Olympische partij

Met verbijstering heb ik dit weekeinde naar de morbide presentatie gekeken van de `conceptkandidaten' van de PvdA voor de volgende Kamerverkiezingen. Een nieuwe smet op de toch al niet meer zo fit ogende olympisch gedachte. Na de voortwoekerende commercie en doping worden de ringen nu ook nog door de politiek vervuild. Ik protesteer hevig tegen deze poging tot gijzeling van Melkert en co. Wat heeft dat veertigtal conceptkandidaten in het Amsterdamse Olympisch stadion te zoeken? Een mooie plaat schieten met een hoog symbolische waarde? Allicht, maar dan moet deze onderneming als mislukt worden beschouwd.

Politiek hoort niet in een stadion. Punt uit. Allereerst roept het dubieuze associaties op met het verleden. Een politieke toespraak in een stadion voert ons snel naar Berlijn in 1936 of Buenos Aires in 1978. Met de personages die destijds hun stem op die plekken lieten galmen heeft Ad Melkert natuurlijk weinig te maken. Er zijn hooguit wat vage fysieke overeenkomstigheden tussen hem en de kleine Napoleon Bonaparte. Maar je kunt beter de deuren van onze sporttempels potdicht houden voor welke politicus ook, want voor je het weet loopt straks Pim Fortuyn met een stoet gelaarsde Leefbaarders achter zich aan in de Rotterdamse Kuip te paraderen.

Een problemen van dit tijdperk is dat stadions zich steeds meer met een multifunctioneel gezicht afficheren. Je kunt blijkbaar onvoldoende rendement behalen met alleen het houden van sportevenementen. Ik kan nog leven met de Spice girls bij Vitesse of Bob Dylan bij Feyenoord, maar een politieke manifestatie in een stadion – met of zonder publiek – heeft iets pervers en onnatuurlijks.

Een paar jaren terug zag ik tot mijn ontsteltenis hoe de Arena door haar directie geschikt werd gemaakt voor een krachtsexplosie van islamitisch fundamentalisme. Het Amsterdamse stadion werd voor de gelegenheid uitgeleend aan de nationalistisch religieuze beweging Milli Görus. Op de tribunes zaten duizenden aanhangers van deze politieke organisatie die zelfs in Turkije niet als echt democratisch wordt beschouwd. En terwijl honderden in het stadion met nationale vlaggen wapperden, rolde een auto met de grote leider over het gras. Als ik het me goed kan herinneren, liepen met die auto tal van bodyguards mee met de hand demonstratief verscholen onder hun colbert. Een treurig spektakel dat ongeveer het dieptepunt moet zijn geweest in de nog maar korte historie van de Arena.

Daarmee vergeleken is de invasie van de sociaal-democraten in het Olympisch stadion kattenpies. Vanzelfsprekend moet ik toegeven dat er aan deze eigenaardige fotosessie geen enkele vorm van agressiviteit kleeft, maar het vloekt wel met de heilige omgeving. Ook straalde het geheel een zekere lompheid uit. Hoe kun je al die bobo's op de middenstip, onbeholpen en stijf als harken, nog serieus nemen? Ik zag met verbazing de zware verschijning die Sharon Dijksma heet, daar helemaal links van de groep, en vroeg me af wanneer ze voor het laatst een sprintje had getrokken? Het gaat niet goed met de PvdA. In hetzelfde weekeinde zagen we Wim Kok in Pakistan met op zijn hoofd een Afghaanse deksel; en in Amsterdam veertig `concepten' die de grenzen van het betamelijke probeerden te verleggen.

Maar het ergste zat in de symboliek. Door het Olympisch stadion als locatie te kiezen wenste opportunistische Melkert naar alle waarschijnlijkheid een krachtig signaal voor weinig geld af te geven. Hij bereikte het tegendeel. Wat moeten de kiezers hier eigenlijk van denken? Het spookte in deze gure omgeving van beton terwijl het ploegje dode vogeltjes hopeloos stond te zwemmen in een groene zee van leegte. Want wat is nou een stadion zonder publiek? Zonder supporters en aanmoedigingen? Een kille luchtbel of een holle walnoot? Of misschien een voorproefje vol ongewilde symboliek van wat de verkiezingsuitslag van volgend jaar voor `onze olympische partij' zal beteken.