Doorleren

Toen ik ruim drie jaar geleden in Amsterdam ging wonen, kende ik sommige grote wijken, zoals Oost en West, nauwelijks. Als niet-Amsterdammer kom je doorgaans niet verder dan het centrum, Zuid en de Jordaan. Nu loop ik regelmatig in dergelijke wijken, vooral in West, en beginnen straten en buurten zich langzaam met betekenis te vullen. Dit vooral dankzij getuigenissen van mensen die er lang hebben gewoond.

Eén van hen is de letterkundige Kees Fens (72), die enkele jaren geleden in zijn Volkskrant-serie `Stad in de verte' mooie afleveringen schreef over West, waar hij in de Chasséstraat opgroeide. Een grote, inmiddels gesloten katholieke kerk met twee torens staat nu als een verslagen generaal in die straat.

,,De kerk heerste over de straat (...) maar de kerk beheerste ook ons leven'', schreef Fens. ,,Als in meer Amsterdamse buurten: waar een roomse kerk staat, gingen de katholieken wonen. De Chasséstraat was ook een rooms dorp. Ons huis keek op de zijkant van de kerk uit. De tijd van de torenklok is mijn tijd geweest.''

In de aula van de Amsterdamse universiteit vertelde Fens gisteren meer over die buurt en zijn herinneringen eraan. Een fascinerend verhaal want zijn persoonlijke geschiedenis maakte veel zichtbaar van de sociale en religieuze ontwikkeling van de buurt. Als hij nu door zijn oude straat loopt, voelt hij er zich een complete vreemdeling, ,,een van de pijnlijkste ervaringen van mijn leven.'' Op de naambordjes staan hoofdzakelijk buitenlandse namen. ,,Ik ken er nog maar drie mensen.''

De Chasséstraat werd in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd. Alle bewoners waren katholiek, op één heiden na. ,,Het geloof was er onuitwijkbaar'', vertelde Fens, en hij schreef daaraan dan ook de verzengende papenhaat van een niet-katholiek als Jan Blokker toe, die vlakbij in de Van Kinsbergenstraat opgroeide.

De Chasséstraat: een keurige straat met keurige mensen. Leden van een oppassende middenklasse. De ouders lieten hun kinderen datgene doen waartoe zijzelf niet in de gelegenheid waren geweest: `doorleren'. Een woord dat voor nieuwe generaties niet meer bestaat. Fens beschreef hoeveel talent op die manier na de oorlog in West ontkiemde: academici, kunstenaars, journalisten. Met W.F. Hermans als beroemdste voorbeeld.

Fens had vooral in de jaren dertig veel armoede in zijn buurt gezien. Die bleek hem voor het leven te hebben getekend. Iemand in de zaal vroeg hem waar hij nu woonde. ,,De Keizersgracht'', zei hij na enige aarzeling, ,,maar ik schaam me diep, hoor. Ik zeg er altijd bij dat ik maar een appartement heb.''

Hij ging er ruim vijf jaar geleden wonen. Hij vertelde hoe hij op een zaterdag NRC Handelsblad kocht. Hij is geen abonnee, ,,wat alles te maken heeft met de Chasséstraat en het Handelsblad.''

Goed, daar liep hij dan toch met NRC Handelsblad onder zijn arm, die vuige vesting van liberalisme en kapitalisme. Fens, glimlachend: ,,Ik dacht: wat ben ik diep gezonken. Hier loop ik met de verkeerde krant aan de goede kant van de gracht erger kan het niet.''