Moedige vriendschappen met de vijand

Elke week in een zaaltje in het Noord-Ierse Belfast doen tien jongeren wat verboden is: ze dansen en zingen met elkaar. Verboden, want sommigen zijn katholiek en de anderen protestants. Ze wonen gescheiden, in working class-wijken, ze gaan gescheiden naar school, gaan naar andere pubs, andere feesten en steunen andere voetbalelftallen. Maar hier, bij het project Kids in Control, maken ze samen danstheater.

Hun voorstelling gaat over thema's die pubers overal in West-Europa zouden aanspreken: angst voor geweld op straat, weerstand bieden aan de druk van de groep, eenzaamheid.

Alleen, in Belfast zijn de consequenties van afwijkend gedrag grimmiger dan in andere steden. De IRA begint deze week wel haar wapens in te leveren, maar vuurwapens zijn inmiddels onderdeel van het dagelijks leven in de vele arbeiderswijken in Belfast. Paramilitairen (de protestantse UDA en UFF of de katholieke IRA) zijn er de baas. Ze zijn zowel rechter als drugshandelaar.

In de wijk waar de zeventienjarige Ormo woont, maakt de UDA de dienst uit. Ze patrouilleren dag en nacht, houden iedereen in de gaten. Als je iets doet wat hen niet aanstaat, slaan ze je in elkaar, vertelt Ormo. Betrappen ze je weer, dan schieten ze je in de knie. Hij ging aanvankelijk met hun sympathisanten om, hij blowde, stal auto's, maar het beviel hem niet. Nu zit hij in de gemengde theatergroep waar hij zichzelf kan zijn. In zijn wijk kan dat niet, zegt Ormo, want als zij zien dat hij omgaat met katholieken, dan hangt hij. Hij vindt troost in zijn relatie met zijn huisdier, een slang.

Waarom juist deze jongeren inzien dat ze bevriend kunnen zijn met de vijand, wordt in de documentaire niet duidelijk. Maar dat ze moedig zijn, wel.

David (14) moest de protestantse brassband verlaten waar al zijn vrienden in spelen, omdat hij bij de gemengde theatergroep zit. Hij mag wel bij de brassband-oefeningen komen kijken, hij mag niet meer meespelen of marcheren. ,,Ze vinden dat ik niet met katholieken moet omgaan. Maar ik denk `waarom niet, als het goede mensen zijn?'''

Bij Andy (17) in de buurt zijn de afgelopen weken drie mensen doodgeschoten. ,,Ik ben dan zo boos, maar ik moet het verwerken.'' Er is één plek waar hij dat kan omdat hij zich er veilig voelt: tegenover zijn bokszak.

In de theaterworkshops gebruiken de jongeren het tribale geweld dat ze kennen van de straat. Geoefend trappen en duwen ze elkaar en dan maken ze er dans van. Ze dichten bloedserieus over schietpartijen en angst een ontwapenend gezicht omdat ze er voor het overige uitzien als working class-jongeren. Bleke gezichten, trainingspakken, een enkele tatoeage.

De vrede mag na dertig jaar burgeroorlog steeds dichterbij komen in Noord-Ierland, maar in de wijken waar deze kinderen wonen, blijft die uit. Als de katholieke Jade haar protestantse vriend Andy vóór de wekelijkse theaterworkshop ophaalt, moet ze wachten aan het einde van een desolate woonstraat. ,,Andy woont daar'', wijst ze. ,,Maar ik kan er niet komen, want dan loop ik gevaar.''

Dokument: Kids in control, NCRV, Ned.1, 22.55-23.37u.