A.F.Th. over A.F.Th.

Het literaire tijdschrift Optima, geruime tijd uit zicht geweest, is terug met een nieuwe redactie (Josje Kraamer en Arjan Peters) en een nieuwe formule. Voortaan zal het drie maal per jaar verschijnende periodiek worden samengesteld door `een vooraanstaande gast'.

A.F.Th van der Heijden, alias A.F.Th., is de eerste die deze eer te beurt valt en hij heeft er een heus collectors item van gemaakt. Uit zijn omvangrijke oeuvre licht hij betekenisvolle fragmenten die verwijzen naar het werk van anderen zoals Achterberg, Carmiggelt, Genet, Hermans, Joyce, Charles Jackson, Lowry, Mulisch, Shakespeare en Sophocles.

Behalve stukken uit Het Hof van Barmhartigheid (waarin Van der Heijden de openingszin van Jacksons The Lost Weekend citeerde), De gevarendriehoek (met een hommage aan Achterbergs gedicht `Dood paard') zijn er passages uit vrijwel al zijn overige romans met verwijzingen naar bewonderde schrijvers.

Wat deze Optima bijzonder maakt zijn de uitvoerige fragmenten uit `het werkboek' van Van der Heijdens langverwachte nieuwe romancyclus Homo duplex. Daarin legt Tibbolt Satink, eeuwig in dialoog met zijn alter ego Movo, zijn monologues intérieurs vast via een dictafoon waarin hij als het ware een roman inspreekt. Impliciet verwijst de manier waarop Satink te werk gaat naar James Joyce's Ulysses, waaruit een fraai fragment is opgenomen. Wat Joyce met de zogeheten `stream of consciousness' heeft gedaan vindt Van der Heijden `onovertroffen'. Hij laat het Satink (die consequent spreekt van een `scream of consciousness') ook proberen.

Een van Satinks preoccupaties is het organiseren van een wereldstaking. Uit het werkboek van Knooppunt Hellegat, deel 2 van Homo duplex, publiceert Optima onder de titel `De Wereldstaking' een fragment, dat – in het licht van de terroristische aanslagen op Amerika van 11 september – huiveringwekkend is. `De wereld is gekaapt,' zegt Satink, `en we werpen, om de tegenstander aan het ultimatum te herinneren, hem elke dag karrenvrachten gestorvenen toe.'

In een stukje met als titel `Zeven tragedies, zeven romans' legt A.F.Th. uit hoe hij aan het idee voor zijn Homo duplex is gekomen. Het blijkt een eerbetoon aan Jean Genet, die rond 1960 een monsterproject aankondigde van zeven lange tragedies en zeven grote prozawerken. Toen hij vierentwintig jaar later stierf had hij slechts één tragedie klaar en een fragment van een onvoltooide roman. Van der Heijden neemt dat Genet niet kwalijk. Hij houdt van megalomane schrijvers en accepteert dat ze `in hun pogen boven zichzelf uit te scheppen wel eens de mist van het hooggebergte in kunnen gaan.' Omdat hij geen toneelschrijver is, heeft hij niet Genets hele project kunnen overnemen, maar diens `plan voor een cyclus van zeven grote prozawerken heb ik gretig geadopteerd'.

Op deze ontboezeming volgt een passage uit Asbestemming over Genet, alsmede een vertaald fragment uit diens Miracle de la Rose. En zo zit het hele nummer van Optima in elkaar. Een genot om te lezen en een must voor elke A.F.Th.-watcher.

Optima. Literair tijdschrift, 19de jaargang, nr. 1. Uitg. Prometheus, 160 blz. Prijs ƒ24,15