Trouwen

Met twee kinderen op de fiets kom ik terug van een bezoek aan de bibliotheek. Er stopt een bus. Bruiloftsgasten stappen uit, feestelijk uitgedost. ,,Mama'', zegt mijn dochter van drie, ,,gaan die trouwen?'' ,,Ja'', beaam ik, ,,die gaan trouwen.'' ,,Krijgen die dan een kind'', vraagt mijn zoon van vijf. ,,Zou kunnen'', antwoord ik. Hij gaat verder. ,,Jullie kregen toch ook een kind, he mama, dat was ik toch?'' ,,Ja'', zeg ik weer, en daar waren we heel erg blij mee.'' Een korte stilte volgt. ,,Maar eerst moesten jullie mij toch maken?'' Verrast door deze woordkeuze volgt mijn antwoord een paar tellen later. ,,Ja, dat is zo.'' Ik zet me schrap en bedenk een zo luchtig mogelijk antwoord op de vraag die onvermijdelijk gaat komen. En ja, daar is ie al. ,,Mama'', vraagt-ie ongerust, ,,ben ik van klei?''