Zwartgeblakerde kleuren in Alleluja van Goebaidoelina

,,In mijn dromen beleef ik een spel van klanken en kleuren. Met blauwe en oranje lavastromen en zwaarden van vuur in een mengelmoes van sterren en regenbogen.'' Aldus Olivier Messiaen over het zevende deel van zijn Quatuor pour la fin du temps, in 1941 in een krijgsgevangenkamp in Silezië uitgevoerd op een piano waarvan de toetsen bleven hangen, terwijl een snaar op de cello ontbrak en ijzige kou heerste. Zaterdag, onder vrijwel ideale omstandigheden in de flatteuze akoestiek van het Amsterdamse Concertgebouw, werd de Matinee geopend met dit elke keer weer hoogst ontroerende Kwartet voor viool, klarinet, cello en piano in een schildering van het einde der tijden.

Na de pauze volgde Sofia Goebaidoelina's Alleluja (1989) voor jongenssopraan, koor en groot orkest in een Nederlandse première, ook al ontworpen volgens een kleurenplan met een projectie ad libitum. Systematischer dan in het Kwartet paste Messiaen zijn kleurentechniek toe in Verset voor orgel uit 1960, waar het halleluja correspondeert met fel oranje in pigmentaties van rood en groen en streekjes goud en melkwit.

Is het toeval dat Goebaidoelina het eerste deel begint in een oranje kleur? In het voorwoord van de partituur staat een ladder met van boven naar beneden de kleuren lila, geel, wit, oranje, blauw, donkerblauw, groen, rood, zwartlila, violet en purper. Koppelingen met toonreeksen en akkoordopbouw, zoals bij Messiaen, ontbreken, hier corresponderen de kleuren met strenge tijdsproporties.

Boeiend is hoe na een klemmende stilte aan het eind van het voorlaatste deel de kleuren van de regenboog geabsorbeerd worden in een lichtlila schijnsel, tekenend voor de paradijselijke staat; de jongenssopraan besluit zijn solo en daarmee het stuk met een aangehouden bes, zo zacht mogelijk uitgevoerd en teder ingekleurd in de soloviool.

Pas in dit slotdeel klinkt voor het eerst de Russisch-orthodoxe hymne in zijn geheel. De lange aanloop ontvouwt een getourmenteerde klankwereld, afschrikwekkend verscheurend, stokkend en sidderend, voor het gevoel in overwegend zwartgeblakerde kleuren. Dat herinnert sterk aan de koorscènes uit Ligeti's Requiem: stemmen fluisterend van verre danwel schreeuwend van dichtbij, precies geplaatst danwel vrijelijk een toonhoogte omcirkelend. Ondanks de wiskundige constellaties in vele schetsen vooraf maakt deze krachtige compositie een spontane indruk.

Hetzelfde geldt trouwens voor Messiaen in zijn meest experimentele compositie voor orkest Chronochromie uit 1960, ook al in ordeningen van kleur en tijd.

Het Rondom Kwartet met Vera Beths (viool), Georges Pieterson (klarinet), Anner Bijlsma (cello) en Reinbert de Leeuw (piano) demonstreerde hoe het zich al jaren in deze materie heeft verdiept, al was de uitvoering niet perfect wegens intonatieproblemen bij de cello. Goebaidoelina's compositie met de science fiction-achtig als een engel klinkende Roemeen Radu Marian en het zichzelf overtreffend Groot Omroepkoor en Radio Symfonie Orkest, trilde nog lange tijd na in zijn wonderlijk donker fonkelend kleurenspel.

Concert: Rondom Kwartet, Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Messiaen en Goebaidoelina. Gehoord: 27/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 30/10 20.30 uur.