Peking tempert hoop van Chinese katholieken

Paus Johannes Paulus II riep China vorige week op de diplomatieke banden met het Vaticaan, die in 1957 werden verbroken, te herstellen. Chinese katholieken staan te trappelen, maar Peking stelt zo zijn voorwaarden

Wierook, orgelklanken en misdienaars begeleiden pastoor Francis Xavier Zhang Tianlu als hij voor een volle kerk in hartje Peking de heilige mis leest. De gelovigen dragen hem op handen. Hij ontleent zijn status vooral aan zijn verblijf in Rome, waar hij samen met de paus de mis heeft mogen opdragen. Contacten met Rome zijn er dus wel degelijk, al erkent de Katholieke Patriottische Vereniging waarvan hij secretaris is de paus niet als hoofd van de Chinese katholieke kerk.

Zijn parochie komt samen in de Zuidelijke Kathedraal van Peking, een kerk die is gebouwd op de plaats waar de Italiaanse jezuïet Matteo Ricci precies vierhonderd jaar geleden begon aan zijn missiewerk aan het hof van Peking. Nu staat er naast de barokke kathedraal een heuse Lourdes-grot, met hoog in een nis een gipsen beeld van de maagd Maria. De grot is versierd met lampjes en zijden kunstbloemen en Maria wordt aan weerszijden geflankeerd door een plastic kerstboom compleet met kleurige ballen.

De prominente aanwezigheid van Maria is niet toevallig – de volledige naam van de kathedraal is `Kerk van de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria', en ook boven het altaar in de kerk zelf domineert een reusachtig Maria-schilderij. Het glas-in-lood is nieuw, de gemarmerde pilaren blijken van beton, maar de devotie onder de kerkgangers lijkt echt. Het aantal katholieken groeit, de kerk voorziet in een behoefte aan morele richtlijnen waaraan de communistische partij niet of niet meer kan voldoen.

De geleerde Matteo Ricci kwam in 1601 naar Peking en introduceerde er Westerse wetenschap en filosofie aan het Chinese hof. Hij wilde vooral China's elite tot het katholicisme bekeren. Paus Johannes Paulus II greep de herdenking van Ricci's komst vorige week aan om Peking excuses aan te bieden voor `fouten' die missionarissen in het verleden gemaakt zouden hebben. Ook riep hij Peking op om de diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan te herstellen. Die zijn in 1957 verbroken. De paus hoopt China nog voor zijn dood te kunnen bezoeken.

De gelovigen in de Zuidelijke Kathedraal zijn duidelijk ingenomen met de oproep tot herstel van de diplomatieke betrekkingen: ,,We juichen dat van harte toe, want tenslotte is en blijft de paus het hoofd van de katholieke kerk'', zegt een oudere man in zondagse jas. ,,Vorig jaar was er ook al sprake van toenadering, maar toen verklaarde de paus 120 Chinese martelaren heilig. Daar was onze regering zo boos over dat de contacten weer op een lager pitje kwamen te staan. Hopelijk lukt het nu wel.''

China's irritatie met de heiligverklaringen van de martelaren die zijn vermoord in de periode 1648-1930 komt voort uit een verschillende interpretatie van de rol die ze in China hebben gespeeld. Rome ziet deze mensen, van wie een groot deel werd vermoord tijdens de anti-Westerse Bokseropstand van 1899-1900, als martelaren die voor hun geloof zijn gestorven. Peking ziet ze als verraders die zijn terechtgesteld omdat ze de Chinese wetten braken en omdat ze heulden met de koloniale machten die China zijn onafhankelijkheid wilden ontnemen.

Zo zijn er meer zaken waar Peking en Rome verschillend over denken. Rome wijst abortus en gebruik van voorbehoedsmiddelen af, terwijl China vrijwel alle middelen geoorloofd acht om de bevolkingsgroei in het volkrijkste land ter wereld aan banden te leggen.

China stelt als voorwaarde voor een herstel van de betrekkingen dat Rome afziet van inmenging in binnenlandse aangelegenheden en van religieuze activiteiten binnen China. Daarnaast moet het Vaticaan de banden met Taiwan verbreken. Dat zei Buitenlandse Zaken de dag na de pauselijke oproep tot herstel van de betrekkingen .

Volgens de Italiaanse ex-premier Giulio Andreotti, die nauwe banden onderhoudt met het Vaticaan en optreedt als informeel adviseur van de paus, is het niet zo moeilijk om de kwestie-Taiwan op te lossen. Het Vaticaan kan simpelweg stellen dat het zijn diplomatieke vertegenwoordiging `tijdelijk' naar Taiwan moest verplaatsen toen het Vaticaan in Peking niet meer welkom was, maar dat Rome natuurlijk altijd bereid is om naar Peking terug te keren als de situatie dat weer mogelijk maakt. Andreotti zei vorige week in Rome dat het Vaticaan de banden met Taiwan dan op een lager en niet-diplomatiek niveau kan voortzetten.

Momenteel telt de Katholieke Patriottische Vereniging zo'n vier miljoen Chinese leden. Dat zijn de door de staat erkende en getolereerde katholieken, die hun eigen bisschoppen benoemen en die het gezag van de paus niet (of althans niet openlijk) erkennen. Daarnaast schat het Vaticaan het aantal ondergrondse gelovigen dat trouw is aan de paus op zo'n acht miljoen.

Een van de meer bekenden onder hen is de voormalige bisschop van Shanghai, Gong Pingmei, die in 1955 werd gearresteerd omdat hij het gezag van de paus niet wilde afzweren en pas dertig jaar later weer vrij kwam. Katholieken worden in China zwaarder vervolgd dan protestanten om dezelfde reden dat China zo veel moeite heeft met juist het Tibetaanse boeddhisme. Beide groepen erkennen als hoogste autoriteit namelijk een geestelijk leider die zijn autoriteit ontleent aan andere dan wereldse waarden.