Mailer

Norman Mailer houdt van metaforen. ,,Bloed is de whiskey van de ziel.'' Voor de gemoedstoestand van de Verenigde Staten na de 11de september had hij een minder duistere metafoor bedacht, die zijn publiek zaterdag in de Nieuwe de la Mar in Amsterdam recht in het hart moet hebben getroffen.

,,In Amerika heerst het gevoel: dit is misschien een kanker die we niet kunnen overwinnen'', zei hij. ,,Je kunt het vergelijken met een patiënt die naar de dokter gaat en vraagt: heb ik een kwaadaardig gezwel? En de dokter zegt: kan zijn, ik weet het niet. In die fase zitten we.''

Ja, zó somber was hij, hoe opgewekt hij er ook bij zat. Kleine, grijze man, met stokken lopend om zijn kapotte knieën te ontzien, maar barstend van vitaliteit. Gekleed in sober grijs, en altijd weer die spijkerbloes. Twee uur was hij bijna onafgebroken aan het woord, eerst uit eigen werk voorlezend, toen, met Joost Zwagerman aan zijn zijde, alert vragen beantwoordend.

Wilde ik hem zien? Ik had tevoren even geaarzeld. Als schrijver had hij nooit zoveel voor me betekend. Na zijn eerste boeken had ik hem langzaam losgelaten: te wijdlopig en zelfingenomen, soms nogal brallerig ook. Vooral zijn literaire nederlaag tegen Truman Capote had de doorslag gegeven: diens compacte In cold blood over twee moordenaars vond ik veel geslaagder dan Mailers latere(!), oeverloze The Executioner's Song over een gelijksoortig onderwerp. Maar als publieke persoon bleef Mailer fascineren. Waar Mailer was, daar was vuur. Bovendien bleef hij leven, ook niet onbelangrijk.

Waarom is hij nu zó pessimistisch? Omdat hij in zijn land een paniek voelt opkomen die allerlei democratische verworvenheden in gevaar dreigt te brengen. Als we niet oppassen, eindigen we als politiestaat, zei hij.

Er zijn meer Amerikaanse auteurs denk aan Gore Vidal en Philip Roth die zich graag wentelen in onheilsprofetieën over hun land. Maar nu we dagelijks getuige zijn van de verwarring in de Verenigde Staten en we ook zelf steeds onzekerder worden, krijgen Mailers sweeping statements een grotere urgentie. Hier zat iemand die Amerika van haver tot gort kende, en die niet van gemakkelijk opportunisme kon worden beschuldigd.

Van zelfhaat dan? Een vrouw in de zaal vroeg het. ,,Amerika is een prachtig land, maar het kan niet tegen kritiek'', reageerde Mailer. ,,Het is dan: my country right or wrong. Maar voor mij geldt alleen: is my country right? Ik heb negen kinderen die maar al te graag zeggen: pa, je hebt het fout. Zo hoort het.''

Met zijn cultuurpessimisme heb ik meer moeite. Altijd weer de televisie als de grote boosdoener. De tv zou de hele Amerikaanse cultuur hebben verlamd. Volgens Mailer kunnen Amerikanen geen vragen meer beantwoorden waarover ze langer dan tien seconden moeten nadenken. De vele tv-reclameblokken hebben hun vermogen om zich te concentreren voorgoed ondermijnd. ,,Daarom hebben ze in Bush de president die ze verdienen.''

Massapsychologie van de koude grond. Maar het schaadde niet mijn sympathie voor die oude, onverzettelijke man op het toneel, die zich nog even betrokken voelde bij de wereld als zestig jaar geleden. Een voorbeeld.