Amerika moet de strijd om ideeën winnen

Hoe je het ook noemen wilt – openbare diplomatie, publieke zaken, psychologische oorlogsvoering of, als je het cru stelt, propaganda – het is van doorslaggevend en historisch belang om vast te stellen waar deze oorlog nu eigenlijk over gaat in de ogen van de één miljard moslims in de wereld. Alle islamdeskundigen en alle specialisten die analyseren wat er in de moslimwereld gebeurt, zijn het erover eens dat Osama bin Laden een voorsprong in de strijd heeft behaald met zijn stelling dat het hier gaat om een oorlog tegen de islam en niet, zoals president Bush terecht stelt, een oorlog tegen het terrorisme.

Hoe is het mogelijk dat een massamoordenaar die de terroristen van 11 september openlijk lof heeft toegezwaaid, zoveel mensen weet te overtuigen? Hoe kan een man in een grot de meest geavanceerde communicatiesamenleving ter wereld overtreffen in communicatie?

Bin Laden heeft zijn succes deels te danken aan een sluwe mengeling van moderne mediatechnieken en middeleeuwse symbolen: die kwalitatief zeer goede video uit de woestijn is daarvan het beste voorbeeld van de laatste tijd. Maar ook de felle woede van de Arabieren wegens de Amerikaanse steun aan Israël weet hij goed te benutten. Op die twee zaken hebben wij echter weinig invloed. Bin Laden kan zijn eigen boodschap volledig zelf beïnvloeden, terwijl wij het terrorisme niet kunnen belonen door onze steun aan Israël in te trekken. We moeten ons wel hoognodig buigen over de vraag waarom onze boodschap niet overkomt en over de vraag of onze boodschappers wel deugen.

Als we de moslims er niet van kunnen overtuigen dat deze oorlog niet tegen de islam is gericht maar tegen het terrorisme en als het Bin Laden lukt de strijd in zíjn termen te definiëren, zal hij zijn doel hebben bereikt, ook al wordt hij opgespoord en uiteindelijk geëlimineerd – en ik ben ervan overtuigd dat dat zal gebeuren. Ook een dode Bin Laden kan heel goed een nieuwe generatie loyale, fanatieke terroristen voortbrengen als zijn boodschap in goede aarde valt. De strijd tussen ideeën is dan ook net zo belangrijk als ieder willekeurig ander aspect van de oorlog waarin we verwikkeld zijn.

Om dit probleem op te lossen moeten we zowel naar de boodschap als de boodschappers kijken. Eerst de boodschap. Het was volkomen terecht dat president Bush kort na 11 september een bezoek bracht aan het islamitische centrum in Washington en met vooraanstaande moslims en Arabische Amerikanen sprak. Maar sinds die belangrijke daden is het bergafwaarts gegaan. Islamdeskundigen zijn van mening dat de campagne om het Amerikaanse publiek te informeren een rommeltje is.

Er zijn legio voorbeelden: de merkwaardig toonloze radioboodschap van het leger aan de Afghanen (`Attentie Talibaan! Jullie zijn ten dode opgeschreven. Wisten jullie dat? Op het moment dat de terroristen die jullie steunen onze vliegtuigen kaapten, hebben jullie jezelf ter dood veroordeeld.') Het feit dat er geen continue openbare discussie is geëntameerd met belangrijke islamitische intellectuelen over de kwestie hoe extremisten de koran verdraaien zodat moord erdoor wordt goedgekeurd. Het feit dat niet in de openbaarheid is gebracht dat er zich honderden moslims bevonden onder de slachtoffers in het World Trade Center. Het feit dat niemand islamitische vrouwen erop wijst dat ze in hun streven naar vooruitgang en een beter leven honderd jaar terug zullen worden gezet door Bin Laden en zijn mannen. Het feit dat men geen geloofwaardige Arabisch sprekende moslims heeft gezocht om de waarheid over Bin Laden te zeggen.

En dan de boodschappers. Ondanks de overweldigende voorsprong die de VS hebben op het gebied van moderne communicatie, communiceert de regering-Bush voornamelijk met de islamitische wereld via ongelooflijk verouderde en totaal ongeschikte technieken en een bureaucratische structuur die in de verste verte niet tegen zijn taak is opgewassen. Zo is de hoogste functionaris die er in Washington aan werkt, de onderminister voor openbare diplomatie en publieke zaken, Charlotte Beers, een geslaagde reclamevrouw zonder enige regeringservaring of ervaring in buitenlandse politiek. Haar medewerkers hebben weinig ervaring in de zaken waarmee ze nu te maken hebben. Verder maakt de Voice of America nog steeds voornamelijk gebruik van de korte golf of de normale radio en in zeer beperkte mate van speciale televisiekanalen. Onlangs werd in het Congres opgemerkt dat de uitzendingen amper verstaanbaar zijn, dat ze een publiek van twee procent of minder bereiken en dat de belangrijkste groep, namelijk jongeren van onder de vijfentwintig jaar, helemaal niet wordt bereikt. Het zou van groot belang zijn als bevriende islamitische regeringen ertoe konden worden bewogen via hun eigen televisienetwerk de waarheid over Bin Laden openbaar te maken.

De afgelopen zestig jaar is Washington zeker driemaal met soortgelijke uitzonderlijke problemen geconfronteerd op het gebied van wat tegenwoordig de `openbare diplomatie' heet, en elke keer zijn er bijzondere oplossingen voor bedacht. De eerste keer heeft Franklin Roosevelt persoonlijk het beroemde Office of War Information en de Advertising Council opgezet en de creatiefste geesten van die generatie opgeroepen de boodschap te vervolmaken. De tweede keer hebben Truman en Eisenhower, die inzagen dat de hele strijd tegen het communisme draaide om ideeën, het USIA opgezet, ooit een belangrijk Koude-Oorlogsinstituut. De derde keer begreep de regering-Clinton dat normale campagnes ter informatie van het publiek de Servische steun aan Slobodan Miloševic niet konden verminderen en werd er een speciaal bureau opgericht om de boodschap te verbeteren en deze op een andere manier aan Servië over te brengen. Die zowel openlijke als geheime acties hebben een belangrijke rol gespeeld bij de val van Miloševic vorig jaar.

Nu is er weer dringende behoefte aan zo'n instituut. De leiding ervan moet liggen bij het Witte Huis, de enige plaats in Washington waar men de activiteiten op het gebied van publieke zaken van de departementen van Binnenlandse Zaken, Defensie, Justitie en van andere instanties als CIA, AID gericht op de islamitische wereld kan coördineren – lees: sturen. Er is meer geld nodig, er moeten speciale zendsystemen worden bedacht, niet alleen voor Afghanistan maar voor de hele islamitische wereld, ook de moslims in niet-Arabische landen zoals India en China, en ook West-Europa, waar de terreurnetwerken diep geworteld zijn.

We kunnen ons niet permitteren te verliezen, want dat zal tot een permanente crisis leiden – precies wat Bin Laden en zijn aanhangers willen.

Richard Holbrooke is oud-ambassadeur van de VS bij de Verenigde Naties en was bemiddelaar in voormalig Joegoslavië. © LAT-WP Newsservice