Jean-Pierre bewijst problemen in jazz

Behoort Jean-Pierre tot de kern van het jazzrepertoire? Nee, maar dit jengeldeuntje uit de nadagen van Miles Davis is wel zo eenvoudig dat zelfs matig draaiende bands het nauwelijks om zeep kunnen helpen. Dat het zaterdag op het repertoire stond van het Mal Waldron Quartet en gisteravond op dat van Russell Gunn & Ethnomusicology was dus geen toeval, want beide bands hadden duidelijk problemen.

Bij het kwartet van Waldron werd dat belichaamd door de leider zelf, want deze pianist, eind jaren '50 bekend geworden als begeleider van Billie Holiday, heeft het gewoon niet meer in de vingers. Een virtuoos is hij nooit geweest, ook niet toen hij in de jaren '60 speelde als sideman bij tal van opkomende sterren, zoals Eric Dolphy en John Coltrane. Maar nu hij de 75 is gepasseerd, treden zijn pianistische handicaps zo aan het licht dat het pijn doet aan oren en ziel. Als hij zich, stram en waardig, zou beperken tot het schrijven van stukken, een gebied waarop hij een uitstekende naam heeft, zou dat misschien beter zijn. Maar ja, `Old Soldiers' strijden door. Dat drummer John Betsch dapper volhield en saxofonist Sean Bergin vaak de sterren van de hemel speelde, maakte voor het publiek blijkbaar zo veel goed dat het kwartet toch werd teruggeroepen.

Bij trompettist Russell Gunn, die zijn band Ethnomusicology presenteerde, heeft het probleem ook met leeftijd te maken, maar op een heel andere manier. Russell groeide op met rap, maar werd door saxofonist Oliver Lake en jazz-revival goeroe Wynton Marsalis naar de jazz getrokken. Aan zijn andere arm trokken echter Wyntons broertje Branford, die zo stout in hip-hop gelooft, alsmede de nieuwe soul-held D'Angelo. En ook die bandleiders kregen hun zin, want met beiden ging hij langdurig op toernee.

Gunns eigen discografie weerspiegelt zijn gespleten ziel. Voor High Note maakte hij twee `pure' jazzplaten, maar vorig jaar scoorde hij voor Atlantic met Ethnomusicology, Volume 1, een plaat met ook rap erop. Op het tweede deel van dit avontuur, zojuist verschenen op Justin Time, doet hij een nieuwe poging hardbop jazz, type Art Blakey anno 1960, te combineren met moderne geluiden: latin percussie, een scratcher en een sampletje her en der.

In het BIMhuis kreeg de live-versie van deze plaat een gemengd onthaal. Ellingtons Caravan is uiteraard bekend en het feit dat het stuk uitdijt tot een kwartier is geen probleem. Dat hoort nu eenmaal bij de jazzconventie. Wat wel tegenvalt is de inhoud. Van de vijf solo's op een rij zijn er maar twee die er iets toe doen, de rest is gedreutel voor gedreven dansers. Omdat die in het BIMhuis echter smartelijk ontbreken, lijken de stukken nog langer te duren dan de kloktijd: twaalf minuten voor Del Rio, vijftien voor het slome Lyne's Joint en zelfs twintig voor Jean-Pierre, dat niet eens op de cd staat.

Russel Gunn is pas 30, speelt wat slordig maar lekker vet trompet en moet op zijn volgende cd maar eens openbaren waar hij echt naar toe wil: onbezorgde party-muziek of jazz die iets toevoegt aan wat er al is. Met een exotische conga-speler en een scratch-intermezzo van een paar minuten kun je zelfs ouderwetse jazzfans niet bedotten.

Concert: JVC Jazz met het Mal Waldron Quartet en Russell Gunn & Ethnomusicology. Gehoord: 27, 28/10 BIMhuis, Amsterdam. Verder op dit festival: vanavond Jim Hall 4 (BIMhuis) en Andy Summers 3 (Melkweg); 30/10 Dr. John en Olu Dara (Concertgebouw, Amsterdam).