Macedonië: nieuwe hindernis

EU-topdiplomaat Javier Solana is er tijdens een bliksembezoek aan Skopje vrijdag weliswaar in geslaagd de nieuwe crisis rond het akkoord van Ohrid tussen de politieke partijen van de Macedoniërs en de Albanese minderheid op te lossen, maar inmiddels doemt alweer een nieuwe hindernis op.

Volgens de afspraken van Ohrid moet president Trajkovski de rebellen van het vroegere, inmiddels ontbonden, UÇK amnestie verlenen voorzover ze zich niet schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Sinds gisteren zijn in totaal tegen 224 Albanezen aanklachten ingediend wegens oorlogsmisdaden. Dat aantal wordt regelmatig uitgebreid.

De Albanezen weigeren de Macedonische politie in de gebieden van de minderheid te laten terugkeren zolang de amnestie niet is afgekondigd, dit tot woede van de Macedoniërs. Macedonische hard liners verzetten zich tegen de amnestie. Ze verwijzen naar dertien vermiste Macedonische burgers, die volgens hen zijn vermoord door het UÇK en die zouden liggen in een massagraf bij het dorp Neprosteno in het noordwesten van Macedonië. Trajkovski heeft het Joegoslavië-tribunaal gevraagd om een onderzoek naar ,,veronderstelde massa-executies en marteling van burgers''.

Het Macedonische parlement heeft tot nu toe geweigerd het akkoord van Ohrid – dat een eind maakte aan de opstand van het Albanese rebellenleger UÇK in ruil voor een verbetering van de status en de rechten van de minderheid – goed te keuren, hoewel het akkoord is getekend door de grote partijen van de Macedoniërs. Vorige week vroeg een gealarmeerde president de internationale gemeenschap om hulp: hij zag geen kans een belangrijke grondwetswijziging door het parlement te loodsen. Daarmee stond het totale akkoord op het spel.

Het ging bij de bewuste grondwetspassage om de omschrijving van de Albanese minderheid als minderheid. In Ohrid was overeengekomen de Albanezen en de Macedoniërs in de grondwet als volledig gelijkberechtigd te omschrijven. Maar achteraf vonden de Macedoniërs dat veel te ver gaan.

Solana kwam met een compromis dat uiteindelijk de instemming kreeg van alle partijen. In de nieuwe preambule wordt Macedonië omschreven als staat van ,,de burgers van de Republiek Macedonië, het Macedonische volk, en van burgers die binnen de grenzen leven en onderdeel uitmaken van het Albanese volk, het Turkse volk, het volk van de Vlachen, het Servische volk, het volk van de Roma en anderen.'' De Albanezen vinden het belangrijk als ,,volk'' te worden omschreven, en niet als ,,minderheid''.