Strakke regie bij bezoek Kok

Premier Kok bracht dit weekeinde een tweedaags bezoek aan Pakistan en bezocht onder meer een kamp met Afghaanse vluchtelingen.

Een paar uur lang hebben tientallen jongetjes in Kachagari, een kamp voor Afghaanse vluchtelingen bij de Pakistaanse stad Peshawar, op hun hurken gezeten in de brandende zon, in afwachting van Wim Kok, de premier van een land waarvan ze nog nooit hebben gehoord. Wanneer een donkere Mercedes het weggetje oprijdt en Kok is uitgestapt, staan de jongetjes op en salueren. Kok applaudisseert en stapt een tent binnen, waar hem bij wijze van welkom een tulband op het hoofd wordt geplant.

Al snel wordt duidelijk dat Kachagari vrijwel niets te maken heeft met de crisis die uitbrak na de terroristische aanslagen van 11 september en de daaropvolgende vergeldingsacties in Afghanistan, hoewel die laatste wel de aanleiding zijn voor Koks inderhaast gearrangeerde bezoek. Kachagari dateert van 1980, toen Afghanen in groten getale hun land ontvluchtten voor het door de Russen geïnstalleerde communistische bewind. Het kamp telt zo'n 80.000 bewoners.

Koks Pakistaanse gastheren geven de regie van het bezoek geen moment uit handen. Wanneer de Nederlandse protocolambtenaar aandringt op een wandelingetje door wat achteraf gelegen delen van het kamp, negeren de Pakistanen hem en leiden Kok een kliniekje binnen. Op dat moment komt minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking), die zich even van de groep had afgezonderd, melden dat ze zojuist een vrouw heeft gesproken die pas zes dagen geleden vanuit Afghanistan is aangekomen. De vrouw had een lijdensweg achter de rug, omdat onderweg haar pasgeboren baby door een ongeluk was gestorven.

Voor zijn vertrek, zo bleek uit uitlatingen van de premier in Pakistan, heeft Kok minister De Grave (Defensie) verzocht na te gaan of het waar is dat er veel burgerslachtoffers vallen bij de bombardementen in Afghanistan en of er mogelijk een verband is met de inzet door de Amerikanen van clusterbommen, bommen die na het afwerpen in een groot aantal kleinere uiteenvallen. Op de eerste dag van zijn bezoek riep premier Kok de Pakistanen op hun grens met Afghanistan meer open te stellen voor Afghaanse vluchtelingen. Maar president Pervez Musharraf maakte op een persconferentie duidelijk dat zijn land niet bereid is substantieel meer vluchtelingen op te nemen. ,,We hebben al twee miljoen Afghaanse vluchtelingen in ons land'', aldus de president. ,,Als we de grens openen, zullen er waarschijnlijk nog eens twee miljoen volgen.''

Kok toonde begrip hiervoor. Het beste, zeiden beide regeringsleiders, zou het zijn om de Afghanen in eigen land te houden door hen daar van voedsel en medicijnen te voorzien. Dat laatste is echter niet eenvoudig in een land dat in oorlog is en waar de strenge winter nadert. Gisteren zei Kok weer dat nieuwe kampen toch bij voorkeur op Pakistaans grondgebied zouden moeten worden gevestigd.

Minister Herfkens toonde zich gisteren niet bereid Pakistan alsnog op de lijst van landen te zetten waarmee Nederland een intensieve bilaterale hulprelatie onderhoudt. Wel wil zij de Pakistanen 40 miljoen gulden kwijtschelden aan oude schulden. Eerder had Nederland al 70 miljoen gulden ter beschikking gesteld voor humanitaire hulp in de regio.

Na zijn laatste stop in Kachagari maakt Kok de balans op. ,,Het was toch een bijzondere ervaring om met eigen ogen de humanitaire situatie te zien, in de wetenschap dat de situatie hier nog gunstig afsteekt bij de veel deerniswekkender toestand in Afghanistan zelf.''