Krakkemikkig Talibaan-leger heerst nog steeds

Gezien de slechte staat van het defensieapparaat van de Talibaan, zouden er na 22 dagen van zware Amerikaans explosies al lang geen doelen van betekenis meer over mogen zijn.

Hoe lang heeft het modernste leger ter wereld nodig om één van de meest ouderwetse legers ter wereld klein te krijgen? Terwijl de hoop op een korte, klinische luchtoorlog met een minimum aan burgerslachtoffers langzaam vervaagt, wordt in de Westerse media steeds nadrukkelijker de vraag gesteld of de Verenigde Staten in het luchtruim boven Afghanistan nog wel bezig zijn hun doelstellingen te halen.

De bombardementen op het reeds jaren geleden vernietigde Afghanistan zijn inmiddels de vierde week ingegaan – en nemen volgens ooggetuigen en Amerikaanse woordvoerders nog steeds in hevigheid toe. Gezien de krakkemikkige staat waarin het defensieapparaat van de Talibaan aan het begin van de luchtoorlog verkeerde, zouden er na 22 dagen van zware explosies rond steden als Kandahar, Herat, Kabul, Jalalabad en Mazar-i-Sharif al lang geen doelen van betekenis meer over mogen zijn. De inzet van B-1 en B-52 bommenwerpers met ongeleide, ruim 220 kilo zware bommen, het gebruik van clusterbommen en ander zwaar materiaal laat zien dat de Amerikanen inmiddels vrijwel al hun conventionele geschut hebben ingezet om de Talibaan klein te krijgen.

Al stellen Britse en Amerikaanse veiligheidsbronnen dat de terreuropleidingskampen van Osama bin Laden zijn vernietigd, voor het publiek heeft de Amerikaanse War on terror nog geen zichtbare resultaten opgeleverd. Ondanks de zware bombardementen heersen de Talibaan-milities nog steeds in het grootste gedeelte van het land. Zelfs een stad als Mazar-i-Sharif in het noorden van Afghanistan is na weken van luchtaanvallen nog niet in handen van de Noordelijke Alliantie gevallen. Ook aan het oude front ten noorden van Kabul heeft het traditioneel wankele, stuurloze verbond van lokale en regionale strijders naar verluidt nog geen bres kunnen slaan in de verdedigingslinies van de Talibaan.

Wellicht maakt de passieve houding van de alliantie onderdeel uit van de Amerikaanse strategie – maar het zegt ook iets over het gebrek aan kracht bij de oppositie in Afghanistan. Ondanks de dagelijkse bommenregen boven de Afghaanse steden lijken de Amerikanen geen stap dichter bij de verblijfplaats van Osama bin Laden te zijn gekomen. Terwijl president Bush zijn bevolking blijft oproepen vooral geduldig te blijven hebben verschillende Amerikaanse en Britse functionarissen al openlijk hun twijfel uitgesproken over de vraag of Bin Laden ooit zal worden gepakt.

Ook over de aanvankelijk met veel bravoure gebrachte nachtelijke landing van Amerikaanse Rangers in Kandahar is in de pers inmiddels de nodige twijfel gezaaid. Anonieme bronnen hebben beweerd dat de Rangers op de vlucht sloegen toen zij onverwacht slaags raakte met Talibaan-strijders. Voorlopig laten de Amerikanen niets los over hun werkelijke vorderingen. Minister van Defensie Donald Rumsfeld wilde gisteren alleen kwijt dat die vorderingen ,,meetbaar'' zijn, al kan de buitenwacht niet nagaan waar hij op doelt.

De toenemende berichten over civiele slachtoffers bij aanvallen op verkeerde doelen lijken eerder te suggereren dat de VS wel degelijk met problemen te kampen hebben, zoals betrouwbare informatie. De lijst groeit bijna dagelijks: civiele woonwijken, een ziekenhuis, een mijnopruimingsorganisatie van de VN, een passagiersbus, een moskee. Het Rode Kruis is inmiddels twee keer getroffen. Daarnaast komen er berichten dat Talibaan-strijders en leden van het Al-Qaeda-netwerk zich hebben verschanst in civiele wijken, scholen en moskeeën om te ontkomen aan de Amerikaanse bombardementen.

Hoe langzaam de `strijd tegen het terrorisme' op Afghaanse bodem vordert wordt duidelijk uit recente uitspraken van Amerikaanse functionarissen. De Amerikaanse generaal Richard Myers sluit niet uit dat de aanvallen op Afghanistan tot na de zomer zullen duren. Gisteren kwam daar het commentaar van de stafchef van president Bush, Andrew Card, bij. ,,Onze missie zal slagen, maar het kan jaren duren.'' Het is zeer twijfelachtig of een cruciale steunpilaar als Pakistan de aanvallen op het buurland zo lang zal steunen, zeker gezien het feit dat generaal Musharraf nu al moeite heeft zijn bevolking van het nut van de acties te overtuigen. Als het aantal burgerslachtoffers en vluchtelingen in de winter dramatisch toeneemt, zal ook de twijfel in niet-islamitische landen verder groeien.

Op korte termijn kampt Washington met nog twee problemen. De naderende Afghaanse winter zal zijn weerslag hebben op de eventuele inzet van grondtroepen. Ook het feit dat de ramadan in aantocht is kan betekenen dat de acties zullen moeten worden opgeschort om de islamitische landen binnen de anti-Talibaan-coalitie te houden.