het laatste onderdeel van een pakket maatregelen die per 1 januari 2002 moeten ingaan. Over de in 1999 ingevoerde CV-constructie voor de filmbranche bestond onvrede bij het kabinet, omdat de beleggers geen enkel risico liepen en elke noodzaak voor het commerciële succes van een film ontbrak.

Naast de al eerder aangekondigde filminvesteringsaftrek (FIA) en de gehandhaafde willekeurige afschrijving (WA-film) was aanvankelijk sprake van extra `bescherming' voor Nederlandse films in de vorm van publiek-private samenwerking, een PPS-constructie. Nu is echter gekozen voor `matching': de producent ontvangt eenzelfde bedrag als hij van marktpartijen weet los te krijgen, met een maximum van twee miljoen gulden.

Films die in aanmerking willen komen voor de nieuwe regeling moeten, naast de 80 procent besteding in Nederland, minimaal 5 procent van het budget besteden aan promotie en marketing. Het budget is minimaal 3,1 miljoen en maximaal 10 miljoen gulden. Aanstaande donderdag worden de filmmaatregelen in de Kamer besproken.