Kamer: alle aangiften toch onderzoeken

Justitie en politie moeten in de berg van 770.000 onverwerkte aangiftes van strafbare feiten onderzoeken of het alsnog mogelijk is om vervolging in te stellen en daders op te sporen. Dat onderzoek moet zich in ieder geval uitstrekken over de aangiftes die in 1999 en 2000 op de plank zijn blijven liggen. Dat kregen beide ministers te horen van een Kamerbrede meerderheid in het debat over de Nota Criminaliteitsbeheersing van beide ministers.

De ministers kunnen ook een breed gesteunde motie van de VVD tegemoet zien waarin gevraagd wordt om de strafmaat bij recidive aanzienlijk te verhogen. Indien de rechter daar van afziet, moet hij dat in zijn vonnis schriftelijk motiveren. Tot irritatie van beide ministers wil VVD-woordvoerder Nicolaï bij motie vastleggen dat het recidive onder veelplegers (draaideurcriminelen), met de helft wordt teruggebracht en het recidive onder plegers van zedenmisdrijven met 75 procent.

In de nota schetsen beide ministers een somber beeld van de criminaliteitsbestrijding in Nederland. Het ophelderingspercentage schommelt al jaren rond de 15 procent en er gebeurt niets met meer dan een miljoen aangiftes. Daarboven op kwam vorige week nog een rapport van de projectgroep Opsporing die in opdracht van de Raad van Hoofdcommissarissen onderzocht of de gebruikte recherchetechnieken nog wel voldoen in de strijd tegen de alsmaar groeiende misdaad. Een kwart van de Nederlandse bevolking was in 1999 slachtoffer van een misdrijf terwijl tussen 1999 en 2006 een verdere stijging van de criminaliteit wordt verwacht van 14 procent. De in de nota toegezegde versterking van de opsporingscapaciteit met 8000 formatieplaatsen om in ieder geval 80.000 onafgehandelde aangiftes alsnog af te handelen, zal daarom een druppel op een gloeiende plaat blijken te zijn, zo constateert de projectgroep.

Minister de Vries erkende gisteren in het debat dat het moeilijk zal zijn om die 8000 extra opsporingsambtenaren te realiseren. Los van de problemen bij de werving, ontbreekt het volgens de minister aan scholingscapaciteit om een dergelijk hoge instroom te kunnen verwerken.

Maar beide ministers wezen kritiek van de hand dat zij deze kabinetsperiode te weinig aan criminaliteitsbestrijding hebben gedaan. De deplorabele situatie bij betrokken opsporingsinstanties is het gevolg van 25 jaar veronachtzaamheid bij investeringen in veiligheidsbeleid. Volgens Korthals heeft hij eerst geprobeerd om de opsporingsinstanties op orde te brengen. Vervolgens heeft hij de feitelijke situatie laten inventariseren die nu tot de Nota Criminaliteitsbeheersing heeft geleid. ,,We hadden dit rapport ook achterwege kunnen laten en dan had niemand iets gezegd'', aldus Korthals. Hij zegde toe dat hij in de berg van 770.000 aangiftes zal laten zoeken naar aanknopingspunten om alsnog te vervolgen. ,,Misschien is er met heel veel energie wellicht nog ergens een verdachte te vinden.''