Grotestedenbeleid

Minister Van Boxtel vindt dat gemeenten niet moeten zeuren over `Haagse stroperigheid' bij het grotestedenbeleid (NRC Handelsblad, 19 oktober). Als voorbeeld geeft hij Amsterdam-Zuidoost, dat al meer dan een jaar wacht op geld dat `was blijven hangen in de stroperigheid van dat Amsterdamse stadsdeelstelsel'.

De minister geeft hiermee te kennen goed bekend te zijn met de opinies in de Amsterdamse binnenstad. Daar weten ze ook heel zeker dat alles dat mis gaat in de stad, te wijten is aan de deelraden terwijl ze er pas volgend jaar zelf een krijgen. De minister maakt een uitglijer als hij vervolgens vertelt dat Rotterdam dat probleem niet kent. ,,Daar hebben ze dat rare stadsdeelstelsel ook niet,'' aldus Van Boxtel. Hij is er blijkbaar niet van op de hoogte dat Rotterdam een deelgemeentestelsel heeft dat behoorlijk wat ouder is dan het Amsterdamse.

Bij zorgvuldige stelselvergelijking zijn er wel wat verschillen te ontdekken, maar in één opzicht komen Amsterdam en Rotterdam overeen: criticasters hebben de centrale stad met terugwerkende kracht heilig verklaard. Terwijl het vanuit Den Haag binnengekomen grotestedengeld juist daar is blijven steken.